Verbreking en recht op outplacement: hoe vult u de C4 in?

maandag 03/11/2014

Wanneer de werknemer recht heeft op een opzegvergoeding van minstens 30 weken en hij het aangeboden outplacement aanvaardt, dan mag u de opzegvergoeding met vier weken verminderen. Dat geeft u aan op het C4-formulier onder vraag 2, tweede vakje.

Op het ogenblik dat u het C4-formulier invult, weet u echter meestal nog niet of de werknemer al dan niet ingaat op het outplacementaanbod. De RVA laat nu weten dat u in die situatie het vakje openlaat. Aanvaardt de werknemer alsnog het aanbod? Dan hebt u twee mogelijkheden. Ofwel bezorgt u de werknemer een attest waaruit de vermindering met vier weken blijkt, ofwel levert u een aangepaste C4 af.

Wat als u een opgezegde arbeidsovereenkomst verbreekt nadat de werknemer tijdens de opzegtermijn al enkele uren outplacement volgde?
In dat geval vermindert u de vier weken in verhouding tot het al gevolgde aantal uren outplacement aan de hand van volgende formule:

28 – (x/60)*28
x = het aantal al gevolgde uren outplacement
Afronding naar de hogere eenheid

Vb. Nadat een werknemer tijdens de opzegtermijn al 32 uur outplacement volgde, verbreekt u de arbeidsovereenkomst. In dat geval vermindert u de periode gedekt door de opzegvergoeding met 14 kalenderdagen: 28–(32/60)*28 = 13,06 = 14 (afronden naar hogere eenheid).
Hoe vult u dat op het C4-formulier in?

De werknemer heeft recht op een gewone opzeggingsvergoeding (samen met een eventueel gedeeltelijk gepresteerde opzeggingstermijn) van minstens 30 weken:
De werknemer heeft geopteerd voor een outplacement dat overeenstemt met 4 weken loon en de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding werd bijgevolg verminderd met 4 weken / 14 dagen

Bij ‘opmerkingen’ zet u: "de werknemer heeft tijdens de opzeggingstermijn al x uren outplacement gevolgd".

Bron: website RVA