FAQ Alternerend leren - Deeltijds leren en werken

maandag 18/02/2019

Alternerende opleidingen geven leerlingen de kans om gedurende hun opleiding tegelijk ook ervaring en kennis op te doen op de werkvloer. Als organisatie kan je deze leerlingen tewerkstellen en hen zo de mogelijkheid geven om binnen jouw organisatie opgeleid te worden op de werkvloer.

Om een leerling in het kader van leren en werken in je onderneming of organisatie (privé of publiek) op te leiden, heb je een erkenning als werkplek nodig. Je moet een erkenning hebben voor elke alternerende opleiding waarvoor je een overeenkomst wil sluiten én voor elke vestiging waar je leerlingen wil opleiden. Deze vestigingen moeten in het Vlaamse gewest of het Brussels hoofdstedelijk gewest liggen.

De rechtsgronden voor het stelsel werken en leren werden geharmoniseerd in het kaderdecreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen. In het besluit van 8 juli 2016 werden de verdere modaliteiten uitgewerkt.

Deze FAQ geeft een korte toelichting over het concept alternerend leren. Ook het concept duaal leren wordt verduidelijkt. Daarnaast wordt kort het leren en werken in de socioculturele sector toegelicht. En ten slotte worden de financiële stimuli beschikbaar voor werkgevers in het kader van leren en werken opgesomd.

Inhoud

1.      Wat is een alternerende opleiding?

2.      Wat is duaal leren?

3.      Welke overeenkomst dien je hiervoor af te sluiten?

4.      Welke partijen zijn betrokken?

4.1.       De leerling.

4.2.       De erkende organisatie.

4.3.       De opleidingsverstrekker.

5.      Modaliteiten.

6.      De vergoeding.

7.      Afwezigheden.

8.      Beëindiging van de overeenkomst van alternerende opleiding.

9.      Deeltijds leren en werken: specifiek voor de socioculturele sector.

10.        Financiële voordelen.

 

1.     Wat is een alternerende opleiding?

Een alternerende opleiding is een opleiding die een leerling deels in een opleidingsinstelling en deels op de werkvloer volgt.

Een alternerende opleiding wordt in het kaderdecreet van 10 juni 2016 als volgt omschreven:

In deze opleidingen worden contactonderwijs bij een opleidingsverstrekker en opleiding op de werkplek gecombineerd. Beide componenten beogen samen de uitvoering van één enkel opleidingsplan en zijn daarom inhoudelijk en organisatorisch op elkaar afgestemd.

2.     Wat is duaal leren?

Duaal leren maakt deel uit van het breder begrip alternerend leren.

Duaal leren kan worden omschreven als een geïntegreerd duaal stelsel van leren en werken in het secundair onderwijs. Het gaat om een onderwijsvorm die zich richt op de arbeidsmarkt, waardoor de opleidingen zich beperken tot het technisch- en beroepssecundair onderwijs.

Op 1 september 2016 startte het proefproject ‘schoolbank op de werkplek’. Onderwijsinstellingen en syntra-lesplaatsen konden deelnemen aan dit proefproject en zo duale studierichtingen aanbieden.

In 2017 werd het aantal studierichtingen uitgebreid.

Vanaf 1 september 2019 wordt het duaal leren definitief geïmplementeerd in het voltijds secundair onderwijs (BUSO, TSO en BSO), in het deeltijds beroepssecundair onderwijs en in leertijd.

3.     Welke overeenkomst dien je hiervoor af te sluiten?

Voor het uitvoeren van de alternerende opleiding heb je de keuze tussen 3 mogelijke contracten:

1)     Je kan een overeenkomst van alternerende opleiding afsluiten (OAO). In dit geval dient de opleiding op de werkvloer jaarlijks minstens 20uur per week te bedragen. Wettelijke feest- en vakantiedagen worden niet meegeteld.

2)     Je kan een stageovereenkomst alternerende opleiding afsluiten (SAO). Dit kan betrekking hebben op 2 situaties:

  • Het gaat om een duale opleiding die door de Vlaamse Regering wordt erkend. In dit geval bedraagt de opleiding op de werkvloer jaarlijks minder dan 20uur per week. Wettelijke feest- en vakantiedagen worden niet meegeteld.
  • Het gaat om een opleiding die uitsluitend plaatsvindt op een gesimuleerde werkplek.

3)     Ten slotte kan je in bepaalde gevallen ook een deeltijdse arbeidsovereenkomst afsluiten waarop de arbeidsovereenkomstenwet van toepassing zal zijn:

  • Je valt als organisatie onder het toepassingsgebied van artikel 1 van het KB van 18 juli 2002. Meer bepaald werkgevers die ressorteren onder het paritair comité 329 komen in aanmerking.
  • Het betreft een opleiding binnen het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO) die niet als duaal wordt erkend door de Vlaamse Overheid. De opleiding op de werkvloer bedraagt jaarlijks minder dan 20uur per week. Wettelijke feest- en vakantiedagen worden niet meegeteld.

4.     Welke partijen zijn betrokken?

De overeenkomsten gesloten in het kader van een alternerende opleiding zijn steeds 3-partijenovereenkomsten.

4.1.                    De leerling

In de eerste plaats zal de leerling deel uitmaken van deze overeenkomst. Het begrip leerling heeft betrekking op elke regelmatige leerling of zijn wettelijke vertegenwoordiger die onder een onderwijsdecreet- of regelgeving valt.

4.2.                    De erkende organisatie

Daarnaast wordt de overeenkomst gesloten door een organisatie erkend door het Vlaams Partnerschap Duaal Leren die aan volgende voorwaarden moet voldoen:

a)      Je moet binnen de organisatie een mentor aanduiden. De mentor moet:

  • verplicht een mentoropleiding volgen.
  • van onberispelijk gedrag te zijn. Dit wordt beoordeeld op basis van een uittreksel van het strafregister.
  • 25 jaar of ouder zijn en
  • minstens 5 jaar relevante praktijkervaring hebben.

b)     Jouw organisatie en bedrijfsuitrusting van jouw organisatie moet het mogelijk maken om de leerling op te leiden volgens het opleidingsplan;

c)      Jouw organisatie moet voldoende financiële draagkracht hebben en mag geen veroordelingen hebben opgelopen.

d)     Per vestigingsplaats mag het aantal jongeren in opleiding niet meer bedragen dan het aantal werknemers.

Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan volgende afwijkingen toestaan:

  • De leeftijd van de mentor verminderen tot 23 jaar;
  • De vereiste praktijkervaring verkorten;
  • Een niet relevante veroordeling buiten beschouwing laten.

De erkenning is geldig gedurende 5 jaar. Deze kan worden opgeheven door het Vlaams Partnerschap Duaal Leren indien je als organisatie niet langer voldoet aan de voorwaarden of wanneer je de verbintenissen en plichten niet naleeft.

Het is ook mogelijk dat een organisatie buiten de Vlaamse Gemeenschap in aanmerking komt. In dat geval dient deze organisatie ook daar erkend te zijn als werkplek in het kader van een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken.

De erkenningsaanvraag kan je indienen via het digitale loket app.werkplekduaal.be. Deze aanvraag kan ook worden ingediend door de trajectbegeleider van de school. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren of het Sectorale Partnerschap zal vervolgens de aanvraag behandelen.

Meer informatie over procedure tot erkenning als werkplek kan je terugvinden op de website van Syntra Vlaanderen via deze link.

4.3.                    De opleidingsverstrekker

Ten slotte zal ook een opleidingsverstrekker deel uitmaken van de overeenkomst. De opleidingsverstrekker heeft betrekking op een opleidings- of onderwijsinstelling die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap.

In het kader van alternerend leren gaat dit om volgende opleidingen:

-        Voltijds secundair onderwijs

Een opleidings- of onderwijsinstelling die het voltijds secundair onderwijs aanbiedt kan in aanmerking komen als opleidingsverstrekker. Deze instelling moet een opleiding aanbieden die door de Vlaamse Regering gekwalificeerd wordt als duaal. Een lijst van de opleidingen kan je hier terugvinden.

-        Deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO)

Het DBSO wordt ingericht door Centra voor Deeltijds Onderwijs. Hier krijgen de jongeren 2 dagen per week les. Elke opleiding binnen het DBSO komt in aanmerking.

-        Leertijd

Leertijd wordt ingericht door Syntra. De leerling krijgt 1 dag per week les in een Syntra-campus en krijgt 4 dagen per week opleiding op de werkvloer. Elke opleiding binnen leertijd komt in aanmerking.

5.     Modaliteiten

De overeenkomst betreffende de alternerende opleiding moet voor elke leerling afzonderlijk en schriftelijk worden vastgesteld, ten laatste op het tijdstip waarop de leerling start met de alternerende opleiding in jouw organisatie.

De Vlaamse Regering heeft een model opgesteld voor wat betreft de overeenkomst alternerende opleiding en de stageovereenkomst alternerende opleiding.

Het gaat steeds om een overeenkomst van bepaalde duur. De duur kan meer bedragen dan een schooljaar.

De overeenkomst is een voltijdse overeenkomst die betrekking heeft op het volledig leertraject, zowel de lessen bij de opleidingsinstelling als de lessen op de werkvloer. Voor de berekening van het aantal uren binnen de overeenkomst telt elke les of activiteit gelijkgesteld met een les mee voor 60 minuten.

In de overeenkomst dient een opleidingsplan opgenomen te zijn. Dit plan bevat het individuele leertraject van de leerling. Via trajectbegeleiding zal de leerling continu worden begeleid en opgevolgd inzake zijn persoonlijke ontwikkeling en zijn vorming zowel op school als op de werkplek. Hiertoe wordt een trajectbegeleider aangesteld. Dit is een personeelslid van de opleidings- of onderwijsinstelling die ondersteuning biedt met als doel de volledige realisatie van het opleidingsplan.

De leerling kan verschillende opeenvolgende overeenkomsten afsluiten met als doel het finaliseren van het opleidingsplan. De duur van alle overeenkomsten mag wel niet meer bedragen dan de duur van de alternerende opleiding. Dit te rekenen vanaf het ogenblik dat de alternerende opleiding voor de leerling is ingevuld met een werkplekcomponent.

6.     De vergoeding

Jouw leerling ontvangt maandelijks een leervergoeding. Deze vergoeding is verschuldigd door jou als organisatie.

De bedragen voor de leervergoeding en de voorwaarden kan je terugvinden via deze link.

Het bedrag van de leervergoeding hangt af van de vooropleiding van jouw leerling en of deze met succes beëindigd werd. Een opleidingsjaar met succes beëindigen betekent dat jouw leerling volgens de beslissing van de klassenraad studievoortgang kan maken.

De leervergoeding wordt berekend op basis van het GGMMI voor werknemers van 18jaar. Het bedrag van de leervergoeding wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

Deze leervergoeding valt onder de Loonbeschermingswet. Deze zal bijgevolg moeten worden uitbetaald op dezelfde manier als de gewone lonen. De leervergoeding wordt betaald aan jouw leerling, tenzij er verzet is voor de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige leerling.

Indien je de overeenkomst beëindigt op een wijze die strijdig is met de bepalingen van dit decreet, dan zal je een vergoeding verschuldigd zijn gelijk aan de leervergoeding voor een maand.

7.     Afwezigheden

De leerling heeft naast 20 dagen wettelijke vakantie ook nog recht op 20 onbetaalde vakantiedagen. De onbetaalde vakantiedagen moeten worden opgenomen tijdens de schoolvakanties. De betaalde vakantiedagen mogen niet worden opgenomen op lesdagen.

Dezelfde schorsingsgronden als bij een arbeidsovereenkomst zijn van toepassing zoals ziekte, klein verlet,... Ook de regels rond gewaarborgd loon moeten worden toegepast.

8.     Beëindiging van de overeenkomst van alternerende opleiding

-        De overeenkomst eindigt automatisch:

  • als de termijn verstreken is;
  • als de leerling de opleiding met vrucht heeft beëindigd;
  • als de mentor overlijdt en geen andere mentor kan worden aangesteld;
  • als er overmacht is, die tot gevolg heeft dat de uitvoering van de overeenkomst definitief onmogelijk wordt;
  • op verzoek van de leerling in geval van faillissement of na overname van de organisatie, tenzij de overeenkomst door het overnemende bedrijf overgenomen wordt. Dat laatste is alleen mogelijk als ook het overnemende bedrijf aan alle voorwaarden voldoet;
  • als de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst langer dan zestig dagen aanhoudt en de ondernemer of de leerling de wens uit de overeenkomst niet verder uit te voeren;
  • bij definitieve uitsluiting als tuchtmaatregel van de onderwijs- of opleidingsverstrekker, in voorkomend geval na de uitputting van het beroep, vermeld in artikel 123/12 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
  • bij vroegtijdige stopzetting van de opleiding, de trajectbegeleider zal het Vlaams Partnerschap Duaal Leren hiervan op de hoogte brengen.
  • als de erkenning van de organisatie wordt opgeheven;
  • als de opleidingsverstrekker conform artikel 110/11, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 de leerling heeft ingeschreven onder ontbindende voorwaarde en de inschrijving ontbindt.

 -        Opzegging van de overeenkomst

Zowel de organisatie als de leerling kunnen de overeenkomst gedurende de eerste 30 dagen van de uitvoering opzeggen, mits een opzegtermijn van 7 dagen. Indien de uitvoering van de overeenkomst wordt geschorst tijdens deze eerste dertig dagen, zal deze periode van eerste 30 dagen worden verlengd met de duur van de schorsing. Het gaat bijgevolg om de eerste effectief gepresteerde 30 dagen.

Een schorsing van de uitvoering van de overeenkomst zal de opzeggingstermijn niet schorsen.

-        Verbreking van de overeenkomst

Zowel de organisatie, als de leerling als diens wettelijke vertegenwoordiger kunnen de overeenkomst verbreken. Zij moeten wel een reden inroepen die deze verbreking wettigt zoals ernstig tekortschieten in de verplichtingen, omstandigheden die het goede verloop van de opleiding op de werkplek ernstig belemmeren of de leerling wenst over te schakelen naar een andere opleiding.

De reden tot verbreking moet worden meegedeeld aan de trajectbegeleider die verplicht een poging tot bemiddeling moet doen binnen de 3 weken. Tijdens deze verzoeningstermijn moet de overeenkomst worden voortgezet.

Alle partijen kunnen beroep aantekenen bij het Vlaams Partnerschap Duaal Leren. Indien de ingeroepen reden tot verbreking niet wordt aanvaard dan kan een schadevergoeding gelijk aan de leervergoeding van een maand worden gevorderd.

Ook de opleidingsverstrekker kan de overeenkomst beëindigen. Dit dient schriftelijk en gemotiveerd te gebeuren op basis van:

  • Zware inbreuken van de organisatie of de leerling tegen de uitvoering van de overeenkomst;
  • Het gevaar voor de fysieke of geestelijke gezondheid van de leerling
  • Omstandigheden die het goede verloop van de opleiding op de werkplek ernstig kunnen belemmeren.

9.     Deeltijds leren en werken: specifiek voor de socioculturele sector 

Voor het schooljaar 2018-2019 hebben de sociale partners er zich toe verbonden om werkervaringsplaatsen te voorzien voor de jongeren die deeltijds leren en werken.

Jongeren tussen 15 en 25 jaar volgen 2 dagen per week les in een centrum voor leren en werken. 3 dagen per week gaan zij aan de slag in organisatie binnen de sector.

De loonkost van 96 jongeren (max. 19u per week) zal worden gefinancierd:

  • Het Sociaal Fonds Sociale Maribel voor de Socioculturele Sector van de Vlaamse Gemeenschap of het Sociaal Fonds voor het Sociaal-Cultureel Werk zal 75 jongeren ondersteunen;
  • De jongerenbonus zal 21 jongeren ondersteunen.

Bijkomende informatie hierover kan je terugvinden op de website van VIVO.

10.  Financiële voordelen

Als organisatie kan je een beroep doen op verschillende financiële voordelen indien je een overeenkomst in het kader van alternerend leren afsluit.

-        Doelgroepverminderingen mentors

Je hebt recht op een doelgroepvermindering voor een werknemer die als mentor stages opvolgt of opleiding geeft. Deze doelgroepvermindering bedraagt 800€ per kwartaal dat de mentor stages of opleiding geeft.

Meer informatie hierover vind je terug op de website van de rsz en in onze syllabus werkgelegenheidsmaatregelen.

-        Doelgroepvermindering voor de aanwerving van jonge werknemers

Voor jongeren die deeltijds leren en werken en voor jongeren jonger dan 25 jaar zonder of met maximaal een diploma hoger secundair onderwijs kan je als werkgever een doelgroepvermindering krijgen.

Meer informatie vind je terug op de website van de rsz en in de syllabus werkgelegenheidsmaatregelen.

-        Start- en stagebonus

Jongeren die een alternerende opleiding volgen hebben recht op een startbonus. De werkgever heeft voor deze tewerkstelling recht op een stagebonus.

Zowel de start- als de stagebonus wordt maar 1 keer per schooljaar toegekend. De jongere kan de startbonus maximaal 3 keer ontvangen. De organisatie kan per jongere die hij opleidt maximaal 3 keer een stagebonus ontvangen.

De eerste en tweede toekenning bedraagt 500€ voor zowel de start- als stagebonus. De derde toekenning bedraagt 750€ voor zowel de start- als stagebonus.

Let wel, je kan geen 2 doelgroepverminderingen tegelijk gaan toepassen voor eenzelfde persoon.

Meer uitgebreide informatie kan je terugvinden in onze syllabus werkgelegenheidsmaatregelen. Daarnaast kan je meer lezen over leren en werken op de website vanOnderwijs Vlaanderen en op de website van Syntra Vlaanderen.

Bron: Decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, BS 17.08.2016; Besluit van 8 juli 2016 de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, BS 01.09.2016.

Download FAQ Alternerend leren