Ga verder naar de inhoud

FAQ: het sectorpensioen voor paritair comité 329.01

01.12.2020

Eind 2011 gaven de sociale partners het startschot voor het aanvullend pensioenstelsel van de Vlaamse social profitsector. Sinds 2012 krijgen de rechthebbende werknemers van (onder andere) PC 329.01 jaarlijks een pensioenfiche en betaalt het Pensioenfonds aanvullende pensioenen uit. Wij verzamelden in deze FAQ enkele vragen die bij jou en je werknemers kunnen rijzen.

Welke werknemers krijgen het sectorpensioen?

Elke werknemer die op of na 1 januari 2010 door een arbeidsovereenkomst verbonden is met een organisatie uit de Vlaamse social profitsector, krijgt een aansluiting bij het sectorpensioen.

Volgende sectoren vormen samen de Vlaamse social profitsector:

  • socioculturele sector (PC 329.01)
  • diensten voor gezins- en bejaardenhulp (PC 318.02)
  • opvoedings- en huisvestingsinstellingen en -diensten (PC 319.01)
  • beschutte en sociale werkplaatsen (PC 327.01)
  • kinderopvang en gezondheidsinstellingen en -diensten (PC 331)

Daarbij is niet bepalend of de organisatie subsidies krijgt van de Vlaamse overheid. Ook de aard van de arbeidsovereenkomst is niet relevant (arbeider- bediende, onbepaalde - bepaalde duur, voltijds - deeltijds).

Deze categorieën van werknemers kunnen geen aanspraak maken op een sectoraal pensioen:

  • in België gedetacheerde werknemers van in het buitenland gevestigde werkgevers
  • uitzendkrachten
  • werknemers met een studentenovereenkomst
  • werknemers met een ibo-contract (individuele beroepsopleiding)
  • arbeidszorgmedewerkers en personen met een tewerkstelling in het kader van
  • artikel 60§7 van de ocmw-wet of in het kader artikel 78 van het kb van 25 november 1991, tenzij er een arbeidsovereenkomst is
  • werknemers die werken terwijl zij een wettelijk pensioen krijgen
  • erkende beroepsjournalisten tijdens de periode die in aanmerking komt voor het
  • wettelijk aanvullend pensioen voor erkende beroepsjournalisten, geregeld door het kb van 27 juli 1971
  • ngo-coöperanten die in het buitenland werken en voor wie er een aansluiting is bij de Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid (DOSZ)
  • niet aan rsz onderworpen werknemers die occasioneel sociaal-cultureel werk verrichten (in het kader van de zogenaamde 25-dagenregel)
  • leerlingen waarvoor geen rsz-bijdragen betaald worden (onder meer stagiairs met beroepsinlevingsovereenkomst (bio) en leerlingen met een overeenkomst voor socioprofessionele inpassing erkend door de gemeenschappen en gewesten)

De aansluiting is verplicht en gebeurt op de datum van indiensttreding. Elke aangesloten werknemer krijgt een pensioenrekening waarop hij of zij het pensioenbedrag spaart.

Wie betaalt voor dat sectorpensioen?

De financiering van het sectorpensioen gebeurt door jaarlijkse overheidsdotaties en aanvullende werkgeversbijdragen. Er is geen persoonlijke bijdrage van de werknemers.

De vijfjaarlijkse Vlaamse Intersectorale Akkoorden (VIA) tussen de Vlaamse overheid, de vakbonden en Verso bepalen het bedrag van de jaarlijkse overheidsdotaties. De concrete bedragen kan je nakijken in de integrale VIA-teksten.

Een protocol gesloten tussen de vakbonden en Verso bepaalt dat een deel van de 0,25% korting op de door te storten bedrijfsvoorheffing, na aftrek van de vzw-basisbijdrage voor het Sluitingsfonds, als aanvullende werkgeversbijdrage naar het sectorpensioen gaat. Sociare sluit sinds 2008 jaarlijks een cao in PC 329.01 die de omvang van die werkgeversbijdrage vastlegt. De RSZ int de bijdrage automatisch, via je sociaal secretariaat, samen met de andere sociale bijdragen.

Sinds 2016 is de basisbijdrage voor het Sluitingsfonds 0,02% per kwartaal. De rest – 0,23% (incl. 8,86% rsz-bijdrage[) – gaat dus naar het sectorpensioen. In praktijk betaal je de bijdrage alleen in het 3de en 4de kwartaal. 0,23% x 2 geeft een bijdrage van 0,46%, berekend op het brutoloon voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen.

Van 2008 tot 2015 betaalde je volgende bijdragen voor het sectorpensioen:

Sluitingsfonds (per kwartaal) 2de pensioenpijler (per kwartaal) inning
0,063%
0,187%
4de kwartaal aan 0,74%
0,13%
0,12%
3de en 4de kwartaal aan 0,24%
0,05%
0,20%
3de en 4de kwartaal aan 0,39% per kwartaal
0,01%
0,24%
3de en 4de kwartaal aan 0,48% per kwartaal

Organisaties kunnen een vrijstelling krijgen van de verplichting om de werkgeversbijdrage voor het sectorpensioen door te storten, op voorwaarde dat:

  • zij een eigen pensioenplan hebben dat (qua werkgeversbijdragen) minstens gelijkwaardig is aan het aanvullend sectorpensioen
  • dat dat plan ontstaan is vóór 6 juni 2005 (datum van het VIA3)
  • dat plan in gelijke mate van toepassing is op alle werknemers van de organisatie, en gehandhaafd blijft zonder waardevermindering.

Organisaties die een vrijstelling willen aanvragen moeten daarvoor jaarlijks een aanvraag indienen bij het Sociaal Fonds 329.01 tot financiering tweede pensioenpijler. Hoe dat precies in z'n werk gaat lees je hier.

Let op: na 2012 worden geen nieuwe (eerste) vrijstellingsaanvragen meer aanvaard.

Hoeveel sectorpensioen krijgen mijn werknemers?

Werknemers krijgen een sectorpensioen gelijk aan het totaal gespaarde bedrag op hun pensioenrekening, verhoogd met een financieel rendement.

Het gespaarde bedrag op de pensioenrekening bestaat uit forfaitaire toelagen die het Pensioenfonds jaarlijks stort, rekening houdend met de prestaties van de werknemer in de sector tijdens het kalenderjaar. Sinds 2012 sluit Sociare jaarlijks een cao in PC 329.01 die de omvang van de toelage en de eventuele gelijkstellingregels voor niet-gewerkte periodes vastlegt.

Een cao van 21 februari 2012 bepaalt de omvang van de eerste toelage die op de pensioenrekeningen werd gestort. Die houdt rekening met:

  • het aantal gewerkte trimesters in 2010 voor werknemers die op of na 1 januari 2010 in dienst kwamen van een organisatie uit PC 329.01 of een van de andere deelnemende sectoren en in dienst bleven gedurende minstens twee opeenvolgende trimesters in de periode tot 31 december 2010
  • of het aantal gewerkte trimesters in de periode 2006-2010 voor werknemers die op 1 januari 2010 in dienst waren van een organisatie uit PC 329.01 of een van de andere deelnemende sectoren en in de periode 2006-2010 minstens twee opeenvolgende trimesters in dienst waren van zo een organisatie

Daarbij telt een trimester mee als en in de mate dat de werknemer effectieve prestaties levert en/of afwezig is met loon waarop rsz-bijdragen ingehouden worden. Het Fonds neemt trimesters zonder of met minder dan 50% tewerkstelling in aanmerking als trimesters met 50% tewerkstelling. Een volledig gewerkt trimester (100%) geeft recht op een forfaitaire toelage van 10 euro. De som van de bekomen trimesters en trimesterdelen wordt afgerond tot de dichtstbijzijnde eenheid.

Voorbeelden:

  • een werknemer met een 4/5de-contract, in dienst getreden op 1 juli 2010, kreeg op zijn pensioenrekening een toelage van 20 euro (2 trimesters x 80% = 1,6 trimester, afgerond 2 trimesters x 10 euro)
  • een werknemer met een voltijds contract, in dienst sinds 1 januari 2010, die in het tweede trimester van 2010 twee maanden arbeidsongeschikt was (een maand met gewaarborgd loon van de werkgever en een maand met uitkeringen van het ziekenfonds) en een maand (4 weken) vakantie nam, kreeg op zijn pensioenrekening een toelage van 40 euro (1 trimester x 66% = 0,66 trimester + 3 trimesters = 3,66 trimester, afgerond 4 trimesters x10 euro)
  • een werknemer met een voltijds contract, in dienst sinds 1 januari 2009, die in het eerste trimester 2010 (voltijds) ouderschapsverlof nam, kreeg op zijn pensioenrekening een toelage van 80 euro (1 trimester x 50% = 0,5 trimester + 7 trimesters = 7,5 trimesters, afgerond 8 trimesters x 10 euro)
  • een werknemer met een voltijds contract, in dienst sinds 1 januari 2004, kreeg op zijn pensioenrekening een toelage van 200 euro (20 trimesters x 10 euro)

Ook werknemers van organisaties met een vrijstelling van bijdrageplicht kregen dezelfde toelage. De toelage voor de periode 2006-2010 heeft immers alleen de gestorte overheidsdotaties voor die jaren als berekeningsbasis. En daar hebben alle werknemers recht op.

Pas vanaf het jaar 2011 berekent het Pensioenfonds ook een toelage op basis van de gestorte werkgeversbijdragen. Die bijkomende toelage stort zij alleen aan werknemers van organisaties die werkgeversbijdragen betalen (en dus geen vrijstelling hebben). Werknemers van organisaties met een vrijstelling van bijdrageplicht hebben daar immers geen recht op, met een beperkt sectorpensioen tot gevolg.

Voor het jaar 2011 en later gebeurt de toekenning van de toelage bovendien anders dan bij de toelage 2006-2010. Er wordt concreet rekening gehouden met de contractuele tewerkstelling in het betrokken jaar van de werknemers die dat jaar in dienst waren van een organisatie uit PC 329.01 of een van de andere deelnemende sectoren.

Voor de toelagen tot en met het jaar 2017 gold als bijkomende voorwaarde dat de werknemer in dienst bleef gedurende minstens twee opeenvolgende trimesters sinds 1 januari 2006. Die voorwaarde geldt niet meer vanaf de toelage die gestort wordt voor het jaar 2018. Een deeltijdse werknemer krijgt deze toelage in verhouding tot zijn contractuele arbeidstijd in het betrokken jaar, als volgt uitgedrukt in een breuk:

gemiddeld aantal werkuren per week van de werknemer / gemiddeld aantal werkuren per week van de maatpersoon

De toekenning van de toelage van het jaar 2012 en daarna gebeurt ten slotte ook voor de periode gedekt door een verbrekingsvergoeding.

Pensioentoelage per trimester 2011 2012 2013 2014 + 2015 2016 + 2017 2018
werknemer van organisatie met bijdrageplicht
33,75 euro
30 euro
30 euro
30 euro
30 euro
37,5 euro
werknemer van organisatie zonder bijdrageplicht
6 euro
5 euro
13,5 euro
12 euro
13,76 euro
21,26 euro

Voorbeelden:

  • een werknemer met een 4/5de-contract (30,4/38), in dienst getreden op 1 juli 2015 bij een organisatie zonder vrijstelling van bijdrageplicht, krijgt voor 2015 op zijn pensioenrekening een toelage van 12 euro (30 euro x 30,4/38 x 2/4 trimesters). Dezelfde werknemer in dienst bij een organisatie met vrijstelling van bijdrageplicht krijgt een toelage van 4,8 euro (12 euro x 30,4/38 x 2/4 trimesters).
  • een werknemer met een voltijds contract, in dienst bij een organisatie zonder vrijstelling van bijdrageplicht sinds 1 januari 2006, die in het tweede trimester van 2015 twee maanden arbeidsongeschikt was (een maand met gewaarborgd loon van de werkgever en een maand met uitkeringen van het ziekenfonds) en een maand (4 weken) vakantie nam, krijgt voor 2015 op zijn pensioenrekening een toelage van 120 euro. (Was die werknemer in dienst bij een organisatie met vrijstelling van bijdrageplicht, dan kreeg hij een toelage van 48 euro.)
  • een werknemer met een voltijds contract, in dienst bij een organisatie zonder vrijstelling van bijdrageplicht sinds 1 januari 2009, die in het eerste trimester 2015 (voltijds) ouderschapsverlof nam, krijgt voor 2015 op zijn pensioenrekening een toelage van 120 euro. (Was die werknemer in dienst bij een organisatie met vrijstelling van bijdrageplicht, dan kreeg hij een toelage van 48 euro.)
  • een werknemer in dienst bij een organisatie zonder vrijstelling van bijdrageplicht sinds 1 januari 2004, die op 1 oktober 2015 overschakelde van een voltijds naar een halftijds contract, krijgt voor 2015 op zijn pensioenrekening een toelage van 105 euro [(120 euro x 38/38 x ¾ trimesters) + (120 euro x 19/38 x ¼ trimesters)]. (Was die werknemer in dienst bij een organisatie met vrijstelling van bijdrageplicht, dan kreeg hij een toelage van 10,5 euro [(12 euro x 38/38 x ¾ trimesters) + (12 euro x 19/38 x ¼ trimesters)].

Goed om te weten: het pensioenfonds verhoogt het gespaarde bedrag op de pensioenrekeningen met het behaalde financieel rendement uit beleggingen. Die oprenting gebeurt vanaf de valutadatum tot op het ogenblik waarop de werknemer met pensioen gaat of overlijdt. Bij uitbetaling aan de werknemer of zijn nabestaanden of bij overdracht van het sectorpensioen aan een andere pensioeninstelling moet het toegekende rendement minimaal het niveau bereiken dat artikel 24 van de Wet aanvullende pensioenen voorschrijft. Bij goede beleggingsresultaten kan het Pensioenfonds daar bovenop een winstdeelname toekennen.

De werknemer krijgt van dat sectorpensioen het nettobedrag, dus na sociale en fiscale inhoudingen:

  • sociale inhoudingen: een bijdrage aan het RIZIV van 3,55% op het brutobedrag van het sectorpensioen, en een solidariteitsbijdrage aan de Federale Pensioendienst, tot hoogstens 2%. Het percentage is afhankelijk van het totale brutobedrag van het sectorpensioen en van de gezinstoestand van de werknemer (alleenstaand of gezinslast)
  • fiscale inhoudingen: voor uitbetalingen bij leven na 30 juni 2013 geldt een bedrijfsvoorheffing van 20,19% op 60 jaar*, 18,17% op 61 jaar*, 16,66% op 62, 63 en 64 jaar en als de werknemer bewijst dat hij tot die leeftijd actief gebleven is 10,09% vanaf 65 jaar, anders 16,66%). Actief blijven betekent in principe effectief een voltijdse beroepsactiviteit uitoefenen. De fiscus stelt enkele periodes van verminderde of niet-activiteit daarmee gelijk.

Voor uitbetalingen bij leven sinds 1 januari 2019 geldt het gunstigste tarief van 10% ook voor werknemers die het kapitaal opvragen vóór de leeftijd van 65 jaar en die bewijzen dat zij zowel minstens 45 loopbaanjaren hebben, als dat zij tot die leeftijd ononderbroken actief gebleven zijn

*Bij uitbetaling naar aanleiding van pensionering op de leeftijd van 60 of 61 jaar (vervroegd pensioen) geldt echter nog altijd het voordeligere tarief van 16,5%

Voorbeeld:

Een werknemer heeft bij zijn vervroegd pensioen op 63 jaar in 2019 recht op een sectorpensioen van 300 euro bruto. De werknemer die niet voldoet aan de voorwaarden voor het voordelig belastingtarief van 10% (zie boven) krijgt van het pensioenfonds een nettobedrag van 241,14 euro (+/- 80% van het brutobedrag):

  • brutobedrag: 300 euro
  • riziv-bijdrage (3,55%): 10,65 euro
  • solidariteitsbijdrage (0 tot 2%): 0 euro
  • belastbare basis: 289,35 euro
  • bedrijfsvoorheffing (16,66%): 48,21 euro
  • nettobedrag: 241,14 euro

Het jaar na de uitbetaling neemt de werknemer het bedrag van het sectorpensioen op in zijn belastingaangifte op basis van een fiscale fiche 281.11 die hij van het Pensioenfonds krijgt. Afhankelijk van de toepasselijke gemeentelijke opcentiemen betaalt de werknemer al dan niet nog bij na de definitieve belastingaanslag.

Bevat het sectorpensioen naast een pensioenvoordeel (en overlijdensdekking) nog andere voordelen?

Nee, voorlopig niet. De vakbonden en Verso kwamen in een protocol overeen dat het Pensioenfonds de beperkte financiële middelen in de opstartfase alleen inzet voor de opbouw van een pensioenvoordeel.

Het protocol bepaalt wel dat zodra de financiële middelen dit mogelijk maken, het Pensioenfonds een bijkomend solidariteitsvoordeel kan invoeren. Dat bijkomend voordeel kan bijvoorbeeld inhouden dat het Pensioenfonds een uitkering betaalt aan de nabestaanden bij inkomstenverlies als gevolg van het overlijden van de werknemer of de pensioenopbouw voortzet tijdens het faillissement (en tot zes maanden nadien) van de werkgever.

Beïnvloedt het sectorpensioen het wettelijk pensioen van mijn werknemers?

Nee. Het sectorpensioen is een aanvullend pensioen (tweede pijler) en komt dus bovenop het volledige wettelijk pensioen (eerste pijler) van je werknemers.

Wie beheert het sectorpensioen tot de uitbetaling ervan aan mijn werknemers?

Elk paritair comité van de Vlaamse socialprofitsector heeft een fonds voor bestaanszekerheid dat als inrichter fungeert van het sectorpensioen. Voor PC 329.01 is dat het Sociaal Fonds 329.01 tot financiering tweede pensioenpijler. Dat fonds heeft onder meer als taak de financieringsmiddelen van het sectorpensioen te innen en door te storten aan het Pensioenfonds van de Vlaamse Non-Profit/socialprofitsector, dat de gelden verder beheert.

Beide fondsen worden paritair beheerd door de sociale partners van de sector (waaronder Sociare) en staan onder toezicht van de Vlaamse overheid en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). Het Pensioenfonds besteedt enkele beheerstaken uit aan externe gespecialiseerde dienstverleners. Elke aangeslotene kan op zijn schriftelijk verzoek een exemplaar van het jaarlijks beheersverslag (het zogenaamde ‘transparantieverslag) van het Pensioenfonds ontvangen.

Wanneer en hoe krijgen mijn werknemers hun sectorpensioen uitbetaalt?

  • Het Pensioenfonds betaalt het sectorpensioen uit wanneer de werknemer zijn of haar wettelijk pensioen opneemt. Dus in principe wanneer hij of zij de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar bereikt of vervroegd, wanneer hij of zij de vereiste leeftijd en loopbaan kan combineren. De werknemer die zijn of haar wettelijk pensioen opneemt, krijgt van het Pensioenfonds automatisch het formulier F 130.08 waarmee hij of zij het sectorpensioen kan opvragen
  • Het Pensioenfonds betaalt het sectorpensioen normaal in één keer uit (als kapitaal). Op vraag van de werknemer kan het Pensioenfonds het sectorpensioen in principe ook omzetten in een maandelijks of driemaandelijks betaalde rente, tenzij het gaat om kleine bedragen (< 500 euro rente op jaarbasis). Bijgevolg is die omzetting de eerstvolgende jaren nog niet mogelijk.
  • Het Pensioenfonds betaalt geen voorschotten op het gespaarde pensioenkapitaal uit.

Wat als mijn werknemer uit dienst treedt?

  • Als de werknemer binnen de twee trimesters na zijn uitdiensttreding het werk hervat bij een organisatie binnen de Vlaamse social profit die deelneemt aan het sectorpensioen , dan blijft hij aangesloten bij het sectorpensioen.
  • Zo niet, is er sprake van uittreding uit het sectoraal pensioenstelsel en moet hij kiezen wat hij met het gespaarde sectorpensioen doet:
    • bij het Pensioenfonds laten tot hij recht heeft op uitbetaling
    • (kosteloos) overdragen naar het pensioenplan van de nieuwe werkgever
    • (kosteloos) overdragen naar een gemachtigde pensioeninstelling die de totaliteit van zijn winsten proportioneel verdeelt onder de aangeslotenen en de kosten beperkt

De werknemer kan het gespaarde bedrag dus niet overdragen naar zijn persoonlijk pensioensparen (derde pijler).De werknemer informeert het Pensioenfonds over zijn keuze via het formulier 130.13, dat hij automatisch krijgt. Stuurt de werknemer dat formulier niet terug binnen 30 dagen, dan beheert het Pensioenfonds het gespaarde sectorpensioen verder tot de werknemer recht heeft op de uitbetaling ervan.

Als de werknemer na zijn uitdiensttreding opnieuw werkt bij een werkgever in de Vlaamse social profitsector, beschouwt het Pensioenfonds hem niet als een nieuwe aangeslotene en wordt zijn oude pensioenrekening dus gereactiveerd, tenzij hij bij uittreding koos om zijn reserves over te dragen naar een andere pensioeninstelling.

Wat als een werknemer na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd blijft werken voor mijn organisatie?

Zodra de werknemer zijn wettelijk rustpensioen opneemt (al dan niet vervroegd) kan hij ook zijn sectorpensioen opvragen. Gaat de werknemer in rustpensioen, maar blijft hij nadien nog prestaties leveren voor je organisatie (of elders in de Vlaamse social profitsector) dan geven die geen recht meer op een (extra) sectorpensioen. De werknemer behoort dan immers tot een uitgesloten werknemerscategorie.

Voor de werknemer die zijn wettelijk rustpensioen nog niet opneemt en aan de slag blijft in de Vlaamse social profitsector blijft het Pensioenfonds per gewerkt trimester toelagen storten op zijn pensioenrekening (zelfs na zijn 65 jaar). De uitbetaling van het gespaarde pensioenbedrag en het behaalde financieel rendement gebeurt dan als de werknemer zijn wettelijk pensioen opneemt.

Wat als mijn werknemer overlijdt voor zijn of haar pensionering?

Als je werknemer overlijdt voor zijn of haar wettelijk rustpensioen, dan betaalt het Pensioenfonds het op dat ogenblik gespaarde pensioenbedrag, samen met het behaalde financieel rendement uit aan de rechthebbende nabestaanden:

  • aan de echtgeno(o)t(e) van de werknemer voor zover niet van tafel en bed of feitelijk gescheiden of in een procedure tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed
  • als die er niet is, aan de wettelijk samenwonende (die geen bloedverwant is)
  • als die er niet is, aan de kinderen
  • als die er niet zijn, aan de door de werknemer aangeduide perso(o)n(en)
  • als die er niet zijn, aan de ouders
  • als die er niet zijn, aan het Pensioenfonds

Als de werknemer niet gehuwd of wettelijk samenwonend is en geen kinderen heeft, kan hij of zij aanduiden wie het sectorpensioen krijgt bij zijn of haar vroegtijdig overlijden. Daarvoor moet hij of zij een aangetekend formulier F130.05 bezorgen aan het fonds, dat hij vindt op www.pensioensocialesector.org.

De aangeduide persoon blijft begunstigde bij overlijden tot de werknemer:

  • een andere persoon als begunstigde aanduidt
  • huwt
  • wettelijk samenwoont
  • kinderen heeft
  • het pensioenkapitaal opvraagt naar aanleiding van zijn pensionering

Het Pensioenfonds bezorgt aan de nabestaanden van een overleden werknemer met woonplaats in België automatisch alle documenten voor de uitbetaling van het sectorpensioen. De uitbetaling van het sectorpensioen van een overleden werknemer met woonplaats buiten België vereist wel een aangifte door de nabestaanden bij het Pensioenfonds. Zij doen dat met een formulier F130.04, dat zij vinden op www.pensioensocialesector.org.

Als er zich geen begunstigden aanmelden binnen een periode van 10 jaar na het overlijden wordt de voorziene uitkering bij overlijden vereffend ten voordele van het Pensioenfonds.

De rechthebbende nabestaande krijgt een nettobedrag, dus na sociale en fiscale inhoudingen . Als er meerdere begunstigden zijn, krijgt elke begunstigde een evenredig deel van dat nettobedrag. Het jaar na de uitbetaling neemt de begunstigde het uitbetaalde sectorpensioen op in zijn belastingaangifte op basis van een fiscale fiche 281.11, die hij van het Pensioenfonds krijgt. Afhankelijk van de toepasselijke gemeentelijke opcentiemen betaalt hij al dan niet nog bij na de definitieve belastingaanslag.

De rechthebbende nabestaande krijgt het sectorpensioen ook als hij of zij verzaakt aan de erfenis van de overleden werknemer (bv. omwille van hoge schulden). Het sectorpensioen staat immers los van de erfenis. Het uitbetaalde sectorpensioen is in principe wel onderworpen aan successierechten, tenzij de betaling gebeurt aan de echtgeno(o)t(e) of een kind jonger dan 21 jaar.

Moet ik mijn werknemers informeren over het sectorpensioen?

Nee. De aangesloten werknemers krijgen alle informatie over hun rechten en verplichtingen van het Pensioenfonds. Zo krijgen alle actief aangeslotenen jaarlijks een individuele pensioenfiche met onder andere:

  • het gespaarde pensioenbedrag (incl. rendement) op 1 januari van het voorgaande jaar (bedrag van de vorige pensioenfiche)
  • het gespaarde pensioenbedrag (incl. rendement) op 1 januari van het lopende jaar (som bedrag vorige pensioenfiche + nieuwe toelage + rendement)
  • het sectorpensioen dat zijn nabestaanden zouden krijgen bij vroegtijdig overlijden tijdens het lopende jaar

In het najaar van 2015 lanceerde het Pensioenfonds van de Vlaamse Non-Profit/socialprofitsector ook een online toepassing waarmee actief én passief aangeslotenen vlot en veilig hun persoonlijk dossier kunnen raadplegen.

Met hun elektronische identititeitskaart kunnen werknemers zo:

  • hun persoonlijke gegevens raadplegen
  • hun pensioenfiches elektronisch raadplegen
  • enkele simulatie maken van hun sectorpensioen op 65 jaar

Werknemers die gebruik willen maken van de online toepassing kunnen zich registeren via www.mybenefit.be.

Sinds 2017 krijgt elke aangeslotene zijn pensioenfiche elektronisch toegestuurd in zijn e-box, gelinkt aan www.mypension.be. Alleen werknemers die voor het eerst een fiche ontvangen of die er expliciet voor kiezen, krijgen de fiche ook nog op papier. Aangeslotenen die de sector verlaten hebben kunnen hun persoonlijk dossier alleen nog raadplegen via www.mybenefit.be.

Om de kosten voor het Pensioenfonds de drukken, is de (automatische) keuze voor elektronische fiches aan te moedigen. Zo krijgt het Pensioenfonds meer ruimte om middelen toe te wijzen aan de pensioenrekeningen.

Werknemers van organisaties met maatschappelijke zetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of in een faciliteitengemeente kunnen kiezen in welke taal zij de documenten willen krijgen. Zij doen hun taalkeuze via het formulier F 130.22, dat zij terugvinden op www.pensioensocialesector.org.

Moet ik het Pensioenfonds informeren over de rechthebbende werknemers in mijn organisatie?

Nee. Het Pensioenfonds krijgt via de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid (KSZ) alle nodige gegevens over rechthebbende werknemers en hun tewerkstelling in uw organisatie. De KSZ beschikt immers over die informatie op basis van je Dimona- en DmfA-aangiftes aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Zo bezorgt het sectorpensioen je geen bijkomend administratief werk.

Kunnen we een groepsverzekering behouden, uitbreiden of invoeren nu er ook een sectorpensioen bestaat?

Ja, dat kan. Je kan nog altijd een nieuwe groepsverzekering invoeren of een bestaande groepsverzekering behouden waarmee je op organisatieniveau een aanvullend pensioen voor je werknemers opbouwt. Het sectoraal pensioenstelsel staat immers volledig los van een eigen pensioenregeling op organisatieniveau.

Werknemers die voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden van de groepsverzekering én het sectorpensioen bouwen dan ook een aanvullend pensioen op in beide stelsels.

Het bestaan van het sectorpensioen creëert zelfs extra mogelijkheden:

  • omdat het sectorstelsel (voorlopig nog) geen ‘sociaal plan’ is, heb je op organisatieniveau de mogelijkheid om een sociale groepsverzekering in te voeren. Wat je meerdere voordelen oplevert (onder andere een belastingvrijstelling op de werkgeverspremies).
  • ook organisaties zonder groepsverzekering kunnen een individuele pensioentoezegging (ipt) doen, op voorwaarde dat al hun werknemers onder het sectorpensioen vallen. Het sectorpensioen is dan immers de vereiste ‘collectieve pensioentoezegging’ waarop de ipt een aanvulling vormt.

Belangrijk om weten is wel dat:

  • de sanctie bij een eventuele overschrijding van de fiscale 80%-grens eerst geldt voor de werkgeversbijdragen betaald aan de groepsverzekering op organisatieniveau
  • als je groepsverzekering aan bepaalde voorwaarden voldoet, je een vrijstelling van bijdrageplicht aan het sectorpensioen kan verkrijgen. Je werknemers krijgen dan ook een sectorpensioen, maar beperkter in omvang.
  • je het voordeel van de groepsverzekering op organisatieniveau kunt afstemmen op het sectorvoordeel. Zo kan je bijvoorbeeld de werkgeversbijdragen die je betaalt in het kader van een vastebijdragenplan op organisatieniveau, verminderen met de werkelijke of maximale werkgeversbijdragen die je betaalt aan het sectorpensioen en/of met de forfaitaire toelagen die je werknemer uit het sectorpensioen krijgt. Contacteer ons gerust voor meer informatie.
  • als je een groepsverzekering of ipt wilt invoeren of wilt/moet wijzigen, je daarvoor een formele procedure moet volgen. De formele procedure is verschillend al naar gelang van de inhoud van de (gewenste of bestaande) groepsverzekering en de aan- of afwezigheid van een overlegorgaan in de organisatie.
  • als je een nieuwe groepsverzekering of ipt wilt invoeren of de werkgeverstoelagen in een bestaande toezegging wilt verhogen, je rekening moet houden met de toepasselijke loonnorm (maximale marge voor de loonkostontwikkeling) van het betrokken kalenderjaar, tenzij wanneer het om een zogenaamde ‘sociale groepsverzekering’ gaat.

Kan ik beslissen om als organisatie niet deel te nemen aan het sectorpensioen?

Nee, dat kan niet. Alle organisaties uit de Vlaamse socialprofitsector die op of na 1 januari 2010 werknemers met een arbeidsovereenkomst tewerkstellen, vallen verplicht onder het toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel. Een uitsluiting/uittreding uit het toepassingsgebied of opting-out is niet mogelijk. Als je organisatie een groepsverzekering heeft die aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan je wel een vrijstelling van bijdrageplicht krijgen. Je organisatie neemt dan wel deel aan het sectorpensioen, maar betaalt geen bijdragen. Als gevolg daarvan krijgen uw werknemers een sectorpensioen, maar alleen vanuit de overheidsdotaties.

Kunnen mijn werknemers vrijwillig (hogere) bijdragen betalen voor het sectorpensioen?

Nee, dat kan niet. Een extra aanvullend pensioen voor je werknemers kan je alleen opbouwen door bijkomende werkgeversbijdragen te storten in een groepsverzekering op organisatieniveau. Je werknemers kunnen eventueel ook een persoonlijke bijdrage betalen in het kader van zo een groepsverzekering (tweede pijler) of in het kader van een persoonlijk pensioensparen (derde pijler). Het pensioenfonds faciliteert dus ook geen vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW).

Kan een nieuwe werknemer het pensioenbedrag dat hij of zij spaarde bij een vorige werkgever, overdragen naar het Pensioenfonds?

Ja, een werknemer die voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden van het sectorpensioen kan dat. Het volstaat dat hij of zij via de vorige werkgever of pensioeninstelling de overdracht regelt. Die bezorgt het formulier F 130.19 aan het Pensioenfonds. De verdere afhandeling gebeurt tussen het Pensioenfonds en de vorige werkgever en pensioeninstelling. Zodra de overdracht rond is, krijgt de werknemer daarvan bericht van het Pensioenfonds.

Meer lezen?

Nog meer te weten komen over het sectorpensioen? Dan kan op de volgende plaatsen:

Anderen lazen ook dit:

Loonnorm 2021-2022

De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) spreekt zich uit over de maximaal beschikbare marge voor de loonkostenontwikkeling om onze concurrentiepositie tegenover de buurlanden te beschermen. Deze marge bedraagt 0,4% voor de periode 2021-2022.

Consumptiecheque: een nieuw loonvoordeel

De regering heeft een solidaire relancemaatregel genomen die het mogelijk maakt voor werkgevers om (elektronische) consumptiecheques te geven aan hun werknemers die daarmee zwaar getroffen sectoren, zoals de horeca en de cultuursector, kunnen ondersteunen.

De cheques zijn volledig vrijgesteld van belastingen en socialezekerheidsbijdragen en moeten niet aangerekend worden op de loonnorm voor de periode 2019-2020.

Komaf maken met jouw kopzorgen rond het inzetten van personeel?

Doe net als +800 socioculturele collega-organisaties, en sluit je vandaag nog aan bij Sociare!