RSZ verduidelijkt: wanneer geen activeringsbijdrage betalen?

maandag 18/03/2019

Werkgevers die een werknemer volledig vrijstellen van prestaties, betalen sinds 2018 een activeringsbijdrage bovenop de normale rsz-bijdragen. De RSZ verduidelijkt in haar instructies voor het eerste kwartaal van 2019 wanneer je de activeringsbijdrage niet moet betalen. Meer daarover lees je in dit artikel.

Activeringsbijdrage: wat is dat precies?

De regering probeert al jaren om werknemers langer aan de slag te houden. Onder meer door mechanismen van vervroegde uittreding te verstrengen en het gebruik ervan te ontmoedigen. Denk maar aan het vervroegd pensioen en het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag waarvoor de leeftijd- en loopbaanvereisten en de socialezekerheidsbijdragen stelselmatig verhoogden.

Voor werknemers die daardoor uit de boot van de wettelijke eindeloopbaanregelingen vallen, kan een regeling van vrijstelling van prestaties met behoud van loon, eventueel in combinatie met een landingsbaan, soms soelaas bieden. Maar het almaar meer verspreide gebruik van dit alternatief zint de regering niet, omdat het in gaat tegen haar doelstelling en alle inspanningen die ze daarvoor al geleverd heeft. Dat is meteen ook de reden waarom ze een sanctie koppelde aan het volledig vrijstellen van prestaties van werknemers met een geheel of gedeeltelijk behoud van loon. Wat het gebruik niet onmogelijk maakt, maar wel ontmoedigt. 

Die sanctie neemt de vorm aan van een activeringsbijdrage. Dat is een bijzondere rsz-bijdrage die de werkgever betaalt voor elk kwartaal dat een werknemer geen enkele prestatie levert, en dat zolang de vrijstelling van prestaties duurt, uiterlijk tot de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

Het bijdragepercentage wordt berekend bij de start van de vrijstellingsperiode, op basis van de leeftijd van de werknemer op dat ogenblik, maar blijft nadien ongewijzigd.

Concreet betekent dat het volgende:

Leeftijd bij start vrijstellingsperiode

Bijdragepercentage (% van het brutokwartaalloon)

< 55j

20%, min. 300 euro/ kwartaal

≥ 55j maar < 58j

18%, min. 300 euro/kwartaal

≥ 58j maar < 60j

16%, min. 300 euro/kwartaal

≥ 60j maar < 62j

15%, min. 225,6 euro/kwartaal

≥62j

10%, min. 225,6 euro/kwartaal

 

Het bijdragepercentage vermindert met 40% tijdens de vier opeenvolgende kwartalen waarin de werknemer van de werkgever een opleiding* van minstens 15 dagen moet volgen.

 

Wanneer betaal je geen activeringsbijdrage?

Uit de Programmawet van 25 december 2017 en uit de rsz-instructies volgde al dat de sanctie niet geldt in de volgende gevallen:

  •  bij afwezigheid op basis van een wettelijke schorsingsgrond zoals ziekte, vakantie…
  •  bij volledige onderbreking in het kader van tijdskrediet of thematisch verlof (let op: stel je een werknemer in 1/5de of 1/2de tijdskrediet of landingsbaan voor zijn resterende tewerkstelling vrij van prestaties, dan geldt de sanctie ook)
  • bij onbetaald verlof
  • bij een vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingstermijn
  • bij opname van (opgespaarde) arbeidsvrijstellingsdagen of extra verlofdagen
  • voor de werknemers die vóór 28 september 2017 in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties stapten of die nog in zo’n mechanisme stappen in toepassing van een cao die voor bepaalde duur gesloten en neergelegd is vóór 28 september 2017
  • als de werknemer tijdens de eerste 4 kwartalen van vrijstelling van prestaties verplicht een opleiding* volgt die zijn werkgever organiseert en waarvan de kostprijs minstens 20 % bedraagt van het brutojaarloon waarop hij recht had vóór de vrijstelling
  • voor de kwartalen waarin de werknemer een 'nieuwe' tewerkstelling start van minstens 1/3de VTE op kwartaalbasis bij één of meerdere werkgevers of als zelfstandige. Een kb moet nog verduidelijken wat precies verstaan wordt onder een minstens 1/3 werkhervatting als zelfstandige. 

 

NIEUW: in haar instructies voor het eerste kwartaal van 2019 verduidelijkt de RSZ nu dat je de activeringsbijdrage ook niet betaalt in de volgende gevallen:

  • als tijdens hetzelfde kwartaal de vrijstelling van prestaties volgt op een periode van wettelijke schorsing zoals ziekte, vakantie…

De RSZ geeft zelf het volgendevoorbeeld: een werknemer die na een langdurige arbeidsongeschiktheid het werk hervat op 1 februari 2019. Omdat hij op het einde van het jaar met pensioen gaat, stelt de werkgever hem vanaf 1 februari vrij van prestaties. De activeringsbijdrage is niet verschuldigd voor het 1ste kwartaal 2019 omdat de arbeidsovereenkomst tijdens het 1ste deel van het kwartaal eerst wettelijk geschorst was. vanaf het 2de kwartaal 2019 is hij de bijzondere bijdrage wél verschuldigd.

  • als tijdens hetzelfde kwartaal na de vrijstelling van prestaties een ontslag, een pensionering of een vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingstermijn volgt    

In het bovenstaande voorbeeld betaalt de werkgever dus ook geen activeringsbijdrage voor het kwartaal waarin de werknemer met pensioen gaat.

In beide gevallen is er immers geen sprake van een volledig kwartaal met vrijstelling van prestaties.

* Alle opleidingen die in aanmerking komen om als werkgever aan de verplichte jaarlijkse vormingsinspanningen te voldoen, komen in aanmerking. Dus zowel formele als informele opleidingen en initiële beroepsopleidingen. Je bezorgt aan de dienst Toezicht op de Sociale Wetten van de FOD Waso wel het bewijs dat de werknemer de opleiding effectief gevolgd heeft (die het op haar beurt aan de RSZ doorgeeft.  Adres: t.a.v. directeur-generaal (bureau 5015) Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel. 

Als werkgever geef je via de DmFa zelf aan dat de activeringsbijdrage toegepast moet worden. De bijdrage is niet van toepassing op een ontslagpremie of gouden handdruk. 

 

Bron: Programmawet van 25 december 2017, Staatsblad 29 december 2017; rsz-instructies 2019/1