Ga verder naar de inhoud

Federaal regeerakkoord: werkgeverschap

09.10.2020

Na lang wachten heeft België een nieuwe federale regering onder leiding van premier Alexander De Croo en daar hoort ook een federaal regeerakkoord bij. De volledige tekst vind je hier.

We sommen de belangrijkste voorstellen van de regering die een impact zullen hebben op werkgevers en werknemers. Die moeten de komende jaren nog omgezet worden in concrete regelgeving.

Relance en transitie

  • De regering zal geval per geval beoordelen of bepaalde tijdelijke steunmaatregelen die tijdens de Corona-crisis genomen werden, verlengd of gewijzigd worden.
  • Als alternatief voor een verdere verlenging van het corona- ouderschapsverlof wordt tijdelijke werkloosheid wegens overmacht aangewend, voor ouders van wie de kinderen niet meer naar school of crèche kunnen door COVID-19
  • De steunmaatregelen worden afgebouwd en vervangen door een sociaaleconomisch relanceplan met een aantal korte termijn doelstellingen, maar ook een kader voor de langere termijn.
  • Het akkoord benadrukt ook de nood aan een investeringsplan, dat duidelijk en stabiel is doorheen de tijd. Dit plan heeft tot doel om de transitie naar een duurzame en veerkrachtige economie te maken

Arbeidsmarkt

  • Tegen 2030 is de doelstelling om een werkzaamheidsgraad van 80% te bereiken. Dit vereist dat ook wordt gewerkt op de huidige inactiviteitsgraad, die momenteel 22,8 % bedraagt in de categorie van 25 tot 64 jaar. In dat licht organiseert de federale regering jaarlijks een werkgelegenheidsconferentie om concrete actieplannen uit te werken en te evalueren, samen met de deelstaten, de sociale partners en andere stakeholders.
  • In samenspraak met de sociale partners bekijkt de regering hoe artikel 39ter van de Arbeidsovereenkomstenwet kan worden hervormd en uitvoerbaar kan worden gemaakt. Die bepaling zou moeten toelaten om een deel van de opzegtermijn of -vergoeding in te vullen met maatregelen die de inzetbaarheid van de werknemer na ontslag verhogen (vorming, outplacement, begeleiding, …).
  • De regering zal, in overleg met de sociale partners en de deelstaten, inzetten op vorming en opleiding van werknemers doorheen hun loopbaan.
    • De ambitie is op termijn te komen tot een individueel opleidingsrecht van 5 opleidingsdagen voor elke werknemer en een 'individuele opleidingsrekening'
    • Er komen fiscale voordelen voor organisaties die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan reglementair voorzien
  • Mensen die inactief zijn op de arbeidsmarkt worden aangemoedigd en geholpen om de stap naar werk te zetten. Het gaat in het bijzonder over mensen met een leefloon, langdurig zieken en mensen met een handicap.
  • De re-integratie van langdurig zieken op het werk en de arbeidsmarkt wordt verder versterkt, in overleg met de sociale partners. De responsabilisering van alle betrokken actoren, dit wil zeggen werkgevers, werknemers en artsen (huisarts, arbeidsarts, adviserend arts) is hierbij van groot belang, zowel op vlak van preventie als op vlak van re-integratie. Wanneer de organisatie en het beheer van de re-integratietrajecten op punt is gezet, inclusief de nodige ondersteuning, worden in dat kader ook financiële prikkels onderzocht.
  • De strijd voor diversiteit en tegen alle vormen van discriminatie krijgt bijzondere aandacht:
    • Invoering van academische monitoring van diversiteit en discriminatie op sectorniveau.
    • De toepassing van de bestaande discriminatietoetsen wordt verbeterd.
    • De regering zal maatregelen nemen om werkgevers bewust te maken van het belang van non-discriminatie tijdens de hele loopbaan, van de aanwerving tot het einde van de loopbaan.
  • Bijzondere aandacht is er voor de activiteits- en werkgelegenheidsgraad van de oudere werknemers. Om de effectieve loopbaanduur op te trekken, wil de regering maatregelen nemen rond de eindeloopbaanregeling, onder andere via deeltijds pensioen (zie verder), zachte landingsbanen, vorming en heroriëntatie doorheen de loopbaan, en door overdracht van knowhow tussen generaties te bevorderen.
  • De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zal op korte termijn een studie afleveren over het verband tussen loon en anciënniteit. De regering vraagt aan de (sectorale) sociale partners om op deze basis een debat over het verloningspakket op te starten.
  • Er is ook specifieke aandacht voor (alleenstaande) ouders. De regering onderzoekt welke financiële en andere drempels ze kunnen wegnemen, zodat het voor hen gemakkelijker wordt om werk en gezin te combineren.
  • De regering start een overleg op met de sociale partners over de vereenvoudiging, harmonisering en optimalisering van de verschillende verlofstelsels, met specifieke aandacht voor de motieven zorg en combinatie van werk en gezin.
  • De nieuwe regelgeving betreffende de ‘unieke’ verblijfsvergunning (single permit) wordt aangepast. Er komt een elektronisch platform voor de aanvragen.

Arbeidsorganisatie

  • De strijd tegen stress en burn-out blijft belangrijk en wordt verder gevoerd, in samenwerking met de sociale partners. De ervaring die werd opgebouwd bij de recente (piloot)projecten door de Nationale Arbeidsraad wordt daarbij meegenomen.
  • Voor telewerk zal de regering in samenwerking met de sociale partners een interprofessioneel kader uitwerken dat toelaat meer flexibiliteit af te spreken terwijl de bescherming van de werknemers wordt gewaarborgd.
  • De regering stelt, in overleg met de sociale partners, de voorwaarden vast waarbinnen afwijkingen op de standaard arbeidsduur en arbeidstijd kunnen worden ingevoerd voor ondernemingen met een syndicale delegatie of die sociale verkiezingen organiseren, en dit met respect voor de wetgeving rond arbeidstijd.
  • Het welzijn op het werk en de combinatie van privé- en beroepsleven moeten verder worden verbeterd, in overleg met de sociale partners. Het beperken van verplaatsingen en het verkorten van de woon-werk trajecten maken daar ook deel van uit.
  • Het systeem van de huidige RSZ bijdragevermindering voor de collectieve arbeidsduurvermindering – dat niet zo populair is - wordt geëvalueerd en desgevallend aangepast.
  • De regering roept de sociale partners op om op het niveau van de sectoren of ondernemingen het loopbaansparen voor iedere werknemer toegankelijk te maken. In het kader van dat overleg kunnen zij aan de regering voorstellen om andere elementen dan deze opgenomen in de wet werkbaar en wendbaar werk, toe te voegen.
  • De regering zal het systeem van de werkgeversgroepering in overleg met de sociale partners evalueren en – indien nodig – verbeteren. De regering zal het concept van een “entreprise libérée” samen met de sociale partners onderzoeken.
  • De regering spoort werkgevers en werknemers aan om langere perioden van tijdelijke werkloosheid aan te wenden om opleiding te volgen.
    • Met de deelstaten wordt overlegd om een opleidingsaanbod te organiseren voor werknemers van wie de tijdelijke werkloosheid een langere of meer structurele duur heeft.
    • De regering onderzoekt samen met de sociale partners hoe werknemers die op structurele tijdelijke werkloosheid komen, tijdelijk tewerkgesteld kunnen worden bij een andere werkgever, met de mogelijkheid om terug te keren zodra de activiteit zich herstelt.
  • De regering zal met de sociale partners het ‘Europees Kaderakkoord over de digitalisering in de wereld van werk’ van 23 juni 2020 uitrollen, waarin ook de mogelijkheid tot deconnecteren wordt besproken.
  • De regering voert in overleg met de betrokken sectoren een nieuwe regeling inzake verenigingswerk in, die in werking zal treden op 1 januari 2021. Daarbij houdt ze rekening met de opmerkingen gemaakt door het Grondwettelijk Hof in haar arrest van 23 april 2020.
  • De regering zal in overleg met de sector en de sociale partners bekijken hoe ze het sociaal statuut voor de artiesten verder kunnen hervormen. De overheid formuleert precieze, objectieve en eerlijke voorstellen voor bestaande en opkomende kunstenaars, die alle stadia van het creatieve werk versterken, van repetitie tot performance tot publicatie tot verkoop.

Inzetten op hernieuwbare energie

  • Alle nieuwe bedrijfswagens moeten tegen 2026 broeikasgasvrij zijn.
  • De regering zal een kader uitwerken waarbij werknemers die geen aanspraak maken op een bedrijfswagen ook een mobiliteitsbudget kunnen krijgen van hun werkgever. Zo worden duurzame mobiliteitsalternatieven (openbaar vervoer, fietsen, CO2-neutrale auto’s, …) en het dicht bij het werk (gaan) wonen gestimuleerd.

Gendergelijkheid

  • Er komt een hervorming van de verlofstelsels voor ouders, zodat er een evenwichtigere verdeling mogelijk wordt tussen mannen en vrouwen bij de opvang van en de zorg voor kinderen. Het geboorteverlof zal stapsgewijs uitgebreid worden van 10 naar 20 dagen voor vaders en mee-moeders.

Pensioenen

  • Het wettelijk minimumpensioen zal geleidelijk verhogen richting 1.500 euro netto voor een volledige loopbaan.
  • De effectieve loopbaanduur moet hoger. Dat kan onder meer via het deeltijds wettelijk pensioen. Het deeltijds pensioen:
    • is een aanvullende regeling inzake het einde van de loopbaan, die de andere, bestaande regelingen niet zal vervangen (landingsbanen, loopbaanonderbreking, vervroegd pensioen,…)
    • zal toegankelijk zijn voor alle werkenden (werknemers, zelfstandigen en ambtenaren) die voldoen aan de voorwaarden voor het vervroegd pensioen.
  • De herintroductie van de pensioenbonus. Vanaf het moment waarop men voldoet aan de voorwaarden voor het vervroegd pensioen, begint men een extra stukje wettelijk pensioen op te bouwen. De regeling komt er voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren.
  • Tegen september 2021 komt er een concreet voorstel om de financiële en sociale houdbaarheid van het pensioenstelsel te garanderen.
  • In het aanvullend pensioen (tweede pijler) moet de harmonisering tussen arbeiders en bedienden tot een goed einde worden gebracht. Tegelijkertijd moeten de sociale partners bekijken hoe elke werknemer gedekt kan worden door een aanvullend pensioenplan met een bijdrage van minstens 3% van het brutoloon.

Koopkracht

  • Het minimumpensioen zal geleidelijk worden opgetrokken richting 1.500 euro netto voor een volledige loopbaan (zie hierboven).
  • De laagste uitkeringen zullen geleidelijk worden opgetrokken richting de armoedegrens.
  • Het minimumbedrag voor de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wordt vervroegd, van de zevende maand naar de tweede maand arbeidsongeschiktheid.
  • Er worden specifieke modaliteiten voorzien om inactiviteitsvallen te vermijden.
  • Voor mensen met een handicap zal de prijs van de liefde en prijs van de arbeid verder worden teruggedrongen om volwaardig te kunnen participeren aan de maatschappij.
  • (Extra) werken moet altijd financieel aantrekkelijk zijn voor de betrokkene en zijn gezin.
  • Om de koopkracht van de werkenden te verhogen kunnen fiscale en parafiscale maatregelen worden genomen om het nettoloon te verhogen. Daarbij worden niet alleen maatregelen genomen ten aanzien van de laagste lonen, maar ook ten aanzien van de lagere middenlonen.

Sociale zekerheid

  • De grote verschillen tussen de stelsels van sociale zekerheid (werknemer, zelfstandige en ambtenaar) moeten worden aangepakt, met respect voor verworven rechten. De regering zal hiertoe tegen eind 2021 een voorstel formuleren.
  • De aanpak van sociale dumping en sociale fraude blijft een prioriteit. Daarnaast zal de regering ook de strijd opvoeren tegen sociale fraude binnen de uitkeringsstelsels en tegen het zwartwerk.
  • De overheid ondersteunt de oprichting van een sociale Europol, die er mee belast wordt om de detachering van werknemers op Europees niveau te controleren.

Heel wat voornemens, die als alles goed gaat in de komende jaren zullen worden omgezet in regelgeving. Daarin benadrukt de regering het belang van het sociaal overleg en de wens om op een constructieve manier in dialoog te gaan met de sociale partners over de verschillende sociaaleconomische thema’s.

We volgen dit vanuit Sociare op de voet, rechtstreeks, via de sectorfederaties en Unisoc, en houden jullie op de hoogte.

Bron: Verslag van de formateurs d.d. 30 september 2020.

Anderen lazen ook dit:

Voorakkoord VIA6: 577 miljoen euro extra voor meer personeel en hogere lonen

Deze ochtend hebben de werkgevers en werknemers uit de Vlaamse social profitsectoren een ontwerp van voorakkoord voor VIA6 bereikt met de Vlaamse regering. Sociare maakt deel uit van de onderhandelingsdelegatie voor dit nieuwe, intersectorale akkoord.

VIA6, dat loopt van 1 januari 2021 tot 31 december 2025, bepaalt de principes en het budgettaire kader voor een substantiële koopkrachtverhoging voor het personeel in de Vlaamse social profitsectoren, maar investeert ook in kwalitatieve jobs, meer mensen op de werkvloer en vernieuwde strategieën in de zoektocht naar nieuwe medewerkers. Het akkoord heeft betrekking op 179.718 vte in zowel de private als de publieke social profit.

VIA-middelen voor 2020: bedragen en timing

De VIA-bedragen 2020 en de concrete tussenkomsten voor organisaties onder PC 329.01 liggen vast. Benieuwd naar het bedrag voor jouw organisatie? Lees dan snel verder.

Komaf maken met jouw kopzorgen rond het inzetten van personeel?

Doe net als +800 socioculturele collega-organisaties, en sluit je vandaag nog aan bij Sociare!