Het mobiliteitsbudget: een milieuvriendelijk alternatief voor de bedrijfswagen

vrijdag 05/10/2018

De regering keurde op 26 juli 2018 een wetsontwerp goed voor de invoering van een mobiliteitsbudget. Het mobiliteitsbudget is de eerste maatregel uit de arbeidsdeal die op de ministerraad werd gebracht.

Het mobiliteitsbudget zal naast de recent ingevoerde mobiliteitsvergoeding, ook gekend als ‘cash for car’, bestaan. Hoewel beide systemen op elkaar lijken, zijn er toch belangrijke verschillen. Zo bant de mobiliteitsvergoeding de bedrijfswagen volledig, terwijl die bij het mobiliteitsbudget als een mogelijk vervoersmiddel blijft bestaan. Meer over de mobiliteitsvergoeding lees je in ons nieuwsbericht ‘Mobiliteitsvergoeding biedt werknemer de optie om bedrijfswagen in te ruilen’.

Het mobiliteitsbudget is een budget - berekend op jaarbasis - dat je als werkgever kunt toekennen als alternatief voor de bedrijfswagen waarop een werknemer aanspraak kan maken. De doelstelling van het mobiliteitsbudget is om de files te verminderen en de mobiliteit te vergroenen.

Drie pijlers

Concreet kan een werknemer zijn mobiliteitsbudget spenderen in 3 pijlers:

Pijler

Sociale en fiscale regels   

1. Een bedrijfswagen die minstens even milieuvriendelijk is als de ingeleverde wagen, of de wagen waarvoor de werknemer in aanmerking kwam. 

Identiek als bij de klassieke bedrijfswagen.

2. Duurzame vervoermiddelen – en diensten (vb.: fietsen, openbaar vervoer, deelsystemen, carpooling,….) en dit voor aankoop, gebruik en onderhoud.

Een lijst van middelen en diensten die onder deze pijler vallen, zal nog worden vastgelegd

Volledig vrijgesteld van sociale bijdragen en belastingen. 

3. Restsaldo in cash, aan het einde van het jaar. 

Vrijgesteld van belastingen, maar wel onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen

 

Hoeveel dat mobiliteitsbudget is, wordt bepaald op basis van de reële kost van hun vroegere bedrijfswagen. Iemand die verder van zijn werk woont, krijgt dus een hoger budget dan iemand die dichterbij woont. Wie verder woont, heeft logischerwijs ook hogere kosten op vlak van vervoer: een hoger brandstofverbruik, hogere onderhoudskosten,…

Hoe dat budget exact berekend moet worden, is nog niet duidelijk. Het zou gaan om de totale kostprijs op jaarbasis die je als werkgever draagt voor de financiering van de bedrijfswagen en alle bijbehorende kosten, bv. brandstof, verzekering, onderhoud en belastingen.

Op het einde van het jaar ontvangt de werknemer éénmalig het niet-bestede deel van het mobiliteitsbudget, pijler 3, in cash. Aangezien het als loon wordt behandeld, bouwt de werknemer wel sociale rechten (pensioen, ziekte,...) op voor dit bedrag.

Net als bij de mobiliteitsvergoeding, geldt voor het mobiliteitsbudget een dubbelde keuzevrijheid. De werkgever is volledig vrij om zo’n regeling in te voeren en toe te kennen, en de werknemer is niet verplicht om erop in te gaan.

Invoering

Het mobiliteitsbudget wordt ingevoerd vanaf 1 oktober 2018. Let wel: de wet is nog niet definitief en kan dus nog wijzigen. We volgen het verder op.

Meer informatie over het mobiliteitsbudget lees je in het persbericht van Minister Kris Peeters.