Groepsverzekering creëert voortaan onmiddellijk rechten, ook voor korte contracten en jongeren

donderdag 28/06/2018

Sluit je jongeren pas vanaf 25 jaar aan bij je groepsverzekering? En hebben werknemers pas na een jaar dienst recht op wat je als werkgever op de pensioenrekening stort? Het zijn twee maatregelen die je voortaan niet meer mag toepassen. Dat blijkt uit een nieuwe wet die op 16 juni gestemd werd door de Kamer en binnenkort verschijnt in het Staatsblad.

Deze nieuwe wet zet de Europese Richtlijn 2014/50/EU om die wil vermijden dat de voorwaarden die lidstaten opleggen om aanvullende pensioenrechten te verkrijgen of te behouden werknemers tegenhouden om mobiel te zijn binnen de Europese Unie.  

Onze Belgische wet op de aanvullende pensioenen, de ‘WAP’, hanteert vandaag al het principe van onmiddellijke aansluiting.  Elke werknemer aan wie het voordeel van de groepsverzekering toekomt, moet je bij indiensttreding dus onmiddellijk aansluiten. De WAP liet alleen een uitzondering toe voor jongere werknemers. Zo kon het pensioenreglement de aansluiting van jongere werknemers uitstellen, uiterlijk tot ze de leeftijd van 25 jaar bereiken. Die uitzondering wordt nu geschrapt. Elke werknemer die recht heeft op de groepsverzekering sluit je voortaan dus onmiddellijk aan bij indiensttreding, zonder minimumleeftijd.

Aangesloten werknemers krijgen een pensioenrekening waarop de werkgever, en vaak ook de werknemer zelf, bijdragen storten die het aanvullend pensioen financieren. Maar dat betekende tot nu toe niet noodzakelijk dat de werknemer ook meteen recht had op het pensioenbedrag dat op die pensioenrekening staat. Want als werkgever mocht je bepalen dat de werknemer pas na één jaar aansluiting aanspraak kan maken op het pensioenbedrag dat opgebouwd is vanuit werkgeversbijdragen. Die mogelijkheid wordt nu ook afgeschaft. Elke aangesloten werknemer heeft voortaan onmiddellijk recht op het gespaarde pensioenbedrag, zonder uitstel.

In de praktijk betekent dit dat werknemers met korte contracten voortaan ook onmiddellijk recht hebben op het gespaarde pensioenbedrag en dat je de pensioenrekening ook na hun uittreding moet blijven beheren tot ze het opvragen bij pensionering, zij het aan 0% rendementsgarantie. Tot nu toe kon je de gestorte werkgeversbijdragen recupereren als een werknemer binnen het eerste jaar de organisatie verliet. Waren er geen persoonlijke bijdragen, dan kon je de pensioenrekening zelfs liquideren. In de praktijk werd de indiensttreding van een werknemer met een kort contract dan ook vaak niet doorgegeven aan de groepsverzekeraar. Dat moet je voortaan dus wel doen.

Het niet-aansluiten van tijdelijke werkkrachten is jammer genoeg geen alternatief. Want de WAP en de antidiscriminatieregelgeving verbieden uitdrukkelijk elk onderscheid tussen contracten voor onbepaalde duur en contracten voor bepaalde duur. Net als elk onderscheid tussen voltijdse en deeltijdse werknemers. Elk ander onderscheid dat geoorloofd is en dat je baseert op een objectief criterium dat redelijk verantwoord is, kan wel.  Zo kun je in het pensioenreglement nog altijd bepalen dat het voordeel van de groepsverzekering alleen toekomt aan de directieleden, of dat het aan alle werknemers toekomt, behalve aan diegenen wiens loon niet aan normale socialezekerheidsbijdragen onderworpen is, zoals studenten of werknemers onder de 25-dagenregel.  Lees meer daarover in onze syllabus groepsverzekering.

Om de administratieve kosten enigszins te beperken, voorziet de wet wel dat, tenzij het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst anders bepaalt:

  • pensioenbedragen van maximum 150 euro op de pensioenrekening bij de verzekeraar blijven staan wanneer de werknemer uit het pensioenstelsel treedt, bijvoorbeeld bij uitdiensttreding
  • de werkgever in dat geval ook vrijgesteld is van:

                - de normale informatieverplichtingen die gelden ten aanzien van een           uittredende werknemer

                - de verplichting om aan de uittredende   werknemer de mogelijkheid van een overlijdensdekking aan te bieden

De werknemer kan de stand van zijn pensioenrekening in dat geval raadplegen via MyPension.be en kan het aanvullend pensioen bij de verzekeraar opvragen wanneer hij op pensioen gaat. Zodra het pensioenbedrag bij uittreding 150 euro of meer bedraagt, moet je de werknemer wel informeren maar kan de werknemer weliswaar ook beslissen om het pensioenbedrag over te plaatsen naar een andere pensioeninstelling.    

 

Vanaf wanneer gelden deze wijzigingen?

Vanaf 1 januari 2019 sluit je alle werknemers, die volgens het pensioenreglement recht hebben op de pensioentoezegging, onmiddellijk aan bij de groepsverzekering. Ongeacht hun leeftijd en de duurtijd van hun contract. Je laat de verzekeraar onmiddellijk een pensioenrekening openen en doet de vereiste stortingen, waarop de werknemers meteen hun rechten kunnen laten gelden.

Staan er in het pensioenreglement nog bepalingen die de aansluiting of verwerving van rechten uitstellen, zoals een minimumleeftijd van 25 jaar of geen verwerving van reserves tijdens het eerste dienstjaar? Schrap die bepalingen dan tegen 1 januari 2019.

Doe dat bij voorkeur samen met de wijzigingen die tegen dat ogenblik ook moeten gebeuren naar aanleiding van de wetswijzigingen die gelden sinds begin 2016 en volg de wijzigingsprocedure.

Deze bepalingen zijn in elk geval nietig vanaf 1 januari 2019. Werknemers die al in dienst waren voor die datum en:

  • hetzij de minimumleeftijd nog niet bereikt hadden, sluit je op 1 januari 2019 dus ook onmiddellijk aan bij de groepsverzekering
  • hetzij nog niet lang genoeg in dienst waren om recht te hebben op het pensioenbedrag, worden vanaf 1 januari 2019 geacht aan alle voorwaarden te voldoen en verwerven opeisbare rechten op het pensioenbedrag dat op de pensioenrekening opgebouwd werd sinds de aansluiting

 

Wat met het sectorpensioen van PC 329.01?

De nieuwe regels gelden ook voor het sectorpensioen van PC 329.01. Tot nu toe kregen werknemers pas een pensioenrekening met opeisbare rechten wanneer zij minstens twee opeenvolgende trimesters ononderbroken in de Vlaamse socialprofitsector gewerkt hadden. Die voorwaarde zal geschrapt worden vanaf 1 januari 2019. Elke werknemer die onder het toepassingsgebied valt, wordt vanaf dat ogenblik onmiddellijk aangesloten.  Meer over het sectorpensioen lees je in onze FAQ en op www.pensioensocialesector.org.      

            

En bijkomstig…

Ten slotte bepaalt de nieuwe wet een bijkomende informatieverplichting waaraan, naargelang de afspraken, de verzekeraar, het sectorfonds of de werkgever moet voldoen wanneer de aangesloten werknemer hier schriftelijk om verzoekt:

  • voor de aangesloten werknemers in dienst: de voorwaarden voor het verwerven van de pensioenrechten en de gevolgen van de toepassing van die voorwaarden wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt
  • de voorwaarden die de behandeling van de pensioenrechten regelen na het einde van de arbeidsovereenkomst

Deze inlichtingen moeten binnen een redelijke termijn meegedeeld worden aan de werknemer. De werknemer heeft maximum één keer per jaar recht op deze informatie.

Zodra de wet gepubliceerd is in het staatsblad, geldt deze nieuwe informatieverplichting met terugwerkende kracht sinds 21 mei 2018.

Bron: Wetsontwerp inzake de omzetting van Richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten, www.dekamer.be, DOC 54 3079/005.