FAQ: Hoe verloon ik een artistiek medewerker/kunstenaar in PC 329?

vrijdag 24/05/2019

Organisaties in de socioculturele sector doen geregeld beroep op kunstenaars om een werk te maken of een opdracht uit te voeren. Waar moet je allemaal aan denken als je ze als werknemer in dienst neemt en verloont? Je leest het in deze FAQ.

 

Moet de verloning gebeuren volgens PC 329 of PC 304?

Als het gaat om een kunstenaars of werknemer die artistieke prestaties moet leveren, is de eerste vraag welke regels en arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn.  

PC 329 is het paritair comité van de socioculturele sector waaronder ook organisaties en werknemers in de beeldende kunsten ressorteren. Wanneer een organisatie met een socioculturele hoofdactiviteit echter een podiumkunstenaar tewerkstelt zijn de arbeidsvoorwaarden van PC 304 voor de podiumkunsten van toepassing.

PC 304 is het bevoegde paritair comité als de werknemer:

  • voor publiek (ongeacht de plaats en omstandigheden) een artistieke prestatie levert in de vorm van:
    • een vertoning in het kader van schouwspel- of kermisvoorstellingen
    • een individuele of collectieve kunstbeoefening in de vorm van muziek, zang, dans, gesproken woord, mime, behendigheids- of krachtoefeningen)
  • in om het even welke functie meewerkt aan de voorstelling zelf, of in om het even welke functie meewerkt aan de voorbereiding en/of de organisatie van de voorstelling.

Een voorbeeld uit de praktijk: zo zal de museumwachter bij een tentoonstelling altijd onder de bevoegdheid van PC 329 vallen, net als de schilder die als werknemer de werken produceert voor de tentoonstelling. De muzikant die speelt bij de opening valt onder de bevoegdheid en voorwaarden van PC 304.

 

Bij verloning onder PC 329: welke minima moet ik respecteren?

Het paritair comité van de socioculturele sector bevat drie subcomités. Nederlandstalige organisaties kunnen ondergebracht zijn in:

  • PC 329.01: voor organisaties gevestigd in Vlaanderen of in Brussel maar erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap  of VGC.
  • PC 329.03: voor organisaties in Brussel met een federale of bicommunautaire werking

Goed om te weten: momenteel gelden er enkel barema’s voor specifieke organisaties in PC 329.01 die op basis van bepaalde decreten erkend en gesubsidieerd worden door de Vlaamse overheid. Afhankelijk van hun activiteit en subsidiërend decreet vallen zij onder de barema’s van hun respectievelijke subsector.

Organisaties in PC 329.03 of niet-decretaal erkende organisaties in PC 329.01 zijn niet gebonden aan zulke sectorale barema’s, maar zijn bij het verlonen van hun werknemers alleen verplicht om rekening te houden met het algemeen minimumloon (verhoogd in 03). Zij bepalen eventueel zelf hun verloningsbeleid, door bijvoorbeeld huisbarema’s op te stellen.  

Een voorbeeld uit de praktijk: zo moeten organisaties die structureel erkend en gefinancierd worden door het kunstendecreet of het decreet onroerend erfgoed de barema’s cultuurspreiding volgen. Organisaties erkend en gefinancierd onder het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk of amateurkunsten volgen het barema sociaal-cultureel werk. Voor organisaties onder het barema cultuurspreiding die projectsubsidies ontvangen uit de daar genoemde decreten en dus niet structureel gefinancierd worden zijn de barema’s niet van toepassing.

 

Hoe moet ik een artistiek medewerker inschalen volgens de barema’s in PC 329.01?

De barema ’s in PC 329.01 zijn functiebarema’s. Dat betekent dat de werknemer wordt ingeschaald naargelang de functie die hij of zij zal opnemen. De loonanciënniteit wordt bepaald bij de indiensttreding. Als werkgever bepaal je zelf welke relevante ervaring mee in rekening wordt genomen.

In de baremastructuur voor cultuurspreiding, van toepassing voor onder meer organisaties in het Kunstendecreeten het decreet cultureel erfgoed, is een specifiek functiebarema voorzien voor een artistiek medewerker. Deze functie is er speciaal voor de werknemers die artistieke prestaties uitvoeren. Het gaat om barema B1c. Als het niet gaat om artistieke prestaties, kijk je naar de functie-inhoud om de werknemer in te schalen.

In andere barema’s is geen specifiek functiebarema voorzien voor artistieke prestaties maar kan ook worden ingeschaald op basis van functie. In bepaalde barema’s zoals sociaal-cultureel werk zijn er wel baremasprongen voorzien na zes jaar.

Wat precies valt onder artistieke prestaties kan de organisatie intern bepalen, maar om voor de werknemer recht te openen op de specifieke regelgeving voor kunstenaars in de werkloosheidsreglementering en voor de werkgever recht te geven op de specifieke doelgroepvermindering voor kunstenaars wordt best de definitie in artikel 1bis van de rsz-wet gehanteerd:

“Onder het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken dient te worden verstaan de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie.”

 

Hoe moet ik het baremaloon vertalen naar een week- , dag- of uurloon?

Typisch voor artistieke prestaties is dat ze vaak worden geleverd voor kortere periodes, waardoor een omzetting van de maandlonen in de barema’s naar een week- en dag- of uurloon noodzakelijk is. De berekeningen daarvoor gaan als volgt:

  • (Maandloon X 3) : 13 weken = weekloon
  • ((Maandloon X3) : 13 weken) : 5 dagen = dagloon
  • ((Maandloon x3) : 13 weken) : wekelijkse arbeidsduur van de voltijdse werknemer (bv. 38 uur) = uurloon

Er is geen vaste berekening van de anciënniteit die je meeneemt. Je komt bij de aanwerving het loon met de werknemer overeen en dus ook de anciënniteit die wordt meegenomen.

De gemiddelde werkgeversbijdrage bedraagt 32,4% voor een organisatie met minder dan 10 werknemers.

Een voorbeeld om het helder te maken: een beeldend kunstenaar wordt aangeworven met een arbeidsovereenkomst om een kunstwerk te maken voor een tentoonstelling. Hij wordt ingeschaald in B1c met 5 jaar ervaring en heeft een bruto maandloon van 2.756,44 euro (oktober 2018).

Een weekloon wordt dan: (2756,44 X3) : 13 =  636,1 euro bruto

Een dagloon: ((2756,44 X 3)) : 13) : 5 = 127,2 euro bruto

Een uurloon: ((2756,44 X 3)) : 13) : 38 =  16,7  euro bruto

 

Zijn er alternatieven voor vergoeden via een arbeidsovereenkomst?

Er zijn verschillende andere manieren om kunstenaars in te zetten en te vergoeden als er geen gebruik wordt gemaakt van een arbeidsovereenkomst met de opdrachtgever. Onderstaande mogelijkheden zijn afhankelijk van een erkenning van de artistieke prestaties door de Commissie kunstenaars:

  • De kleine vergoedingsregel (KVR) indien de kunstenaar beschikt over een kunstenaarskaart
  • Artikel 1bis indien de kunstenaar beschikt over een kunstenaarsvisum
  • Aannemingsovereenkomst met een zelfstandige indien de kunstenaar beschikt over een zelfstandigheidsverklaring

Wanneer het niet per definitie moet gaan om artistieke prestaties kan er ook gebruik worden gemaakt van het vrijwilligerswerk, het verenigingswerk of de 25-dagenregel. Je kan de tewerkstelling ook uitbesteden door gebruik te maken van een sociaal Bureau voor kunstenaars (SBK).

Meer informatie kan je vinden in onze syllabus Kunstenaars op de website.