Ga verder naar de inhoud

De centenindex is goedgekeurd: wat verandert er voor de lonen in PC 329?

01.06.2026

In het begrotingsakkoord van 24 november 2025 besliste de federale regering om in 2026 en 2028 een gedeeltelijke beperking van de indexering door te voeren. Deze zogenaamde “centenindex” geldt voor werknemers met een brutoloon boven 4.000 euro. De maatregel werd op donderdag 28 mei 2026 goedgekeurd in het Parlement en verscheen op 30 mei 2026 in het Belgisch Staatsblad.

Wat is de centenindex?

De federale regering wil twee keer een centenindex toepassen: een eerste keer vanaf 1 juni 2026 en een tweede keer vanaf 1 januari 2028. Voor lonen onder 4.000 euro bruto per maand verandert er niets. Deze lonen zullen nog altijd automatisch geïndexeerd worden.

Maar de brutolonen boven 4.000 euro zullen minder snel stijgen. Op het deel brutoloon boven 4.000 euro wordt geen procentuele indexering meer berekend.

Hoe bereken je de centenindex?

Je berekent de centenindex op het bruto maandelijks vast baremiek of contractueel basisloon. De drempel van 4.000 euro geldt voor het voltijdse loon. Voor deeltijdse werknemers bereken je die grens naar verhouding (pro rata). De grens van 4.000 euro bruto per maand zal voor de tweede loonmatigingsperiode (vanaf 1 januari 2028) worden aangepast.

De volgende extralegale voordelen tellen bijvoorbeeld niet mee:

  • een bedrijfswagen
  • maaltijdcheques, ecocheques, ...
  • premies en bonussen.

Concreet in PC 329: de baremieke en reële lonen stijgen met 2% van het referteloon, begrensd tot 4.000 euro.

Voorbeeld

Werknemer Bruto maandloon Normale index (+2%) Centenindex
Kaat (voltijds)
€ 3.000
€ 3.060
€ 3.060
Mo (voltijds)
€ 4.500
€ 4.590
€ 4.580
Chloé (voltijds)
€ 5.000
€ 5.100
€ 5.080
Mark (50% - deeltijds)
€ 2.200
€ 2.244
€ 2.240
  • Omdat Kaat minder dan 4.000 euro verdient, is er geen indexbeperking.
  • De bruto maandlonen van Mo en Chloé worden begrensd tot 4.000 euro. Zij krijgen dus allebei een verhoging met 80 euro, nl. 2% op 4.000 euro (in plaats van 90 of 100 euro). Het deel van het loon van Mo en Chloé boven 4.000 euro wordt dus niet mee geïndexeerd.
  • Mark is een deeltijdse werknemer met een arbeidsregime gelijk aan 50%. Het deeltijds loon van Mark gelijk aan 2.200 euro moet omgezet worden naar een fictief voltijds loon, nl. 4.400 euro (= 2.200 euro x 2). De centenindex is hier dus ook op van toepassing en Mark ontvangt dus maar een beperkte indexering (2.240 euro in plaats van 2.244 euro).


Wat in het geval van een brutoloonruil?

Zet een werknemer via een brutoloonruil (bijvoorbeeld in het kader van een fietslease) een deel van het brutoloon om? Dan zal je rekening moeten houden met dit aangepaste (verlaagde) brutoloon om na te gaan of de centenindex al dan niet moet worden toegepast. In deze situatie is er ook een bijlage bij de arbeidsovereenkomst gesloten waarin je het aangepaste brutoloon hebt opgenomen. Je baseert je dus op dit bedrag.

Wat met de opbrengst?

Werkgevers moeten via een specifieke tijdelijke bijdrage, de zogenaamde loonmatigingsbijdrage, de helft van de uitgespaarde 'gewone' indexering doorstorten aan de RSZ. Met andere woorden: de helft van het deel dat je niet moet betalen, gaat naar de RSZ.

Voorbeeld

Jamila verdient 5.000 euro bruto per maand en de indexering bedraagt 2%. Door de centenindex wordt er 20 euro minder geïndexeerd op haar loon van 5.000 euro. Inclusief een patronale bijdrage van 34% komt de totale besparing op 26,8 euro. De helft daarvan (13,4 euro) moet je doorstorten aan de RSZ.

De loonmatigingsbijdrage zal door de RSZ geïnd worden samen met de bijdragen voor het betreffende kwartaal. De loonmatigingsbijdrage is verschuldigd tot de dag waarop de uitwerking van de loonmatiging van de 1e periode is bereikt voor alle sectoren waarop een indexeringsmechanisme van toepassing is. Nadien is er voor de tweede loonmatigingsperiode opnieuw de loonmatigingsbijdrage verschuldigd.

Er kan nog een KB komen dat de regels bepaalt voor de berekening, aangifte en inning van de bijzondere loonmatigingsbijdrage.

Moet je de loonmatigingsbijdrage zelf berekenen?

Als je gebruikt maakt van de sectorbarema's of huisbarema's die gekend zijn door jouw sociaal secretariaat, moet je in principe zelf niets berekenen. Je sociaal secretariaat zal dit voor jou doen. Werk je met huisbarema's die niet gekend zijn bij het sociaal secretariaat? Dan zal je wel zelf de loonmatigingsbijdrage moeten berekenen. Je neemt het best contact op met je sociaal secretariaat, zodat je hier op voorhand afspraken over kan maken.

Vanaf wanneer wordt de centenindex toegepast?

De centenindex treedt in werking op 1 juni 2026.

In onze sector indexeren de lonen twee maanden na overschrijding van de spilindex. Volgens de laatste prognose van het Planbureau zou de volgende overschrijding van de spilindex plaatsvinden in juni 2026, waardoor de lonen in onze sector in augustus 2026 opnieuw zouden stijgen. Dat betekent dat de centenindex in augustus 2026 voor de eerste keer zal toegepast moeten worden.

Bron

Programmawet van 30 mei 2026 (zie artikelen 56 e.v.).

Anderen lazen ook dit:

Tijdelijke verhoging van de tussenkomst woon-werkverkeer - brandstoftoeslag

Om tegemoet te komen aan de fors gestegen olieprijzen zou het mogelijk zijn (onder voorbehoud, er is nog geen publicatie wetgeving) om tijdelijk een verhoging toe te passen voor het woon-werkverkeer van de maanden mei, juni en juli 2026.

In onze sector betaal je vandaag al een verplichte tussenkomst aan werknemers die voor het woon-werkverkeer hun eigen wagen gebruiken.

In onze paritaire comités is deze vergoeding gebaseerd op de tabellen met de tarieven voor vervoer met de trein.

 Je kan op basis van deze tijdelijke maatregel de vergoeding tijdelijk verhogen met maximaal 20% én maximaal 0,10 € per kilometer. Je bent niet verplicht om dat te doen.

De maatregel is er alleen voor werknemers die zich verplaatsen:

  • met hun eigen voertuig: een personenwagen, een bestelwagen of een motorfiets, inclusief elektrische of hybride voertuigen
  • met een bedrijfswagen, als er geen volledige of gedeeltelijke werkgevers-tussenkomst is in de laad- of brandstofkosten (dus alleen voor werknemers zonder een tank- of laadkaart).

Vergoedingen aan werknemers die officieel carpoolen komen ook in aanmerking.

Maak je gebruik van deze mogelijkheid? Dan moet je dit schriftelijk vastleggen. Dit kan bijvoorbeeld via een organisatie-cao, het arbeidsreglement, de arbeidsovereenkomst of een bijlage daarbij, maar ook eenvoudig via een communicatie via e-mail, een melding op het intranet of door een vermelding op de loonbrief.

De verhoging wordt bekeken ten opzichte van de ‘referentievergoeding’. Dit is de vergoeding per kilometer die je toekende op 1 april 2026.

Aanpassing maximumbedrag kilometervergoeding

Het eerder bekendgemaakte maximale bedrag voor de kilometervergoeding voor dienstverplaatsingen (bij kwartaalaanpassing) wordt voor de maand april 2026 aangepast van 0,4327 euro per kilometer naar 0,4571 euro per kilometer.

Voor de maand mei 2026 bedraagt de maximumvergoeding 0,4780 euro per kilometer (voorlopig bedrag, onder voorbehoud van publicatie omzendbrief).

In het kader van de energiesteun en fors gestegen brandstofprijzen is er een tijdelijke aanpassing van de berekeningswijze en nieuw maximumbedrag voor de maanden april, mei en juni ’26.

Voor de maand juni ’26 volgt begin juli '26 nog nieuw verhoogd maximumbedrag.


Komaf maken met jouw kopzorgen rond het inzetten van personeel?

Doe net als +900 socioculturele collega-organisaties, en sluit je vandaag nog aan bij Sociare!