Update: Uitstel van betaling RSZ-bijdragen voor werkgevers getroffen door de coronamaatregelen

vrijdag 26/06/2020

Laatste update: vrijdag 26 juni - 14u

Om de financiële verplichtingen van werkgevers in deze coronacrisis te verlichten, werd beslist uitstel van betaling te geven tot 15 december 2020 voor bedragen verschuldigd aan de RSZ. Voor bepaalde werkgevers kwamen er ‘bijzondere’ minnelijke afbetalingsmodaliteiten. Omdat het KB onduidelijk was over de termijnen en de mogelijke sancties bij laattijdige betalingen, zorgt een aanvullend KB voor de nodige aanvullingen en correcties. Die vind je in cursief in de tekst hieronder.

 

Welke werkgevers komen in aanmerking voor het uitstel van betaling?

Het koninklijk besluit onderscheidt vijf groepen van werkgevers:

  1. De werkgevers uit de horecasector en uit de culturele, festieve, recreatieve en sportieve sector, die door de coronamaatregelen verplicht moesten sluiten.Ook werkgevers uit de toeristische sector, die door de coronamaatregelen verplicht moesten sluiten.
  2. De handelszaken en winkels die door de coronamaatregelen verplicht moesten sluiten.
  3. Werkgevers in niet-essentiële bedrijven, die moesten sluiten omdat het voor hen onmogelijk was om de regels inzake social distancing en de sanitaire maatregelen te garanderen.
  4. Werkgevers die zelf beslist hebben om volledig te sluiten omwille van andere redenen dan het niet kunnen naleven van de sanitaire maatregelen, zoals bijvoorbeeld de sluiting van hun leveranciers of klanten of omdat een groot deel van het personeel op ziekteverlof is.
  5. Werkgevers die niet getroffen zijn door een verplichte sluiting maar die niettemin hun economische activiteit voor het tweede kwartaal 2020 sterk verminderd zien.

Werkgevers die behoren tot groep 1 of 2 genieten van een automatisch uitstel.

De werkgevers van het PC 329 werden onder groep 1 geklasseerd. Je krijgt over de uitgestelde betaling bericht van het sociaal secretariaat. Blijft dit uit, dan neem je best zelf contact met hen op. Op de website van RSZ kan je nagaan of je automatisch recht hebt op uitstel.

Uitstel na voorafgaande verklaring op eer voor ondernemingen die zelf beslist hebben om volledig te sluiten, die vallen onder groep 3, 4 of 5.

Goed om te weten:

  • die verklaring op eer moet tussen 20 maart en 31 juli 2020 worden ingediend.
  • de bedragen waarvoor uitstel van betaling werd verkregen, moeten ten laatste op 15 december 2020 betaald zijn aan de RSZ.
  • de bedragen die op het ogenblik van het indienen van een verklaring op eer vervallen en betaald zijn, worden door de RSZ niet terugbetaald.

 

Uitstel van betaling: voor welke bedragen?

Je krijgt uitstel van betaling voor alle betalingen vanaf 20 maart 2020 tot 15 december 2020.

Hieronder vallen:

  • de nog te betalen wijzigingen der bijdragen;
  • de maandelijkse schijven van de lopende minnelijke afbetalingsplannen;
  • het derde voorschot voor het 1e kwartaal
  • het saldo van het 1e kwartaal
  • het debetbericht jaarlijkse vakantie
  • de voorschotten voor het 2e kwartaal
  • het saldo van het 2e kwartaal

Met uitzondering van:

de bedragen die verschuldigd zijn na ambtshalve rechtzettingen door de RSZ voor het tweede kwartaal 2020

de voorschotten voor het derde kwartaal 2020

het saldo voor het derde kwartaal 2020

het eerste en tweede voorschot voor het vierde kwartaal 2020.

Voor de volledigheid: het gaat over alle door de RSZ geïnde bijdragen: zowel werkgeversbijdragen als werknemersbijdragen.

 

Erkende sociale secretariaten krijgen meer tijd

De erkende sociale secretariaten hebben tot 23 december 2020 de tijd om de bijdragen die zij van hun aangeslotenen hebben verkregen en die betrekking hebben op de vervallen bijdragen voor het eerste en tweede kwartaal 2020 en op het debetbericht voor de jaarlijkse vakantie van handarbeiders voor het vakantiedienstjaar 2019 door te storten aan de RSZ.

Opgelet: de ontvangen stortingen die betrekking hebben op de rechtzettingen van bijdragen die tijdens de periode van het betalingsuitstel werden opgesteld en de achterstallen moeten ten laatste op 15 december 2020 via individuele stortingen worden overgemaakt aan de RSZ.

 

Sancties bij laattijdige betalingen

Werkgevers die betalingsuitstel kregen, maar de betrokken bedragen niet tijdig hebben betaald aan de RSZ (met andere woorden, zij die de deadline van 15 december 2020 niet haalden), zijn bijdrageopslagen (10% van het verschuldigde bedrag) en verwijlinteresten (7% per jaar) verschuldigd. De interesten worden berekend vanaf 16 december 2020 tot de dag waarop de betaling van het saldo plaatsvindt.

 

Geen forfaitaire vergoeding bij laattijdig betalen kwartaalvoorschotten eerste en tweede kwartaal 2020

De forfaitaire vergoeding die normaal verschuldigd is door werkgevers die hun kwartaalvoorschotten laattijdig betalen, is niet van toepassing voor de voorschotten m.b.t het eerste en tweede kwartaal 2020.

Je blijft als werkgever wel verplicht de driemaandelijkse RSZ-aangifte (DmfA) binnen de gestelde termijnen in te dienen.

 

'Bijzondere’ minnelijke afbetalingstermijnen

In tegenstelling tot de ‘klassieke’ afbetalingsplannen, rekent RSZ bij goedkeuring van deze ‘bijzondere’ afbetalingsplannen geen bijdrageopslagen, forfaitaire vergoedingen en/of verwijlinteresten aan.

De bijzondere minnelijke afbetalingstermijnen kunnen, voor iedere gerechtelijke vervolging, gevraagd worden voor de bijdragen voor het 1ste en 2de kwartaal 2020 en voor de bijdragen jaarlijkse vakantie voor het vakantiedienstjaar 2019 door:

  • de werkgevers die behoren tot de groep, die niet in aanmerking komt voor het uitstel van bijdragen en die ernstige economische moeilijkheden ondervinden ingevolge de coronacrisis maar wiens omzetverlies of daling van de loonmassa kleiner is dan 65 %.
  • Vanaf 16 december 2020 voor de werkgevers die een uitstel van betaling hadden en die omwille van de coronacrisis niet in staat zijn om de betreffende bijdragen geheel of gedeeltelijk te betalen ten laatste op 15 december 2020.

 

Bronnen:

1.Koninklijk besluit nr. 17 van 4 mei 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 3°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) met het oog op het verlenen van uitstel van betaling aan bepaalde werkgevers van de bedragen geïnd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, BS 12 mei 2020.

2.RSZ-instructies voor de werkgevers

3.Koninklijk besluit nr. 30 van 4 juni 2020 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 17 van 4 mei 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 3°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), met het oog op het verlenen van uitstel van betaling aan bepaalde werkgevers van de bedragen geïnd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, BS 15 juni 2020