Ga verder naar de inhoud

Personen in beroepsopleiding: sinds 2020 ook verzekerd bij een arbeidsongeval

25.09.2020

Sinds 1 januari 2020 zijn alle personen met een leerwerkcontract beschermd tegen arbeidsongevallen. Alle personen die arbeid verrichten in het kader van een opleiding tot betaalde arbeid, vallen vanaf die datum onder de arbeidsongevallenwet.

Wie wordt als werkgever beschouwd?

1) In de meeste gevallen is dat de organisatie waar de persoon in opleiding arbeidsprestaties verricht. Dat is het uitgangspunt.

Die organisatie is dus verplicht de werkgeversverplichtingen ten aanzien van die persoon in opleiding te vervullen. Dit betekent dat die onderneming verantwoordelijk is voor:

  • het verrichten van de Dimona-aangifte
  • het afsluiten van een arbeidsongevallenverzekering die de personen in opleiding tegen de risico’s van arbeids(weg)ongevallen verzekert,
  • de aangifte van de arbeids(weg)ongevallen.

2) Voor bepaalde categorieën van personen in opleiding wordt afgeweken van het uitgangspunt en is het de instantie die de opleiding organiseert, zoals VDAB, Actiris, Syntra. In die gevallen wordt die instantie als ‘werkgever’ beschouwd voor de toepassing van de Arbeidsongevallenwet.

Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico’s, stelde een niet-limitatieve lijst op van de opleidingsovereenkomsten (kleine statuten) en van de respectieve werkgevers. Deze zal worden aangepast worden naargelang nieuwe opleidingen worden ingevoerd en huidige verdwijnen.

Op de website van Fedris staat deze lijst van de verschillende leerwerkcontracten.

Op verzoek van Fedris wordt een systeem van specifieke aangifte voorzien voor stagiairs die niet in de DmfA moeten opgenomen worden. De specifieke aangifte gebeurt via een verrijkte Dimona-aangifte.


Wat is dat, een verrijkte Dimona-aangifte?

Voor deze stagiairs zal er een Dimona aangifte met een nieuw gecreëerd type ‘STG’ moeten uitgevoerd worden. Deze vervangt voor een groot deel de Dimona ‘DWD’ (Dimona without DmfA) die vroeger gevraagd werd voor een aantal van de niet-onderworpen stagiairs. Het gaat om een verrijkte Dimona waarbij een aantal extra gegevens moeten meegegeven worden:

  • de gedekte periode
  • wanneer de aangifte gebeurt door de stagegever, het begin en het einde van de stageperiode
  • wanneer de aangifte gebeurt door de opleidingsinstelling / school, de periode gedurende welke stageactiviteiten kunnen worden uitgeoefend; voor scholen die stagiairs uitsturen komt dit overeen met het begin en het einde van het schooljaar
  • een begin - en einddatum is dus verplicht
  • of het gaat om een arbeider of bediende
  • aangifte van de risicoklasse voor arbeidsongevallen:
  • wanneer de aangifte moet gebeuren door de stagegever, volgt die dezelfde regels als voor zijn gewone werknemers: enkel in te vullen indien de stagiair behoort tot een risicoklasse die verschillend is van de voornaamste activiteit van de werkgever. In geval van twijfel neemt de stagegever best contact op met zijn verzekeraar
  • wanneer de aangifte moet gebeuren door de school, de opleidingsinstelling, het vormingscentrum of de regionale arbeidsbemiddelingsdienst moet dit gegeven niet ingevuld worden.
  • Om welk statuut het gaat
  • F1 : indien vergoedingsstelsel arbeidsongevallen zoals dat van de leerlingen (stagiairs met een bezoldigde leer-, stage- of ervaringsovereenkomst niet onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen)
  • F2 : indien afwijkend vergoedingsstelsel (stagiairs met een in principe niet-bezoldigde stage- of ervaringsovereenkomst – deze categorieën worden in het uitvoeringsbesluit vastgesteld)

Instapstages en Individuele Beroepsopleidingen behouden hun specifieke Dimona type (respectievelijk ‘TRI’ en ‘IVT’), maar bij de Dimona moeten sinds 1 januari 2020 ook bovenstaande gegevens worden meegegeven.

Eenmaal de Dimona aangifte gedaan, is ze definitief. Als gegevens niet correct zijn of moeten worden gewijzigd, moet de Dimona geannuleerd worden en opnieuw uitgevoerd. Dit zal niet als 'laattijdig' worden beschouwd.

Welke bescherming genieten de personen die arbeid verrichten in het kader van een beroepsopleiding?

De regeling is verschillend van deze voorzien voor werknemers.

Zij vallen onder het stelsel van de bijzondere regeling, die is opgenomen in de Arbeidsongevallenwet voor leerlingen.

De kleine statuten - zowel de reeds bestaande als elk nieuw bijkomend statuut - worden opgedeeld in twee types van dekking en bijhorend vergoedingssysteem:

  • Onder het eerste type vallen de meeste leerlingen en stagiairs. Ze zijn volledig gedekt. In de lijst van Fedris wordt deze bescherming aangeduid met de code ‘F1’.
  • Onder het tweede type is de sociale bescherming beperkter, omdat de personen in opleiding geen inkomsten hebben (bv. personen in een Activeringsstage VDAB). Deze personen vallen onder de zogenaamde bijzondere regeling die in de lijst van Fedris wordt aangeduid met de code ‘F2’.

Wat is gedekt onder de bijzondere regeling type 1?

  • naast de ongevallen op de werkplaats: ook de ongevallen die zich voordoen in de school of opleidingsinstelling en op de trajecten van en naar de school of opleidingsinstelling
  • de kosten van geneeskundige verzorging worden terugbetaald overeenkomstig de Arbeidsongevallenwet;
  • het basisloon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de vergoedingen voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid is gelijk aan:
    • 12 x het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen
    • of, voor minderjarigen, aan het minimumbedrag van het basisloon voor minderjarige werknemers, zolang de getroffene minderjarig is en de vorming geen einde neemt
    • het basisloon voor de berekening van de vergoedingen, wegens een blijvende arbeidsongeschiktheid of het overlijden van de getroffene, wordt vastgesteld op 18 x het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen.

Wat is gedekt onder de bijzondere regeling type 2?

Hier worden géén vergoedingen voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid uitbetaald.

Wat valt er wel onder:

  • de verzekeringsdekking is beperkt tot de praktijkwerkzaamheden in de organisatie en de trajecten van en naar de onderneming
  • de terugbetaling van de kosten van geneeskundige verzorging is beperkt tot het remgeld dat na tussenkomst van de ziekteverzekering ten laste van de getroffene blijft
  • het basisloon voor de berekening van de vergoedingen, wegens een blijvende arbeidsongeschiktheid of het overlijden van de getroffene, wordt vastgesteld op 12 x het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen.

Opgelet: opleidingen, buiten enig wettelijk kader ingericht, blijven buiten het toepassingsgebied van de Arbeidsongevallenwet.


Bronnen:

1. wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, staatsblad 17 januari 2019

2.kb van 29 juli 2019 tot uitvoering van afdeling 1 van het hoofdstuk 2 van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken betreffende de ‘kleine statuten’, staatsblad 2 september 2019

Anderen lazen ook dit:

Telethuiswerk: hoe organiseer ik het praktisch in coronatijden?

Om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, is het telethuiswerk de regel bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent, in de mate dat de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten en de dienstverlening dit toelaat. Je maakt hier best praktische afspraken over met je werknemers, afgestemd op de huidige situatie. Lees meer in deze update.

25-dagenregel wordt in 2021 50-dagenregel voor bepaalde functies

Monitoren die werken onder de zogenaamde 25-dagenregel of artikel 17 mogen in 2021 uitzonderlijk 50 in plaats van 25 dagen presteren. Dat wordt bepaald door een koninklijk besluit. De maatregel gaat retroactief in vanaf 1 januari 2021.

Komaf maken met jouw kopzorgen rond het inzetten van personeel?

Doe net als +800 socioculturele collega-organisaties, en sluit je vandaag nog aan bij Sociare!