Verplicht mobiliteitsbudget vanaf 1 januari 2027
De ministerraad keurde op 9 januari 2026 een voorontwerp van wet goed dat de eerste fase van de hervorming van het mobiliteitsbudget uitvoert, zoals afgesproken in het federale regeerakkoord 2025-2029. Het doel is om de mobiliteit te verduurzamen door werknemers te laten kiezen voor meer duurzame vervoersoplossingen.
Welke verplichtingen heb je?
- Stel je gedurende een periode van meer dan 36 maanden een of meerdere bedrijfswagens ter beschikking, al dan niet onderbroken, dan word je vanaf 1 januari 2027 verplicht om een mobiliteitsbudget voor te stellen aan deze werknemer(s).
- Je mag wachten tot het lopende huurcontract, leasecontract of andere overeenkomst voor het gebruik van die bedrijfswagen is verstreken, vooraleer je de werknemer toestaat de wagen in te ruilen voor een mobiliteitsbudget.
- Je kan je werknemer niet verplichten om te kiezen voor het mobiliteitsbudget. Het blijft dus een vrije keuze van je werknemer. In bepaalde gevallen zal je wel een verplichte keuze kunnen opleggen voor pijler 1 (de emissievrije wagens). De criteria om de keuze te verplichten, moeten verband houden met de functie (bijvoorbeeld iemand die vaak op de baan is) en de legitieme belangen van de organisatie. Ze mogen niet discriminerend zijn en moeten het proportionaliteitsbeginsel naleven.
Welke uitzonderingen bestaan er?
De volgende organisaties vallen niet onder deze verplichting:
- Organisaties die tijdens het kalenderjaar gemiddeld minder dan 15 werknemers tijdens de referteperiode* tewerkstellen;
- Organisaties die tijdens de referteperiode* gemiddeld minder dan 50 werknemers tewerkstellen, en dit tot en met 31 december 2027. Vanaf 1 januari 2028 zullen zij wel onder de bovenstaande verplichting vallen;
- Organisaties die een informatie- en raadplegingsprocedure voeren in het kader van een collectief ontslag met sluiting van onderneming;
- Organisaties die worden erkend als onderneming in moeilijkheden.
*De referteperiode loopt van het vierde kwartaal van het voorlaatste jaar tot en met het derde kwartaal van het vorige jaar. Bij een verplicht aanbod vanaf 1 januari 2027 loopt de referteperiode dus van het vierde kwartaal 2025 tot en met het derde kwartaal 2026.
Vanaf wanneer gaat deze regeling in?
De inwerkingtreding van de nieuwe regels is voorzien op 1 januari 2027.
Het voorontwerp van wet wordt nog voor advies voorgelegd aan de Raad van State, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad.
Let op: dit is nog geen definitieve wetgeving. Zodra dat wel zo is, passen we dit artikel aan.
Anderen lazen ook dit:
Haard- en standplaatstoelagen vanaf 1 februari 2026
De werknemers van de door de Vlaamse overheid decretaal gesubsidieerde instellingen voor maatschappelijk opbouwwerk hebben onder bepaalde voorwaarden recht op een aanvulling bij hun baremaloon in de vorm van een haard- of standplaatsvergoeding.
Verhoging van het algemeen minimumloon vanaf 1 februari 2026
Op 1 februari 2026 stijgt het algemeen minimumloon (of GGMMI). Het GGMMI zal vanaf 1 februari 2026 2.154,11 euro bedragen. De stijging van het algemeen minimumloon heeft ook gevolgen voor het minimumloon in PC 329.03. Dat minimumloon bedraagt 2.279,50 euro vanaf 1 februari 2026.
Komaf maken met jouw kopzorgen rond het inzetten van personeel?
Doe net als +900 socioculturele collega-organisaties, en sluit je vandaag nog aan bij Sociare!