Voorrang deeltijdse werknemers bij vacante betrekking
Een deeltijdse werknemer geniet op zijn verzoek voorrang voor het krijgen van een vacant geworden voltijdse betrekking
in de organisatie. Deze voorrang geldt ook voor andere deeltijdse betrekkingen, al dan niet bijkomende, waardoor hij een nieuwe arbeidsregeling verkrijgt die hoger is dan de deeltijdse arbeidsregeling waarin hij reeds werkte.
Voorrangsregeling deeltijdse werknemers
De voorrang geldt wel enkel voor zover de vacante betrekking met zijn huidige functie overeenstemt en voor zover hij de vereiste bekwaamheden bezit. De appreciatiebevoegdheid hieromtrent ligt bij jou als werkgever.
Om de voorrangsregeling te genieten moet de deeltijdse werknemer schriftelijk een aanvraag bij jou indienen. Je moet de ontvangst van de ingediende aanvraag bevestigen. In die bevestiging vermeld je uitdrukkelijk dat de aanvraag van de werknemer tot gevolg heeft dat je de werknemer op de hoogte zult houden. Je moet de aanvraag van de werknemer en een afschrift van het ontvangstbewijs bewaren.
Na die aanvraag moet je aan die deeltijdse werknemer schriftelijk elke vacante voltijdse of deeltijdse betrekking meedelen die dezelfde functie betreft en waarvoor hij de vereiste kwaliteiten bezit. Dat doe je binnen de maand na de vacant verklaring van de betrekking via een aangetekend schrijven, overhandiging met tekening voor ontvangst of digitaal met ontvangstbevestiging. De deeltijdse werknemer moet dan die betrekking bij voorrang toegewezen krijgen als hij daartoe een aanvraag indient.
De mededeling vermeldt de termijn waarbinnen de deeltijdse werknemer moet reageren (minimum een week en maximum een maand). Daarenboven moet de mededeling minstens volgende gegevens over de vacante dienstbetrekking bevatten:
- een beknopte beschrijving van de functie
- de duur van de overeenkomst
- het arbeidsvolume en werkrooster
- de plaats van tewerkstelling
Je bewaart een afschrift van de mededeling, in papieren of elektronische vorm, gedurende zeven jaar.
Een deeltijdse werknemer met behoud van rechten die een inkomensgarantie-uitkering ontvangt is verplicht om zo'n aanvraag in te dienen.
Gaat de deeltijdse werknemer vervolgens niet in op de aangeboden vacante betrekking, dan moet je dit meedelen aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).
De sectorale cao van 16 december 2019 bepaalt ook dat je als werkgever schriftelijk feedback moet geven aan elke werknemer die vragende partij was voor een nieuwe arbeidsovereenkomst én niet weerhouden wordt. De werknemer moet dan persoonlijk en schriftelijk geïnformeerd worden van de beslissing (en de redenen hiertoe). Ook bij intern sociaal overleg komt de toepassing van deze voorrangsregels op de agenda.
Belangrijk om weten: de sectorale cao van 16 december 2019 inzake de stabiliteit in de arbeidsovereenkomsten bevat een bekendmakingsplicht voor alle vacatures in de organisatie, zodat de werknemers die al in dienst zijn, op de hoogte zijn. Deze bekendmakingsplicht is eenvoudig te volbrengen, door een vacature steeds op intranet te plaatsen, een algemene mailing of nieuwsbrief uit te sturen of alle vacatures steeds op je eigen website te plaatsen. Je kunt de vacatures uiteraard ook ad valvas in de organisatie uithangen.
Responsabiliseringsbijdrage
Wanneer de werkgever de voorrangsregeling niet naleeft, is hij een bijkomende bijdrage van 25 euro per deeltijdse werknemer en per maand die verschuldigd.
De responsabiliseringsbijdrage is dan verschuldigd voor het volledige kwartaal en dit vanaf het kwartaal volgend op de vier kwartalen waarin ten minste één bijkomend uur beschikbaar was en aan geen enkele deeltijdse werknemer bij voorrang het beschikbare bijkomende uur of de beschikbare bijkomende uren werden toegekend.
Deze responsabiliseringsbijdrage is enkel verschuldigd door de werkgever van een deeltijdse werknemer in de maanden waarin deze werknemer een inkomensgarantie-uitkering ontvangt.
De responsabiliseringsbijdrage is niet meer verschuldigd vanaf:
- hetzij het kwartaal waarin alle beschikbare bijkomende uren werden toegekend aan ten minste één van de werknemers die een inkomensgarantie-uitkering ontvangt;
- hetzij het kwartaal waarin de werkgever de bijdrage verschuldigd was voor het vierde opeenvolgende kwartaal en er geen enkel bijkomend uur beschikbaar was gedurende deze vier voorgaande kwartalen.
Bovendien moet je als werkgever geen responsabiliseringsbijdrage betalen als je kunt aantonen:
- dat je geen mededeling van de vacante betrekking moest doen, omdat de vacante dienstbetrekking niet tot gevolg heeft dat de overeengekomen arbeidsregeling wordt verhoogd gedurende een ononderbroken periode van tenminste een maand
- dat de werknemer niet in aanmerking kwam voor de toekenning van de bijkomende uren omdat het niet ging om dezelfde functie en hij daarvoor niet de vereiste kwalificaties bezat;
- dat de werknemer niet in aanmerking kwam voor de toekenning van de bijkomende uren omdat het ging om uren die betrekking hebben op prestaties tijdens dezelfde tijdblokken als de prestaties geleverd door de betrokken werknemer;
- dat de werknemer was tewerkgesteld in een andere vestigingseenheid dan de vestigingseenheid waar de bijkomende uren beschikbaar waren;
- dat hij aan de betrokken werknemer alle vacante voltijdse en deeltijdse dienstbetrekkingen heeft aangeboden.
Op basis van de gegevens van de RVA, stelt de RSZ een lijst op van de werkgevers die deeltijdse werknemers tewerkstellen:
- die een inkomensgarantie-uitkering genieten.
- van wie het arbeidsvolume toegenomen is in het lopende kwartaal ten opzichte van het gemiddelde arbeidsvolume van de vier voorgaande kwartalen;
- waarvan geen enkele werknemer zijn contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur heeft zien toenemen met ten minste één uur in de loop van de vier voorgaande kwartalen.
De responsabiliseringsbijdrage is voor het eerst verschuldigd in het tweede kwartaal van 2020.
Bron: kb van 2 mei 2019 tot uitvoering van de bepalingen van de programmawet van 22 december 1989 die betrekking hebben op de voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen, Staatblad 15 mei 2019; artikel 68 programmawet van 25 december 2017, Staatsblad 29 december 2017.
Anderen lazen ook dit:
Relance-uren verlengd tot en met maart 2026
De huidige regeling voor 'de relance-uren' zou aflopen op 30 juni 2025 maar werd al een eerste keer verlengd tot 31 december 2025. De regeling zou een tweede keer worden verlengd tot 31 maart 2026.
Dit in afwachting van het nieuwe systeem dat zou ingaan vanaf 1 april 2026. In dit nieuw systeem worden de regels rond overuren eenvoudiger. Ook wordt het mogelijk om in alle sectoren vrijwillig 360 overuren per jaar te presteren. Dit moet nog worden omgezet in wetgeving.
Let op; deze tweede verlenging is nog niet helemaal in kannen en kruiken. Het gaat om een wetsontwerp. We passen deze pagina aan vanaf de goedkeuring in de Kamer er is.
Ter herinnering: de wet tot uitvoering van het afsprakenkader in het kader van de interprofessionele onderhandelingen voor de periode 2023-2024, voorzag in de herinvoering van de maatregel van de “120 relance-uren” voor de periode van 1 juli 2023 tot 30 juni 2025. Deze wet staat werknemers toe om tussen 1 juli 2023 en 30 juni 2025 120 overuren vrijwillig over te werken naast de gewone 120 vrijwillige overuren per jaar.
Modelclausule arbeidsreglement: contact bij arbeidsongeschiktheid
Als werkgever moet je in het arbeidsreglement een procedure voorzien om contact te behouden met arbeidsongeschikte werknemers. Het doel hiervan is niet om na te gaan of de afwezigheid gegrond is, maar om de terugkeer naar het werk van de werknemer voor te bereiden.
Dit is een nieuwe verplichting die geldt sinds 1 januari 2026. Houd er rekening mee dat je de formele wijzigingsprocedure moet volgen voor deze aanpassing van het arbeidsreglement.
Komaf maken met jouw kopzorgen rond het inzetten van personeel?
Doe net als +900 socioculturele collega-organisaties, en sluit je vandaag nog aan bij Sociare!