Dienstverleningsovereenkomst tussen organisaties

dinsdag 18/07/2017

Werken de personeelsleden van uw organisatie voor een andere organisatie, dan bepalen beide organisaties of dat gebeurt in het kader van terbeschikkingstelling of dienstverlening. Er ontstaat op die manier een driehoeksverhouding tussen uw organisatie, de werknemer en de derde-organisatie (gebruiker). De werknemer blijft in dienst van je organisatie.

Het principe in een notendop

In principe is uitlening van personeel verboden, waaronder het volgende verstaan wordt:

“elke activiteit waarbij werknemers ter beschikking worden gesteld van derden die deze werknemers gebruiken en over hen enig gedeelte van het gezag uitoefenen dat normaal aan de werkgever toekomt”.

Het verbod van terbeschikkingstelling draait rond de aan- of afwezigheid van een gezagsverhouding tussen de werknemer en de gebruiker. In enkele gevallen is terbeschikkingstelling expliciet toegelaten (bv. sociale maribel, doorstromingsbanen, art. 60). In die gevallen moet men een driepartijenovereenkomst opmaken en nagaan of men bepaalde diensten, zoals het ‘Toezicht op de sociale wetten’, op de hoogte moet brengen. Daarnaast is er nog de terbeschikkingstelling die wettelijk is voorbehouden aan erkende uitzendkantoren.

Als een derde gebruik maakt van een werknemer van een andere organisatie zonder gezag over hem uit te oefenen, dan is deze terbeschikkingstelling toegelaten. In dat geval is er normaal sprake van dienstverlening of aanneming. 

Daarbij:

‘geldt niet als uitoefening van gezag: het naleven door de derde van de verplichtingen die op hem rusten op het vlak van het welzijn op het werk, alsook instructies die door de derde worden gegeven in uitvoering van de overeenkomst die hem met de werkgever verbindt, zowel inzake arbeids- en rusttijden als inzake de uitvoering van het overeengekomen werk’.

Sinds 10 januari 2013 moet je in de geschreven overeenkomst tussen dienstverlener en opdrachtgever precies en gedetailleerd omschrijven welk instructierecht de opdrachtgever mag uitoefenen in uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst. Die instructies mogen het werkgeversgezag (door de dienstverlener) niet uithollen. De feitelijke uitvoering van de overeenkomst moet bovendien volledig overeenstemmen met de geschreven instructies. Je vindt hier een model van dienstverleningsovereenkomst tussen vzw’s, stichtingen, vso’s.

Als aan 1 of meer van die voorwaarden niet voldaan is, gaat men uit van een overdracht van werkgeversgezag en dus van een verboden terbeschikkingstelling. De afwezigheid van werkgeversgezag is immers cruciaal voor het instructierecht van de opdrachtgever.

Sinds 8 augustus 2013 moet de opdrachtgever met sociale overlegorganen bovendien een informatieprocedure volgen. Er zijn drie mogelijkheden:

1) In de organisatie van de gebruiker is een ondernemingsraad:

  • Je brengt de secretaris van de ondernemingsraad onmiddellijk op de hoogte van het sluiten van een dienstverleningsovereenkomst die instructies bevat. Dat kan zowel schriftelijk als elektronisch.
  • De secretaris brengt op zijn beurt de leden van de ondernemingsraad op de hoogte.
  • Willen leden van de ondernemingsraad informatie over de instructies? Dan bezorg je ze binnen 14 kalenderdagen na hun verzoek (of als de overeenkomst van kortere duur is, voor het einde van de overeenkomst) een kopie van het gedeelte van de overeenkomst dat de instructies bevat.

2) In de organisatie van de gebruiker is geen ondernemingsraad maar wel een cpbw:

  • Je brengt de persoon van het cpbw die in het huishoudelijk reglement werd aangeduid, onmiddellijk op de hoogte van het sluiten van een dienstverleningsovereenkomst die instructies bevat. Dat kan zowel schriftelijk als elektronisch.
  • Die persoon brengt op zijn beurt de andere leden van het cpbw op de hoogte.
  • Willen leden van het cpbw informatie over de instructies? Dan bezorg je ze binnen 14 kalenderdagen na hun verzoek (of als de overeenkomst van kortere duur is, voor het einde van de overeenkomst) een kopie van het gedeelte van de overeenkomst dat de instructies bevat.

3) In de organisatie van de gebruiker is geen ondernemingsraad noch een cpbw maar wel een vakbondsafvaardiging:

  • Je informeert alle leden van de vakbondsafvaardiging, schriftelijk of elektronisch.
  • De leden die ernaar vragen, bezorg je een kopie van het gedeelte van de overeenkomst dat de instructies bevat.

Opgelet: als je nalaat een kopie te geven aan de leden die erom vragen, wordt de overeenkomst geacht niet te bestaan, waardoor er sprake is van verboden terbeschikkingstelling!

Neem bij twijfel of voor meer informatie gerust contact met ons op, op 02/503.18.11 of via info@sociare.be.

Download 2001 N GVM Dienstverleningsovereenkomst Tussen Organisaties