Ga verder naar de inhoud

FAQ Verenigingswerk

17.05.2021

Wat is verenigingswerk en hoe kan je dit statuut inzetten in jouw organisatie? Waar moet je allemaal rekening mee houden als je een verenigingswerker inzet, bijvoorbeeld wanneer het gaat over vergoedingen en aansprakelijkheid? Wij helpen je op weg met deze FAQ.

Wat is verenigingswerk?

Verenigingswerk bestaat uit betaalde diensten die een particulier gedurende het jaar 2021 levert aan verenigingen zonder winstoogmerk, feitelijke verenigingen of openbare besturen. Het is gerelateerd aan limitatief opgesomde activiteiten gerelateerd aan sport en de socio-culturele sector.

De verenigingswerker:

  • moet ten minste 18 jaar oud zijn
  • en mag op kwartaalbasis maximaal gemiddeld 50 uur per maand prestaties als verenigingswerker verrichten.

In dit statuut mag de verenigingswerker tot 6.390 euro per jaar bijverdienen. De inkomsten uit verenigingswerk mogen niet meer dan 532,5 euro per maand bedragen. De jaarlimiet blijft wel dezelfde.

Verdient de verenigingswerker ook bij via een erkend deeleconomieplatform? Dan mogen de opgetelde inkomsten hieruit niet hoger zijn dan 6.390 euro per jaar.

Een vereniging die verenigingswerkers in dienst neemt, is een solidariteitsbijdrage van 10% van de overeengekomen vergoeding verschuldigd aan de RSZ. Er is eveneens een belastingheffing van 10% ten laste van de verenigingswerker.

Dit systeem is in tijd beperkt en loopt van 1 januari tot 31 december 2021.

Welke organisaties kunnen een verenigingswerker in dienst nemen?

Enkel organisaties zonder winstgevend doel, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen of geïdentificeerd bij de RSZ:

  • vzw’s
  • feitelijke verenigingen
  • openbare besturen

Wie mag verenigingswerk uitvoeren?

Niet iedereen mag werken in het statuut van het verenigingswerk.

Om verenigingswerk uit te voeren moet de persoon minstens 18 jaar zijn en voldoen aan één van onderstaande voorwaarden:

  • In de 12 tot 9 maanden (= referentiekwartaal T-3) voorafgaand aan de start van het verenigingswerk minstens één dag als werknemer of ambtenaar gewerkt hebben.
  • Zelfstandige zijn met een minimum aan sociale bijdragen, met als referentiekwartaal T-3, het derde kwartaal voorafgaand aan de start van de overeenkomst.
  • Gepensioneerd zijn, behalve als het gaat om een overgangsuitkering.

Opgepast: voor gepensioneerden jonger dan 65 die geen 45 jaar beroepsloopbaan hebben, tellen de inkomsten mee als beroepsinkomen voor het bereiken van de limiet van toegelaten inkomsten. Meer informatie vind je terug in dit nieuwsbericht

Specifieke gevallen zijn personen die:

  • werkzoekend zijn, indien de overeenkomst verenigingswerk gesloten en lopende is voor de persoon werkzoekend werd. In dit geval moet je het verenigingswerk ook melden bij de RVA.
  • onder het SWT-stelsel vallen, indien de overeenkomst is gesloten en lopende is voor de persoon in het stelsel toetrad. In dit geval moet je het verenigingswerk ook melden bij de RVA.
  • arbeidsongeschikt zijn, indien de overeenkomst verenigingswerk gesloten is voor de persoon arbeidsongeschikt werd en voor zover de adviserend arts vaststelt dat de activiteiten verenigbaar zijn met de gezondheidstoestand.
  • prestaties leveren in het kader van een traject burgerdienst voor jongeren erkend door de bij decreet bepaalde erkenningsinstelling.
  • in het onderwijs tewerkgesteld zijn, en meer bepaald voor wat betreft de periode van uitgestelde bezoldiging. Deze periode telt ook mee bij de beoordeling van tewerkstelling.

Welke activiteiten kunnen vallen onder verenigingswerk?

  1. animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt;
  2. sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden;
  3. conciërge van sportinfrastructuur;
  4. hulp en ondersteuning bieden op occasionele of kleinschalige basis op het vlak van het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of het opnemen van een logistieke verantwoordelijkheid bij activiteiten in de sportsector;
  5. hulp bieden op occasionele of kleinschalige basis bij het opstellen van nieuwsbrieven en andere publicaties (zoals websites) in de sportsector;
  6. verstrekker van opleidingen, lezingen, en presentaties in de sportsector.
  7. artistieke of kunsttechnische begeleider in de amateurkunstensector, de artistieke en de cultuur-educatieve sector;
  8. verstrekker van opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen over culturele, artistieke en maatschappelijke thema’s in de socioculturele, cultuur-, kunsteducatieve en kunstensector.

Opgelet: Werken in onroerende staat kunnen niet in het kader van het verenigingswerk worden uitgevoerd. Denk dan bijvoorbeeld aan een kantine verbouwen, de aanleg van terreinen...


Moet ik een overeenkomst sluiten?

Als organisatie moet je een overeenkomst verenigingswerk sluiten met de verenigingswerker. Deze overeenkomst mag maximaal 1 jaar duren. Je kan maximum 3 overeenkomsten sluiten per jaar. De verlenging van een lopende overeenkomst wordt ook beschouwd als een nieuwe overeenkomst.

Deze overeenkomst moet zeker het volgende vermelden:

  • De identiteit van de verenigingswerker en organisatie
  • Het opschrift ‘overeenkomst inzake verenigingswerk’
  • Het voorwerp van de overeenkomst met een algemene omschrijving van de beoogde activiteiten
  • De plaats en de omvang van het verenigingswerk
  • Het in toepassing van artikel 8 van de wet betreffende het verenigingswerk overeengekomen verenigingswerkrooster, alsook eventuele modaliteiten ter bepaling van dit rooster
  • De duur van de overeenkomst: maximaal één jaar
  • De vergoeding voor het verenigingswerk
  • De verzekeringen die in het kader van het verenigingswerk werden afgesloten
  • De opzeggingstermijn en de opzeggingsmodaliteiten overeenkomstig artikel 17 van de wet betreffende het verenigingswerk
  • De eventueel toepasselijke regels inzake deontologie
  • De bevestiging dat de verenigingswerker alle noodzakelijke inlichtingen en veiligheidsvoorschriften van de organisatie heeft verkregen op het vlak van de risico’s verbonden aan het verenigingswerk, alsmede de verbintenis van de verenigingswerker om deze na te leven.

Welke vergoeding kan ik geven?

  • Je kan de vergoeding zelf bepalen, maar per uur bedraagt de vergoeding minimum 5,20 euro (2021).
  • De maximale vergoeding bedraagt in 2021 532,50 euro per maand en 6.390 euro per jaar. Dat is een totaalbedrag voor de drie luiken van het bijklussen samen.
  • Een verenigingswerker kan bovendien geen bijkomende onkosten krijgen buiten de overeenkomst.
  • Op de vergoeding van het verenigingswerk betaal je als organisatie 10% solidariteitsbijdrage aan de RSZ. De verenigingswerker betaalt 10% belasting op de inkomsten.


Opgelet! Het koninklijk besluit van 24 juni 2021 voorziet een verdubbeling van de maximale maandvergoeding tijdens het derde kwartaal 2021 voor de volgende 2 activiteiten:

  1. Animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt
  2. Sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden

Het maandelijks plafond wordt verdubbeld, van 532,50 euro naar 1.065 euro per maand. Deze grenzen zijn enkel toepasselijk in het derde trimester van 2021. Het jaarlijkse plafond (6.340 euro) blijft ongewijzigd.

Wat is het volume van de prestaties die via verenigingswerk geleverd kunnen worden?

  • Een verenigingswerker kan maandelijks gemiddeld maximum 50 uren verenigingswerk verrichten. De gemiddelde maandelijkse duur van het verenigingswerk wordt beoordeeld per kwartaal. Je kan dit berekenen door het aantal uren verenigingswerk verricht in het lopende kwartaal te delen door het aantal maanden van dat kwartaal waarin de verenigingswerker verbonden is door een overeenkomst inzake verenigingswerk.
  • Er moet een rustpauze zijn van minimum 15 minuten wanneer de duur van het verenigingswerk 6 opeenvolgende uren overschrijdt.
  • Tussen 2 kalenderdagen aan prestaties moet de verenigingswerker minimum 11 opeenvolgende uren rusten.
  • Elke 7 dagen moet er minimum 24 opeenvolgende uren rust zijn. Dit wil dus zeggen dat er op weekbasis maximaal 6 dagen gewerkt mag worden.

Aan welke voorwaarden is het verenigingswerkrooster onderworpen?

  • Als organisatie kan je kiezen voor een vast of variabel verenigingswerkrooster.
  • Kies je voor een variabel verenigingswerkrooster, dan moet je ten minste 5 kalenderdagen vóór iedere prestatie het rooster schriftelijk meedelen aan de verenigingswerker.
  • Je moet het overeengekomen rooster opnemen in de schriftelijke overeenkomst inzake verenigingswerk.
  • Je kan te allen tijde schriftelijk in onderling overleg van het overeengekomen rooster afwijken. Het nieuwe overeengekomen rooster wordt telkens vermeld in de schriftelijke overeenkomst.
  • De afwijkingen op het verenigingswerkrooster moet je bovendien gedurende 5 jaar ter beschikking houden op de plaats van tewerkstelling.

Welke verplichtingen heb ik als organisatie voor de verenigingswerker?

De organisatie is burgerlijk aansprakelijk voor de handelingen van de verenigingswerker, tenzij in geval van bedrog, zware fout of eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout door de verenigingswerker.

Je dient als organisatie wettelijk 2 verzekeringen af te sluiten voor de verenigingswerker:

  1. een verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid
  2. een verzekering tegen ongevallen en lichamelijke schade

Om het welzijn van de verenigingswerker te garanderen moet je als organisatie de nodige aandacht hebben voor:

  • Arbeidsveiligheid
  • Bescherming van de gezondheid van de verenigingswerker op het werk
  • Psychosociale aspecten van het werk
  • Ergonomie
  • Arbeidshygiëne
  • Verfraaiing van de arbeidsplaatsen
  • Maatregelen van de organisatie inzake leefmilieu

De organisatie dient ook de algemene preventiebeginselen toe te passen. Essentieel daarbij is de verenigingswerker correct in te lichten over de risico’s en de benodigde maatregelen voor de aanvang van de activiteiten en te voorzien in de nodige instructies.

Hoe moet ik het verenigingswerk aangeven?

Je registreert de overeenkomst van het verenigingswerk vóór de start van de overeenkomst op de digitale applicatie op www.verenigingswerk.be. Je kan nadien wel nog correcties doorvoeren. Wil je na uitvoering van het verenigingswerk nog een aanpassing doen? Doe dat dan ten laatste tegen het einde van de maand die volgt op de maand waarin de prestaties uitgevoerd werden.

Je hebt voor de registratie van de overeenkomst volgende informatie nodig:

  • het rijksregisternummer van de verenigingswerker
  • de periode waarin de dienst geleverd wordt (maximaal 1 jaar)
  • het bedrag van de vergoeding per maand
  • het aantal uren per maand dat de verenigingswerker zal presteren
  • eventueel het bedrag van de verbrekingsvergoeding (indien van toepassing)

Het systeem zal de registratie weigeren als:

  • de persoon die je wilt laten verenigingswerken, niet beantwoordt aan de voorwaarden van het verenigingswerk, of
  • het maximumbedrag dat de verenigingswerker mag verdienen, overschreden is.

Als de digitale applicatie de registratie toelaat en de verenigingswerker niet weigert, heb je als organisatie voldaan aan alle verplichtingen. Als later blijkt dat de verenigingswerker toch meer heeft verdiend bij andere organisaties of andere luiken van het nieuwe statuut, ben je als organisatie vrijgesteld van een herkwalificatie als werknemer.

Hoe worden de belasting voor de verenigingswerker en de solidariteitsbijdrage voor de vereniging verrekend?

  • Voor de 10% solidariteitsbijdrage deelt de RSZ ten laatste op de vijfde dag van de tweede maand na elk kwartaal waarop de elektronische aangifte betrekking heeft, het bedrag met het rekeningnummer aan de organisatie mee. De organisatie is ertoe gehouden de solidariteitsbijdragen uiterlijk de laatste dag van de tweede maand na dat kwartaal aan de RSZ te storten.
  • De 10% belasting op de vergoeding ten laste van de verenigingswerker zal de verenigingswerker zelf moeten betalen. De fiscale bijdrage wordt verrekend door de fiscus in de belastingsaangifte van de personenbelasting van de betrokken verenigingswerker. De inkomsten worden in principe als diverse inkomsten aangemerkt mits de voorwaarden daartoe zijn voldaan. Er moet door de vereniging geen fiscale fiche opgemaakt worden, en ook geen bedrijfsvoorheffing ingehouden worden.

In welke gevallen wordt de overeenkomst inzake verenigingswerk geschorst?

De overeenkomst wordt geschorst zonder dat de verenigingswerker aanspraak kan maken op een vergoeding in volgende gevallen:

  • tijdelijke overmacht
  • tijdens de periode van 7 dagen die de vermoedelijke bevallingsdatum voorafgaat en de 9 weken bevallingsrust
  • ziekte of ongevallen
  • wanneer het verenigingswerk niet kan worden uitgevoerd door regelgeving of reglementering door overheid of een organiserende derde (denk bijvoorbeeld aan de maatregelen rond het coronavirus)
  • onvoorziene bijzondere omstandigheden

In welke gevallen wordt de overeenkomst inzake verenigingswerk automatisch beëindigd?

De overeenkomst wordt automatisch beëindigd:

  • door afloop van de termijn
  • door de wil van beide partijen
  • door overlijden van de verenigingswerker
  • door stopzetting van de activiteiten van de organisatie
  • door overmacht

Op welke manieren kunnen de verenigingswerker of de organisatie de overeenkomst stopzetten?

1. Opzeg

Elke partij kan de overeenkomst inzake verenigingswerk beëindigen door opzegging aan de andere.

Welke vormvoorwaarden gelden er voor de opzeg?

  • Op straffe van relatieve nietigheid dient de kennisgeving van de opzegging het begin en de duur van de opzeggingstermijn te vermelden.
  • De kennisgeving van de opzegging geschiedt, op straffe van relatieve nietigheid, hetzij bij een ter post aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na de datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot, hetzij door afgifte van een geschrift. De handtekening van de andere partij op het duplicaat van dit geschrift geldt enkel als bericht van ontvangst van de kennisgeving.
  • De opzegging gaat in de dag volgend op de dag van de kennisgeving.

De opzeggingstermijn wordt vastgesteld op:

  • ten minste 7 kalenderdagen indien de overeenkomst inzake verenigingswerk is gesloten voor een duur van minder dan 6 maanden;
  • ten minste 14 kalenderdagen indien de overeenkomst inzake verengingswerk is gesloten voor een duur van 6 maanden tot 1 jaar.

Zowel de verenigingswerker als de organisatie kan de overeenkomst inzake verenigingswerk beëindigen tijdens de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst inzake verenigingswerk.

  • Bij opzegging door de verenigingswerker gegeven vóór of tijdens de schorsing, loopt de opzeggingstermijn tijdens die schorsing.
  • Bij opzegging door de organisatie gegeven vóór of tijdens de schorsing, houdt de opzeggingstermijn op te lopen tijdens de schorsing.


2. Dringende reden

Elke partij kan de overeenkomst inzake verengingswerk zonder opzegging of vóór het verstrijken van de overeengekomen duur beëindigen om een dringende reden. Dit is een ernstige tekortkoming die elke samenwerking tussen de verenigingswerker en de organisatie onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.

Welke vormvoorwaarden gelden er voor dringende reden?

  • De kennisgeving van de dringende reden geschiedt, op straffe van relatieve nietigheid, hetzij bij een ter post aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na de datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot, hetzij door afgifte van een geschrift. De handtekening van de andere partij op het duplicaat van dit geschrift geldt enkel als bericht van ontvangst van de kennisgeving.
  • Op straffe van relatieve nietigheid, vermeldt de kennisgeving het feit ter rechtvaardiging van de dringende reden.


3. Opzegvergoeding

De partij die de overeenkomst inzake verenigingswerk vóór het verstrijken van de overeengekomen duur beëindigt zonder dringende reden of zonder inachtneming van de opzeggingstermijn, is gehouden de andere partij een vergoeding te betalen waarvan het bedrag gelijk is aan:

  • 1/48e van 6390 euro indien de overeenkomst inzake verenigingswerk is gesloten voor een duur van minder dan 6 maanden;
  • 1/24e van 6390 euro indien de overeenkomst inzake verengingswerk is gesloten voor een duur van 6 maanden tot één jaar.

De beëindiging van de overeenkomst inzake verenigingswerk via een opzegvergoeding is aan geen vormvoorwaarden onderworpen.

Zijn verenigingswerk en betaalde arbeid combineerbaar?

Ja, maar om verdringing van betaalde arbeid met verenigingswerk te voorkomen zijn verschillende bepalingen opgenomen:

  • Zo mogen personen niet tegelijk verbonden zijn met een organisatie als verenigingswerker en als werknemer of zelfstandige met een aannemingscontract.
  • Iemand mag geen verenigingswerk verrichten als hij tijdens de periode van 1 jaar voor de start van het verenigingswerk met de organisatie verbonden was door een arbeidsovereenkomst, een aannemingsovereenkomst, een statutaire aanstelling of een uitzendcontract. Hetzelfde geldt in geval van tijdelijke arbeid of bij een terbeschikkingstelling in functie van de gebruiker.
  • Het verenigingswerk mag ook niet gebruikt worden om iemand te vervangen die in de loop van 4 kwartalen voor de start van de overeenkomst in een organisatie of technische bedrijfseenheid actief is geweest.
  • Het is wel mogelijk eerst met een studentenovereenkomst aan de slag te gaan en later als verenigingswerker zonder een jaar te moeten wachten, gesteld dat de student intussen voldoet aan de tewerkstellingsvoorwaarde.
  • Er is ook een uitzondering voorzien voor personen tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst volgens artikel 17 (de 25-dagen regel). Zij kunnen overstappen naar het verenigingswerk zonder de wachtperiode van één jaar.
  • De wachttijd van 12 maanden geldt ook niet wanneer de arbeidsovereenkomst met je werknemer beëindigd werd omdat deze met pensioen ging.
  • Het is ook mogelijk van het verenigingswerk meteen over te stappen naar een arbeidsovereenkomst bij dezelfde organisatie.

Zijn verenigingswerk en vrijwilligerswerk combineerbaar?

Een persoon mag tijdens dezelfde periode niet voor dezelfde vereniging als verenigingswerker én als vrijwilliger aan de slag zijn, tenzij de activiteit als vrijwilliger duidelijk van andere aard is en volledig losstaat van deze als verenigingswerker, en de persoon echt helemaal niets krijgt voor het vrijwilligerswerk (tenzij een vergoeding van werkelijk gemaakte kosten).

Het is daarentegen wel mogelijk dat bijvoorbeeld een sporttrainer het jaar 2021 start met het vrijwilligersstatuut en later tijdens het jaar overstapt naar een verenigingswerkovereenkomst met dezelfde club.

Bronnen:

Anderen lazen ook dit:

Model - attest uitzondering op verplichting telewerk

De overheid schakelt een versnelling hoger in de strijd tegen het coronavirus en heeft telewerken nu verplicht gemaakt. Uitzondering? Mensen die écht nodig zijn op de werkvloer. Zij moeten hiervoor wel een attest krijgen van de werkgever.

Gelijkstelling tijdelijke werkloosheid 2021 voor jaarlijkse vakantie en eindejaarspremie

Goed nieuws voor werknemers die tijdelijk werkloos waren wegens corona in 2021: ook voor dit jaar besliste de regering om de dagen tijdelijke werkloosheid wat betreft het recht op jaarlijkse vakantie gelijk te stellen met gewerkte dagen. De tijdelijke werkloosheid zal met andere woorden geen invloed hebben op de vakantierechten en het vakantiegeld van werknemers in 2022.

Deze informatie geldt onder voorbehoud van publicatie.

Komaf maken met jouw kopzorgen rond het inzetten van personeel?

Doe net als +800 socioculturele collega-organisaties, en sluit je vandaag nog aan bij Sociare!