Indexering bedragen SWT op 1 september 2018

dinsdag 11/09/2018

Door de overschrijding van de spilindex indexeren op 1 september 2018 verschillende bedragen in het kader van SWT, het vroegere brugpensioen. 

Het bedrag van de aanvullende vergoeding swt is minstens gelijk aan de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering. Het bedrag wordt bepaald bij de start van het swt en wijzigt nadien alleen nog als gevolg van indexering of herwaardering. 

Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gebonden aan de spilindex van de consumptieprijzen, volgens dezelfde modaliteiten als van toepassing voor werkloosheidsuitkeringen. Indexeren de werkloosheidsuitkeringen, dan indexeert dus ook de aanvullende vergoeding. 

De overschrijding van de spilindex in augustus 2018 heeft dan ook als gevolg dat voor een SWT gestart vóór 1 september 2018 de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding die u betaalt met 2% indexeren. Bij een SWAV of pseudo-swt indexeert de aanvullende vergoeding alleen als de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst dat uitdrukkelijk voorziet.

Voor een SWT gestart na 1 september 2018 bepaalt u de aanvullende vergoeding door rekening te houden met de volgende geïndexeerde grensbedragen:

  • maximum 3939,7 euro voor het brutomaandloon in de berekening van het nettoreferentieloon
  • maximum 2245,97 euro voor het brutomaandloon in de berekening van de werkloosheidsuitkering. De maximale werkloosheidsuitkering bedraagt dan 51,83 euro per dag of 1347,58 euro per maand.

Voor alle SWT’s en SWAV’s, ongeacht hun startdatum, (her)berekent u de werknemersinhouding van 6,5% op het totale swt-inkomen (werkloosheidsuitkering + aanvullende vergoeding). De nieuwe grensbedragen waaronder het swt-inkomen niet mag dalen door deze inhouding zijn sinds 1 september 2018:

  • 1449,73 euro per maand voor bruggepensioneerden zonder gezinslast
  • 1746,22 euro per maand voor bruggepensioneerden met gezinslast

 

Bron: website NAR, website RVA, portaalsite sociale zekerheid