Werkbaar & Wendbaar Werk: annualisering kleine flexibiliteit

woensdag 15/03/2017

 Geen afschaffing van de 38-urenweek, geen verhoging van de voltijdse arbeidsduurgrenzen en geen nieuwe standaard referentieperiode waarbinnen werknemer hun gemiddelde wekelijkse arbeidsduur moeten respecteren. Die blijft dus een trimester, aanpasbaar naar maximum een jaar. En maximum een semester voor de toepassing van de sectorale flexibiliteit. 

 Wel een nieuwe referentieperiode wanneer u de kleine flexibiliteit van artikel 20bis van de Arbeidswet toepast om uw werknemers langer te laten werken tijdens piekmomenten en korter tijdens dalmomenten.

  • Past u de kleine flexibiliteit voor het eerst toe na 1 februari 2017? Dan bepaalt u de referentieperiode voor dit stelsel verplicht op een jaar of 12 opeenvolgende maanden naar keuze. U formaliseert dit in het arbeidsreglement of in de organisatie-cao die het stelsel invoert en de spelregels bepaalt. Gebruik onze modelclausule en volg de bijzondere wijzigingsprocedure voor het arbeidsreglement.         
  • Paste u de kleine flexibiliteit al toe voor 1 februari 2017? Kijk dan na welke referentieperiode uw arbeidsreglement of organisatie-cao voor dit stelsel bepaalde op 31 januari 2017. Die referentieperiode kunt u blijven toepassen, ook al is die korter dan een jaar, zolang het minstens om een trimester gaat. Toch uitbreiden naar een jaar? Voeg dan onze modelclausule in uw cao of arbeidsreglement en volg de bijzondere wijzigingsprocedure voor het arbeidsreglement.        

Voor het overige blijft het systeem van de kleine flexibiliteit ongewijzigd. Lees meer daarover in onze syllabus arbeidsduur.