Lijst aangesloten werknemers voor eind februari aan groepsverzekeraar

dinsdag 01/08/2017

De premies die u als werkgever betaalt voor het aanvullend (overlevings)pensioen van uw werknemers, zijn niet onderworpen aan de normale socialezekerheidsbijdragen. Ze zijn wel onderworpen aan een bijzondere bijdrage van 8,86% op de nettopremie (brutopremie verminderd met de verzekeringstaks). 

Sinds 1 januari 2012 komt daar een bijzondere bijdrage bij van 1,5% (de ‘Wijninckx-bijdrage’), die vanaf 1 januari 2018 verhoogt naar 3%, als het totaal van de gestorte premies voor een werknemer  31.836 euro (geïndexeerd bedrag bijdragejaar 2017)(1) op jaarbasis overschrijdt. 

Om uit te maken of u die moet betalen, moet u voor 28 februari een lijst met de aangesloten werknemers tijdens het voorgaande kalenderjaar bezorgen aan uw groepsverzekeraar. 

U houdt rekening met de werkgevers- en werknemerspremies, voor pensioenopbouw en overlijdensdekking, in het kader van een collectieve en een eventuele individuele toezegging, in het jaar vóór het bijdragejaar.(2)   Sinds bijdragejaar 2014 telt u er ook de premies aan het sectorpensioen van PC 329.01 bij. 

De Wijninckx- bijdrage is alleen verschuldigd op het aandeel van de werkgeverspremies in het totale premiebedrag dat de drempel overschrijdt. Het risico op een overschrijding is in onze sector beperkt, gezien de beperkte omvang van de premies.(3) 

Voorbeeld: De werkgever betaalt 25.000 euro en de werknemer 40.000 euro. Het drempelbedrag  voor bijdragejaar 2017 is overschreden met 33.164 euro. De Wijninckx-bijdrage wordt berekend op de 25.000 euro.

De wet bepaalt de stappen in het ‘bijdragejaar’:

  • u bezorgt jaarlijks voor 28 februari aan de groepsverzekeraar de lijst met de aangesloten werknemers in het voorgaande jaar 
  • de verzekeraar bezorgt voor 30 juni op zijn beurt aan SIGeDIS (databank tweede pensioenpijler- DB2P) de gegevens om de inningsgrondslag voor de bijzondere bijdrage te bepalen
  • SIGeDIS bezorgt u voor 30 september de nodige gegevens om de bijzondere bijdrage te (laten) berekenen en te betalen

De aangifte van de Wijninckx-bijdrage moet gebeuren met de rsz-aangifte van het 4de kwartaal van het bijdragejaar. Betaling van de bijdrage moet vervolgens tegen 31 januari.

Meer informatie over de Wijninckx-bijdrage vindt u in de Administratieve instructies van de RSZ .

Meer informatie over groepsverzekeringen vindt u in onze syllabus groepsverzekering   via www.sociare.be – kennisbank 329 – loon en kostenvergoedingen - loon.

 

1 De wet voorziet dat vanaf 1 januari 2019 de ‘pensioendoelstelling’ in de plaats  treedt van het drempelbedrag: het maximumambtenarenpensioen vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk van de werknemer (aantal gepresteerde loopbaanjaren / 45). De Wijninckx-bijdrage is vanaf dan verschuldigd als de som van het aanvullend (tweede pijler) en het wettelijk pensioen (eerste pijler) van de werknemer de pensioendoelstelling overschrijdt.  

2 Voor plannen van het type vaste prestaties geldt een afwijkende berekeningsbasis om te bepalen of er al dan niet een overschrijding van het drempelbedrag is: ten belope van het verschil tussen de verworven reserves op 1 januari van het bijdragejaar  (voor bijdragejaar 2018: 1 januari 2018) en de verworven reserves op 1 januari van het voorgaande jaar (voor bijdragejaar 2018: 1 januari 2017) gekapitaliseerd aan 6%. De bijdragen voor de dekking overlijden bepaalt u voor dit type plan door de normaal verschuldigde uitkering in geval van overlijden te vermenigvuldigden met de sterftekans die overeenstemt met de leeftijd die de werknemer bereikte in het jaar voor het bijdragejaar. 

3 Uit een enquête van Sociare in 2010 blijkt dat de werkgeversbijdragen in onze sector 0,5% à 6% (gemiddeld 3%) van het brutojaarloon van de werknemer bedragen.