FAQ: Tax shift

vrijdag 13/10/2017

De federale regering voert sinds 2016 een tax shift in om de loonkosten te drukken, in verschillende etappes. Wat betekent dat precies voor onze sectoren?

Wat is de tax shift?

Op 10 oktober 2015 bereikte de federale regering een akkoord over de begroting en de zogenaamde tax shift. Daarmee wil ze de lasten op arbeid doen dalen door de sociale bijdragen voor zowel werknemers als werkgevers te laten dalen.

De verminderde sociale bijdragen zouden dan gecompenseerd worden via andere belastingregimes zoals belastingen op milieuvervuiling en consumptie. De financiering van de tax shift is echter nog niet volledig rond.

In juli 2017 bevestigde de federale regering wel haar intentie de volledig tax shift uit te voeren.

Wat is het verschil tussen de profit en social profit sectoren in de tax shift?

De Belgische economie is opgedeeld in sectoren die vervolgens worden gegroepeerd in categorieën. De tax shift maakt een onderscheid tussen de verschillende categorieën in de manier waarop de sociale bijdragen verminderen. De drie categorieën zijn:

  • De private sectoren en enkel socialprofitsectoren: rsz-categorie 1
  • De meeste socialprofit- of maribelsectoren: rsz-categorie 2
  • De sociale en beschutte werkplaatsen: rsz-categorie 3

Voor sectoren onder rsz-categorie 1, waaronder ook PC 304, dalen de rsz-werkgeversbijdragen naar 25% tegen 2020. Bestaande structurele kortingen en de korting van 1% op het brutoloon op de door te storten bedrijfsvoorheffing verdwijnen echter. Die maakten overigens dat de reële rsz-bijdrage gemiddeld al halverwege de formele 33% en de vooropgestelde 25% ligt. Voor de verdere overbrugging van de kloof begroot men nu dus extra middelen.

Voor de rsz-categorieën 2 en 3, waaronder ook onze sector, is in een evenredig extra budget voorzien van 476,6 miljoen tegen 2020. Dat budget wordt niet ingezet voor de verlaging van het nominale bijdragepercentage, maar in een versterking van de structurele bijdragevermindering en de sociale maribel.

Samen met de bestaande middelen in de sociale en fiscale maribel houdt onze sector daarmee gelijke tred met de lastenvermindering voor de profitsector, en gaan we dus ook ‘virtueel’ naar 25%.

Hoe worden de middelen voor de social profit besteed?

De middelen voor de socialprofitsectoren onder categorie 2 worden gespreid over de komende jaren als volgt ingezet:

  • 50% voor een structurele lastenverlaging.
  • 45% voor de sociale maribel
  • 5% voor de ziekenhuizen

Dat betekent dat elke werkgever in PC329.01 en PC329.03 een impact zal zien op de directe loonkost. Daarnaast beslissen de verschillende maribelfondsen elke onafhankelijk over de inzet van de middelen.

Wat is de impact van de tax shift op mijn directe loonkost?

De helft van de middelen voor onze sector gaan naar een versterking van de structurele bijdragevermindering. De structurele bijdrage vermindering bestaat traditioneel uit drie componenten die zorgen voor een vermindering op de sociale bijdragen:

  • Een forfaitaire vermindering
  • Een vermindering voor lage lonen onder een bepaalde loongrens
  • Een vermindering voor hoge lonen boven een bepaalde loongrens

Voor de tax shift kreeg onze sector geen forfaitaire vermindering en kwamen weinig lonen in aanmerking voor een bijkomende vermindering voor lage lonen. De taks shift verhoogt echter de grens van de lage lonen en voert een forfaitaire vermindering in, toepasbaar op alle werknemers. Dat laatste is nieuw en betekent dat ook organisaties in onze sector een directe lastenverlaging krijgen op alle lonen. Sociare is tevreden met die stap, een verdienste van unisoc, mede onder impuls van Sociare. De hoge loongrens blijft behouden op hetzelfde niveau.

De forfaitaire vermindering

De forfaitaire vermindering is een vast bedrag en wordt niet aangepast aan indexatie. De taks shift voorziet twee stappen.

  • op 1/4/2016: 24 euro per kwartaal per voltijdse werknemer
  • op 1/1/2018: 49 euro per kwartaal per voltijdse werknemer

De lage loongrens

Voor de invoering van de taks shift bedroeg de lage loongrens 6.150 euro per kwartaal, waardoor enkel bruto lonen onder 20.50 euro per maand konden rekenen op een bijkomende verminderingen. De taks shift verhoogt die grens volgens volgend groeipad:

  • op 1/4/2016: 7110 of een maandloon van 2.370 euro
  • op 1/1/2018: 7218 of een maandloon van 2.406 euro
  • op 1/1/2019: 7590 of een maandloon van 2.530 euro

Ter info: de lage loongrens volgt de index, waardoor de bedragen telkens wijzigen.

Wat is de impact van de tax shift op mijn toekenning sociale maribel?

Per kwartaal per rechtgevende werknemer stort de RSZ een bedrag aan het bevoegde socialemaribelfonds. In het kader van de tax shift verhoogt dat bedrag in verschillende stappen:

  • 1 april 2016: 443,86 euro
  • 1 januari 2018: 465,29 euro
  • 1 januari 2019: 482,67 euro
  • 1 januari 2020: 504,10 euro

Het maribelfonds 329.01 en 329.03 beslissen beiden autonoom over de inzet van de middelen

In 2016 verhoogde het maribelfonds 329.01 de maximale subsidie per vte al van 41.500 euro naar 43.000 euro. Daarnaast kende ze aan verschillende organisatie een hogere of een nieuwe toekenning toe, met jobcreatie in de sector tot gevolg. Het maribelfonds 329.03 besliste de maximale subsidie gradueel te verhogen: van 36.000 euro voor de taks shift, naar 39.000 in 2017.  

Uitgebreide informatie over sociale maribel leest u in de FAQ sociale maribel en in de syllabus