Vrij aanvullend pensioen voor werknemers op komst

vrijdag 14/09/2018

Een voorontwerp van wet geeft aan elke werknemer de mogelijkheid om een aanvullend pensioen op te bouwen via de werkgever. Heeft de werkgever geen of maar een beperkte groepsverzekering? Dan kan de werknemer hem vragen om een deel van het nettoloon in te houden en door te storten naar een pensioeninstelling. De maatregel kreeg deze zomer groen licht van de Ministerraad, maar is pas definitief na goedkeuring door het Parlement en publicatie in het staatsblad.

Het vrij aanvullend pensioen voor werknemers of VAPW moet de tweede pensioenpijler openstellen voor alle werknemers. Want niet alle werknemers bouwen vandaag een aanvullend pensioen op via een groepsverzekering of sectorfonds. Werkgevers en sectoren zijn niet verplicht om dit aan te bieden. En dat blijft ook zo. Wél krijgen werknemers met het VAPW voortaan de kans om zelf een tweede pijlerpensioen op te starten als de werkgever of de sector dat niet of maar beperkt doet. Zij kunnen de werkgever vragen om een deel van het nettoloon in te houden en door te storten naar de pensioeninstelling van hun keuze.

De werkgever is verplicht om op die vraag in te gaan als er voor de werknemer:

  • ofwel geen aanvullende pensioenopbouw is via een groepsverzekering of sectorpensioen.
  • ofwel maar een beperkte aanvullende pensioenopbouw is via een groepsverzekering en/of sectorpensioen. Concreet komt een werknemer alleen in aanmerking als hij twee jaar voordien niet meer dan  1600 euro op jaarbasis of 3% van het brutojaarloon aan aanvullend pensioen opgebouwd heeft in de tweede pijler.

Wat lijkt dit te betekenen voor werkgevers in onze sector?

Je bent een werkgever …

in PC 329.01

in PC 329.03

zonder groepsverzekering

werknemers kunnen een VAPW opstarten*

met groepsverzekering waarin het totaal van de premies  < 1600 euro/jaar of 3% v/h brutojaarloon

Werknemers kunnen een VAPW opstarten, tenzij de opbouw via  het sectorpensioen ervoor zorgt dat het grensbedrag toch overschreden wordt

werknemers kunnen een VAPW opstarten

met groepsverzekering waarin het totaal van de premies  ≥ 1600 euro/jaar of 3% v/h brutojaarloon

werknemers kunnen geen VAPW opstarten

* Ook in PC 329.01, want de aanvullende pensioenopbouw via het sectorpensioen is er lager dan het grensbedrag.

Hoe je exact berekent of het grensbedrag al dan niet bereikt is, is nog niet duidelijk. Daarvoor is het wachten op de definitieve tekst van de wet en op de uitvoerende kb’s.

De enige verantwoordelijkheid van de werkgever in een VAPW is het inhouden en doorstorten van de bijdragen. Er is geen rendementsgarantie zoals bij een groepsverzekering, geen informatieverplichting bij uitdiensttreding, enz. De werknemer neemt het initiatief, regelt alles met de pensioeninstelling die hij kiest, informeert de werkgever en bepaalt de bijdrage. De bijdrage en het fiscaal voordeel zijn wel beperkt tot 1600 euro per jaar of 3% van het brutojaarloon. Bovendien moeten de al als werknemer opgebouwde pensioenrechten van twee jaar voordien in mindering worden gebracht.

Als het Parlement deze regeling goedkeurt, zal ze wellicht in 2019 van kracht worden. Op dat ogenblik verdwijnt de bestaande regeling van de ‘individuele pensioeneis’. Die laat bepaalde werknemers vandaag toe om de groepsverzekering die zij hadden bij een vorige werkgever individueel voort te zetten wanneer er bij de nieuwe werkgever of sector geen pensioenplan voor hen bestaat. De werkgever houdt een deel van het nettoloon in, met een maximum van 2400 euro per jaar (bedrag aanslagjaar 2019), en stort het door aan een pensioeninstelling naar keuze van de werknemer. Alleen werknemers die minstens 42 maanden aangesloten waren bij de groepsverzekering kunnen de individuele pensioeneis gebruiken. Werknemers die al een pensioeneis hebben lopen, kunnen die na  de inwerkingtreding van de VAPW verder zetten. Maar een nieuwe pensioeneis laten gelden, kan niet meer.

Bron:Persbericht Ministerraad 20 juli 2018