Ga verder naar de inhoud

Al jouw vragen over de cao 1,1% loonstijging beantwoord

09.12.2021

In uitvoering van het VIA6-akkoord sloten de sociale partners op 8 november 2021 een cao af over een loonstijging van 1,1%. Moet je die loonsverhoging toepassen? Heeft dit enkel invloed op het loon? En krijg je er een tussenkomst voor? Deze en andere vragen beantwoorden we in deze FAQ.

Valt mijn organisatie onder het toepassingsgebied van de cao 1,1% loonstijging?

De cao 1,1% loonstijging is enkel van toepassing op organisaties die aan de volgende criteria voldoen:

  • onder de bevoegdheid van het paritair comité 329.01 vallen
  • EN voor hun algemene werking erkend of gesubsidieerd worden door de Vlaamse overheid op basis van de decreten en besluiten die in de cao vermeld worden.

Goed om weten is dat deze criteria exact dezelfde zijn als die van de cao eindejaarspremie. Moet jouw organisatie een eindejaarspremie toekennen? Dan komen jouw werknemers ook in aanmerking voor de 1,1% loonstijging.

Ben je niet zeker of jouw organisatie onder het toepassingsgebied van de cao valt, bekijk dan zeker onderstaande lijst. De lijst kwam tot stand in samenwerking met de verschillende departementen en is gebaseerd op de gegevens van het eerste kwartaal 2020.

Is jouw organisatie nieuw opgericht of overgekomen uit een ander paritair comité? Of heeft jouw organisatie pas sinds dit jaar een erkenning? Dan vind je jouw organisatie niet in deze lijst terug.

Twijfel je of jouw organisatie wel of niet onder het toepassingsgebied van deze cao valt? Contacteer ons dan gerust.

Mijn organisatie valt niet onder het toepassingsgebied van de cao 1,1% loonstijging. Wat nu?

In dat geval ben je niet verplicht om de 1,1% loonstijging toe te passen. Past jouw organisatie wel op vrijwillige basis de sectorale barema’s toe? Dan kan je die ook gewoon blijven toepassen. De sectorale barema’s werden immers niet aangepast.

Kan ik de cao 1,1% loonstijging toepassen wanneer mijn organisatie niet onder het toepassingsgebied van de cao valt?

In principe kan je als werkgever altijd beter doen dan hetgeen federaal of sectoraal wordt opgelegd. Op basis daarvan zou je kunnen stellen dat je de cao 1,1% loonstijging ook kan toepassen wanneer jouw organisatie niet onder het toepassingsgebied ervan valt.

Voor de jaren 2021-2022 moeten we echter rekening houden met de loonnorm die door de regering bij koninklijk besluit op 0,4% vastgelegd werd. Als werkgever moet je dus de maximale stijging van 0,4% gemiddeld respecteren over 2021 en 2022, en over alle werknemers heen. Die vastgestelde loonnorm mag in principe niet overschreden worden door overeenkomsten op intersectoraal, sectoraal, organisatie- of individueel niveau. De naleving van de loonnorm wordt nagegaan op niveau van de werkgever (juridische entiteit, niet de technische bedrijfseenheid).

Verhogingen van de gemiddelde loonkost die resulteren uit socialprofitakkoorden moeten aangerekend worden op de loonnorm. Zo dus ook de loonsverhoging van 1,1%. Hiermee wordt de loonnorm van 0,4% overschreden. Enkel voor de organisaties die onder het toepassingsgebied van deze sectorale cao vallen wordt deze overschrijding van de loonnorm door de FOD WASO gedoogd, omdat die te wijten is aan sociale akkoorden.

Meer info over de loonnorm vind je ook in ons nieuwsbericht Loonnorm 2021-2022: regering neemt het heft in eigen handen.

Vanaf wanneer moet ik de cao 1,1% toepassen?

De cao is retroactief van toepassing vanaf 1 januari 2021. Je moet de 1,1% loonstijging dus toepassen vanaf de loonberekening van de maand januari 2021.

Correcties op afgesloten maanden worden door sociale secretariaten vaak doorgerekend en zorgen dus voor bijkomende kosten. Daarom zijn de sociale partners overeengekomen dat de achterstallige bruto loonstijging voor de maanden januari tot en met november 2021 in de vorm van een eenmalige bruto loontoeslag kan uitbetaald worden, en dat ten laatste met de loonberekening van de maand december 2021. De berekening van deze eenmalige bruto loontoeslag is gebaseerd op de effectief toegekende brutobedragen in die maanden, zoals brutomaandloon, vakantiegeld (en eventueel het vakantiegeld uit dienst), eindejaarspremie, haard- en standplaatstoelage,... Ook voor werknemers die in 2021 uit dienst gingen doe je een herberekening en betaal je de bruto loontoeslag.

Is deze cao van toepassing op alle werknemers in de organisatie?

De cao 1,1% loonstijging is van toepassing op alle werknemers in jouw organisatie die al in dienst zijn. Maar even goed op de werknemers die in dienst komen na het afsluiten of het in werking treden van de cao.

De cao 1,1% loonstijging is niet van toepassing op werknemers die met de organisatie verbonden zijn door:

  • een studentenovereenkomst
  • of een arbeidsovereenkomst op basis van artikel 17 van het kb van 28 november 1969 (art. 17 – verenigingswerk).

Deze twee categorieën van medewerkers werden expliciet uitgesloten in de cao.

Krijgt mijn organisatie een financiële tussenkomst voor de toepassing van de cao 1,1% loonstijging?

De cao 1,1% loonstijging is een concrete uitvoering van het VIA6-akkoord. De Vlaamse overheid voorziet een (kostendekkend) budget voor de uitvoering van deze cao. Valt jouw organisatie onder het toepassingsgebied van de cao 1,1% loonstijging, dan krijg je voor de toepassing ervan een tussenkomst vanuit de via-middelen.

In tegenstelling tot de andere via-middelen waarbij de organisaties per maatregel een vast bedrag per vte ontvangen, wordt de tussenkomst voor de cao 1,1% loonstijging berekend op basis van de loonmassa van elke organisatie. De tussenkomst komt met andere woorden dichter bij de effectieve loonkost van elke betrokken organisatie.

Op welke loonelementen moet de 1,1% loonstijging toegepast worden?

De 1,1% loonstijging wordt berekend op basis van het overeengekomen brutoloon of het bruto baremaloon en alle daaraan gekoppelde bruto aan rsz onderworpen loonelementen.

Het brutoloon is het met de werknemer overeengekomen bruto maandloon. Het bevat ook de aan de werknemer toegekende premies en toelagen, zoals bijvoorbeeld een haard- of standaardtoelage, een functie- of opdrachtpremie (wanneer de werknemer tijdelijk of definitief een bijkomende functie of opdracht uitvoert),...

Heeft de loonstijging ook invloed op andere vlakken?

De 1,1% bruto loonstijging is ook van toepassing voor de berekening van het vakantiegeld.

Voor bedienden moet je voor het jaar 2021 een herberekening van het dubbel en aanvullend verlofgeld doorvoeren. Dat doe je door de berekening ervan opnieuw te maken op basis van het met 1,1% verhoogde loon en het verschil aan de werknemer uit te betalen. Vanaf 2022 zal je het vakantiegeld moeten berekenen op basis van het verhoogde loon (brutoloon inclusief de 1,1% loonstijging).

Voor arbeiders, wiens vakantiegeld via de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie betaald wordt, stelt er zich geen probleem. Het vakantiegeld dat zij eerder dit jaar ontvingen, was berekend op het totale loon van het vakantiedienstjaar 2020. In 2020 was de cao 1,1% loonstijging nog niet van toepassing. Het vakantiegeld voor 2021 werd dus correct berekend. Er is geen correctie nodig.
Voor het vakantiegeld van 2022 zal het loon van het vakantiedienstjaar 2021 als berekeningsbasis gelden. Aangezien de correcties van de voorbije maanden in de vorm van een eenmalige premie nog in het vakantiedienstjaar 2021 gedaan worden, zal de 1,1% loonstijging dus meegenomen worden in het jaarloon 2021. En dus is er ook geen probleem voor de berekening van het vakantiegeld 2022.

Voor de organisaties die onder het toepassingsgebied van de cao 1,1% loonstijging vallen, is er door de loonstijging ook een verhoging van de eindejaarspremie.

In samenspraak met de vakbonden werd beslist om die 1,1% toe te passen op het einde van de berekening van de eindejaarspremie, zodat niet enkel het variabel gedeelte van de eindejaarspremie met 1,1% stijgt, maar ook het vast geïndexeerde gedeelte. Dat was voor de vakbonden immers een breekpunt.

Zo zal bijvoorbeeld de eindejaarspremie 2021 voor een organisatie die onder de sector sociaal-cultureel werk en onder het toepassingsgebied van de cao 1,1% loonstijging valt, als volgt berekend worden:

(549,90 euro + (loon oktober zonder toepassing 1,1% x 12) x 5,76%) x 1,011

Voorbeeld: Wanneer het loon van de maand oktober zonder toepassing van de 1,1% 2500 euro bedraagt geeft dit de volgende berekening (voltijds en voor de volledige referteperiode gewerkt of gelijkgesteld): (549,90 + (2500 x 12) x 5,76%) x 1,011 = 2302,96 euro

De cao 1,1% loonstijging is geïmplementeerd in onze tool om de eindejaarspremie te berekenen. Wanneer de eindejaarspremie niet door het sociaal secretariaat berekend wordt, kan je met deze tool dus heel eenvoudig de eindejaarspremie van jouw werknemers berekenen. Je bezorgt de berekening vervolgens in excel- of cvs-bestaand aan het sociaal secretariaat of je brengt het manueel per werknemer in het softwarepakket in.

Valt jouw organisatie niet onder het toepassingsgebied van de cao eindejaarspremie, maar passen jullie die wel op vrijwillige basis toe? Ook dan kan je gewoon gebruik blijven maken van onze tool. In het resultaat van de berekening toont de tool namelijk zowel het resultaat van de eindejaarspremie met als zonder toepassing van de 1,1%.

Wil je meer weten over de eindejaarspremie in onze sector? Al jouw vragen worden beantwoord in onze FAQ.

Je telt de loonstijging ook mee voor andere voordelen die berekend worden op basis van het brutoloon. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de groepsverzekering en het aanvullend pensioen.

De cao heeft bovendien een impact op het gewaarborgd loon en de ziekte-uitkeringen en werkloosheidsuitkeringen.

Ook in periodes van afwezigheid van de werknemer waarvoor een loonwaarborg geldt moet je de 1,1% loonstijging toepassen. Heeft de werknemer recht op gewaarborgd loon wegens arbeidsongeschiktheid, dan moet je de 1,1% daarop toepassen. Valt de weknemer na uitputting van het gewaarborgd loon terug op de mutualiteit, dan geef je het loon inclusief de 1,1% loonstijging door aan de mutualiteit. De ziekte-uitkering van de werknemer zal daardoor berekend worden op het verhoogde loon. Moet je nog een bijpassing op de uitkering van de mutualiteit betalen, zoals dat bij arbeiders vanaf de 15de tot de 30ste dag arbeidsongeschiktheid van toepassing is, dan bereken je ook die op het brutoloon inclusief de 1,1%.
Voor werknemers die voor het afsluiten van deze cao arbeidsongeschikt waren en een uitkering van de mutualiteit ontvingen, moet je mogelijks een correctie aan de mutualiteit bezorgen. De impact van de cao op e uitkeringen zal eerder beperkt zijn, aangezien de berekening op basis van een geplafonneerd loon gebeuren.

Bij uitdiensttreding vermeld je op de sociale documenten van de werknemer eveneens het verhoogde loon (dus inclusief de 1,1% loonstijging). Het vertrekvakantiegeld moet berekend worden op basis van het verhoogde loon. Heeft de werknemer recht op een werkloosheidsvergoeding, dan zal die ook berekend worden op basis van het verhoogde loon.
Voor werknemers die voor het afsluiten van deze cao uit dienst getreden zijn, zal je bijgevolg een herberekening van het vertrekvakantiegeld moeten doen en de werkloosheiddocumenten moeten aanpassen.

Op andere voordelen, zoals bijvoorbeeld maaltijdcheques of ecocheques, heeft deze loonstijging dan weer geen invloed.

Hoe zal een werknemer kunnen zien of de 1,1% loonstijging toegepast werd?

Omdat er in de socioculturele sector een grote verscheidenheid aan organisaties bestaat, kwamen de sociale partners overeen om de cao 1,1% loonstijging voor iedere betrokken organisatie op dezelfde uniforme wijze toe te passen: door een aparte vermelding ‘VIA6 1,1%’ op de loonfiche op te nemen (ook voor nieuwe werknemers). Dat maakt het duidelijk traceerbaar en controleerbaar voor zowel werkgever als werknemer. De sociale secretariaten werden via de Unie van Sociale Secretariaten op de hoogte gebracht van deze werkwijze.

Waarom werden niet gewoon de barema’s aangepast?

Om foute interpretatie over de toepassing van de cao zoveel mogelijk te vermijden, hebben we ervoor gekozen om de barema’s niet aan te passen.

Het toepassingsgebied van de cao 1,1% loonstijging komt niet overeen met deze van de verschillende cao’s die de loonbarema’s van de deelsectoren vastleggen. Het toepassingsgebied van de cao 1,1% is veel ruimer. Een aanpassing van de barema’s zou dus maar een deel van de organisaties dekken die de cao 1,1% moeten toepassen. De cao 1,1% loonstijging is anderzijds ook niet op de hele socioculturele sector van toepassing. Er zijn nog heel wat organisaties die deze cao niet moeten toepassen.

Door de aanpassing van de barema’s loop je het risico organisaties die de sectorale barema’s vrijwillig volgen mee te trekken in de 1,1% loonsverhoging, terwijl ze daar niet toe verplicht zijn. Anderzijds kunnen organisaties die verplicht zijn om de barema’s toe te passen, maar vrijwillig een hoger loon toekennen aan hun personeel, er verkeerdelijk van uitgaan dat zij de 1,1% niet moeten toepassen. Maar ook een organisatie die hogere lonen toekent dan minimaal verplicht wordt, moet de cao 1,1% loonstijging toepassen.

Op deze manier kan je in het kader van subsidiedossiers elders gefinancierde looncomponenten duidelijk verbijzonderen.

De uniforme toepassing van de cao 1,1% loonstijging voor zowel die organisaties die barema’s toepassen als voor organisaties die dat niet doen, maakt het traceerbaar en controleerbaar voor elke betrokken partij.

En wat met de nieuwe IF.IC-barema’s?

Vanaf 2023 wordt de 1,1% loonsverhoging - samen met het extra budget dat voorzien is in verhouding tot de IPA loonmarge 2023-2024 - mee ingekanteld in de nieuwe barema's. Hoe die nieuwe loonschalen er precies zullen uitzien, weten we na afloop van het IFIC-traject, vermoedelijk in 2023.

Ook interessant

Al je vragen over de eindejaarspremie beantwoord

De eindejaarspremie: wat is het precies, hoeveel bedraagt die exact en ben je verplicht om ze te betalen aan je werknemers? Deze en andere vragen beantwoorden we in dit artikel.

Anderen lazen ook dit:

Verhoging van het algemeen minimumloon vanaf 1 september 2022

In juli 2022 werd de spilindex opnieuw overschreden. Daardoor stijgt ook het algemeen minimumloon (of ggmmi) in onze sector nog maar eens in september 2022 met 2%, tot 1.879,13 euro.

Haard- en standplaatstoelagen (vanaf 1 september 2022)

De werknemers van de door de Vlaamse overheid decretaal gesubsidieerde instellingen voor maatschappelijk opbouwwerk hebben onder bepaalde voorwaarden recht op een aanvulling bij hun baremaloon in de vorm van een haard- of standplaatsvergoeding.

Komaf maken met jouw kopzorgen rond het inzetten van personeel?

Doe net als +800 socioculturele collega-organisaties, en sluit je vandaag nog aan bij Sociare!