Geen outplacement meer voor 45+-er die niet beschikbaar moet zijn voor arbeidsmarkt

vrijdag 11/01/2019

Sinds 1 januari 2019 ben je niet meer verplicht om outplacement aan te bieden aan een werknemer die niet beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt. Zelfs niet wanneer hij je erom verzoekt. Dat volgt uit recente wetswijzigingen, die de bijzondere outplacementregeling voor 45-plussers met minstens 1 jaar dienst aanpassen. 

Ontsla je een werknemer, dan ga je best na of je hem ook een outplacementbegeleiding moet aanbieden. Vóór het eenheidsstatuut was het zo dat alleen ontslagen 45-plussers met minstens 1 jaar dienst recht hadden op zo’n aanbod.  De wet op het eenheidsstatuut breidde het recht uit naar alle ontslagen werknemers met een opzeggingstermijn of –vergoeding van minstens 30 weken. De oude regeling voor 45-plussers, sindsdien bijzondere regeling genoemd, geldt alleen nog voor ontslagen werknemers met een kortere opzeggingstermijn. Goed om te weten: de toepasselijke regeling bepaalt wanneer je een aanbod moet doen, wat het aanbod moet inhouden en of er al dan niet sancties staan op het niet doen of niet aanvaarden van een aanbod. Meer daarover lees je in onze FAQ outplacement.  

Vanaf 2019 komen er opnieuw regels bij waar je rekening mee moet houden, zij het alleen voor werknemers met een opzeggingstermijn of –vergoeding die korter is dan 30 weken waarvoor de bijzondere regeling geldt omdat ze 45+ zijn en minstens een jaar dienst hebben.

 

Wat is er nieuw in de bijzondere regeling sinds 1 januari 2019?

In de bijzondere regeling hadden twee werknemerscategorieën pas recht op een aanbod als zij er uitdrukkelijk om vroegen met een aangetekende brief, binnen twee maanden na kennisgeving van het ontslag:

- werknemers die minder dan halftijds werken

- werknemers die, na afloop van de opzeggingstermijn of periode gedekt door de verbrekingsvergoeding, niet beschikbaar moeten zijn voor de arbeidsmarkt 

Deze werknemers moest je als werkgever dus nooit spontaan outplacement aanbieden. 

Vanaf 2019 hebben werknemers die niet meer beschikbaar moeten zijn voor de arbeidsmarkt helemaal geen recht meer op een outplacementaanbod. Zelfs niet wanneer zij erom vragen. Werknemers die minder dan halftijds werken behouden hun 'recht op verzoek' wel nog, tenzij ze zich ook in een situatie van onbeschikbaarheid bevinden.

 

Wie is 'niet verplicht beschikbaar voor de arbeidsmarkt' in deze context? 

De werknemerscategorieën die je in deze context als 'niet verplicht beschikbaar voor de arbeidsmarkt' mag beschouwen, zijn sinds 1 december 2018 ook aangepast. De wetgever beoogt een beperktere groep dan voordien. Dat betekent dus dat maar een beperkte groep het recht op outplacement verliest vanaf 2019 en dat een aantal categorieën het recht op een spontaan aanbod herwint.  

 

Een overzicht: 

 

Outplacement voor werknemers die je ontslaat met < 30 maanden opzegtermijn of –vergoeding, leeftijd 45+ en ≥ 1 jaar dienst

Vóór 1 december 2018(*) alleen aanbod op vraag voor…

Sinds 1 januari 2019(*) geen aanbod meer, ook niet op vraag, voor ...

werknemers die minder dan halftijds werken

werknemers die minder dan halftijds werken én zich in een van de onderstaande situaties bevindt

werknemers die met SWT/brugpensioen gaan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor werknemers die met SWT/brugpensioen gaan in het stelsel voor ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering is bijkomend vereist dat zij de leeftijd van 58 jaar of een beroepsverleden van 38 jaar hebben aan het einde van de opzegtermijn zonder verlengingen of aan het einde van de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding.

 

werknemers die op basis van medische redenen met swt gaan

werknemers die met swt gaan in het algemeen stelsel van cao nr. 17 + 62 jaar oud zijn of 42 jaar beroepsverleden hebben aan het einde van de theoretisch opzeggingstermijn* of aan het einde van de periode gedekt door de theoretische verbrekingsvergoeding.

Werknemers die met swt gaan in het stelsel voor zware beroepen of zeer lange loopbaan, + 62 jaar oud zijn of 40 jaar beroepsverleden hebben aan het einde van de theoretisch opzeggingstermijn* of aan het einde van de periode gedekt door de theoretische verbrekingsvergoeding.

werknemers die met swt gaan in het stelsel voor ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering + 62 jaar oud zijn of 40 jaar beroepsverleden hebben aan het einde van de theoretisch opzeggingstermijn(**) of aan het einde van de periode gedekt door de theoretische verbrekingsvergoeding.

alle andere werknemers die minstens 58 jaar oud zijn of een beroepsverleden van minstens 38 jaar hebben aan het einde van de opzeggingstermijn zonder verlengingen, of aan het einde van de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding.

alle andere werknemers die minstens 62 jaar oud zijn of 42 jaar beroepsverleden hebben aan het einde van de theoretisch opzeggingstermijn(**) of aan het einde van de periode gedekt door de theoretische verbrekingsvergoeding

werknemers die werken binnen een doorstromingsprogramma.

werknemers die werken binnen een doorstromingsprogramma.

(*) betekende je een ontslag tussen 1 december en 31 december 2018? Dan was de nieuwe omschrijving van 'onbeschikbaren' uit de rechterkolom al van kracht, maar hadden deze personen op verzoek nog recht op een aanbod. Alleen voor ontslagen betekend vanaf 1 januari 2019 verliezen de werknemers in de rechterkolom hun recht, zelfs na verzoek. De derde werkdag na verzending van de aangetekende opzegbrief is bepalend. Bij verbreking is dat de datum van kennisgeving of de datum van verzending van de verbrekingsbrief bepalend. Ontsla je een werknemer met het oog op een swt in het stelsel voor ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering? Dan geldt de omschrijving uit de rechterkolom als de erkenningsperiode op of na 1 december 2018 start.

 

(**)de theoretische opzeggingstermijn van een bediende is de opzeggingstermijn berekend zoals de wet dit voorschrijft, zonder rekening te houden met schorsingen of gunstigere overeenkomsten.  De theoretische opzeggingstermijn van een arbeider is de opzeggingstermijn in weken berekend zoals de wet dit voorschrijft voor arbeidsovereenkomsten met startdatum na 1 januari 2014 of de verkorte opzegtermijn bij ontslag met het oog op een swt voor ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering, zonder rekening te houden met schorsingen of gunstigere overeenkomsten.

 

Bron:

  • Artikel 6 van de Wet van 14 december 2018 houdende diverse arbeidsbepalingen, Staatsblad 21 december 2018.
  • Kb van 15 oktober 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 oktober 2007 tot uitvoering van artikel 13, § 3, 2°, van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van artikelen 7 en 9 van de wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008, Staatsblad 29 oktober 2018.