Ga verder naar de inhoud

FAQ deeltijds leren en werken

14.10.2020

Alternerende opleidingen geven leerlingen de kans om gedurende hun opleiding tegelijk ook ervaring en kennis op te doen op de werkvloer. Als organisatie kan je deze leerlingen tewerkstellen en hen zo de mogelijkheid geven om binnen jouw organisatie opgeleid te worden op de werkvloer. Hoe je dat aanpakt? Je leest het in deze FAQ.

  • Om een leerling in het kader van leren en werken in je onderneming of organisatie (privé of publiek) op te leiden, heb je een erkenning als werkplek nodig.
  • Je moet een erkenning hebben voor elke alternerende opleiding waarvoor je een overeenkomst wil sluiten én voor elke vestiging waar je leerlingen wil opleiden. Deze vestigingen moeten in het Vlaamse gewest of het Brussels hoofdstedelijk gewest liggen.

De rechtsgronden voor het stelsel werken en leren werden geharmoniseerd in het kaderdecreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen. In het besluit van 8 juli 2016 werden de verdere modaliteiten uitgewerkt.

Wat is een alternerende opleiding?

Een alternerende opleiding is een opleiding die een leerling deels in een opleidingsinstelling en deels op de werkvloer volgt.

Een alternerende opleiding wordt in het kaderdecreet van 10 juni 2016 als volgt omschreven:

Deze opleidingen combineren contactonderwijs bij een opleidingsverstrekker met een opleiding op de werkplek. Beide componenten beogen samen de uitvoering van één enkel opleidingsplan en zijn daarom inhoudelijk en organisatorisch op elkaar afgestemd.

Wat is duaal leren dan?

Duaal leren maakt deel uit van het breder begrip alternerend leren.

Duaal leren kan worden omschreven als een geïntegreerd duaal stelsel van leren en werken in het secundair onderwijs. Het gaat om een onderwijsvorm die zich richt op de arbeidsmarkt, waardoor de opleidingen zich beperken tot het technisch- en beroeps secundair onderwijs.

Op 1 september 2016 startte het proefproject ‘schoolbank op de werkplek’. Onderwijsinstellingen en Syntra-lesplaatsen konden deelnemen aan dit proefproject en zo duale studierichtingen aanbieden.

In 2017 werd het aantal studierichtingen uitgebreid. Vanaf 1 september 2019 wordt het duaal leren definitief geïmplementeerd in het voltijds secundair onderwijs (BUSO, TSO en BSO), in het deeltijds beroeps secundair onderwijs en in leertijd.

Welke overeenkomst moet je hiervoor afsluiten?

Voor het uitvoeren van de alternerende opleiding heb je de keuze tussen 3 mogelijke contracten:

1) Je kan een overeenkomst van alternerende opleiding afsluiten (OAO). In dit geval dient de opleiding op de werkvloer jaarlijks minstens 20uur per week te bedragen. Wettelijke feest- en vakantiedagen worden niet meegeteld.

2) Je kan een stageovereenkomst alternerende opleiding afsluiten (SAO). Dit kan betrekking hebben op 2 situaties:

  • Het gaat om een duale opleiding die door de Vlaamse Regering wordt erkend. In dit geval bedraagt de opleiding op de werkvloer jaarlijks minder dan 20 uur per week. Wettelijke feest- en vakantiedagen worden niet meegeteld.
  • Het gaat om een opleiding die uitsluitend plaatsvindt op een gesimuleerde werkplek.

3) Ten slotte kan je in bepaalde gevallen ook een deeltijdse arbeidsovereenkomst afsluiten waarop de arbeidsovereenkomstenwet van toepassing zal zijn:

  • Je valt als organisatie onder het toepassingsgebied van artikel 1 van het KB van 18 juli 2002 (sociale maribel). Meer bepaald werkgevers die ressorteren onder het paritair comité 329 komen in aanmerking. Verderop in deze FAQ lees je daar meer over.
  • Het betreft een opleiding binnen het deeltijds beroeps secundair onderwijs (DBSO) die niet als duaal wordt erkend door de Vlaamse Overheid. De opleiding op de werkvloer bedraagt jaarlijks minder dan 20 uur per week. Wettelijke feest- en vakantiedagen worden niet meegeteld.
  • Naast duaal bestond er reeds een andere vorm van werken en leren, meer bepaald Deeltijds Leren en Werken. Leerlingen kunnen dit volgen via het Deeltijds Beroeps Secundair Onderwijs (DBSO) dat wordt georganiseerd door centra voor deeltijds beroeps secundair onderwijs of via Leertijd dat wordt georganiseerd door Syntra.

Voor meer informatie verwijzen we graag door naar de websites van Syntra en de Vlaamse Overheid.

Welke partijen zijn betrokken?

De overeenkomsten gesloten in het kader van een alternerende opleiding zijn steeds overeenkomsten met 3 partijen:


1) De leerling

In de eerste plaats zal de leerling deel uitmaken van deze overeenkomst. Het begrip leerling heeft betrekking op elke regelmatige leerling of zijn wettelijke vertegenwoordiger die onder een onderwijsdecreet- of regelgeving valt.


2) De erkende organisatie

Daarnaast wordt de overeenkomst gesloten door een organisatie erkend door het Vlaams Partnerschap Duaal Leren die aan volgende voorwaarden moet voldoen:

a) Je moet binnen de organisatie een mentor aanduiden. De mentor moet:

  • verplicht een mentoropleiding volgen.
  • van onberispelijk gedrag zijn. Dit wordt beoordeeld op basis van een uittreksel van het strafregister.
  • 25 jaar of ouder zijn
  • minstens 5 jaar relevante praktijkervaring hebben.

b) Jouw organisatie en bedrijfsuitrusting van jouw organisatie moet het mogelijk maken om de leerling op te leiden volgens het opleidingsplan.

c) Jouw organisatie moet voldoende financiële draagkracht hebben en mag geen veroordelingen hebben opgelopen.

d) Per vestigingsplaats mag het aantal jongeren in opleiding niet meer bedragen dan het aantal werknemers.

Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan volgende afwijkingen toestaan:

  • De leeftijd van de mentor verminderen tot 23 jaar
  • De vereiste praktijkervaring verkorten
  • Een niet-relevante veroordeling buiten beschouwing laten

De erkenning is geldig gedurende 5 jaar. Deze kan worden opgeheven door het Vlaams Partnerschap Duaal Leren vanaf het moment dat je als organisatie niet langer voldoet aan de voorwaarden of wanneer je de verbintenissen en plichten niet naleeft.

Het is ook mogelijk dat een organisatie buiten de Vlaamse Gemeenschap in aanmerking komt. In dat geval dient deze organisatie ook daar erkend te zijn als werkplek in het kader van een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken.

De erkenningsaanvraag kan je digitaal indienen. Deze aanvraag kan ook worden ingediend door de trajectbegeleider van de school. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren of het Sectorale Partnerschap zal vervolgens de aanvraag behandelen.

Meer informatie over de procedure tot erkenning als werkplek vind je terug op de website van Syntra Vlaanderen.


3) De opleidingsverstrekker

Ten slotte zal ook een opleidingsverstrekker deel uitmaken van de overeenkomst. De opleidingsverstrekker heeft betrekking op een opleidings- of onderwijsinstelling die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap.

In het kader van alternerend leren gaat dit om volgende opleidingen:

Voltijds secundair onderwijs

Een opleidings- of onderwijsinstelling die het voltijds secundair onderwijs aanbiedt kan in aanmerking komen als opleidingsverstrekker. Deze instelling moet een opleiding aanbieden die door de Vlaamse Regering gekwalificeerd wordt als duaal. Een lijst van de opleidingen kan je hier terugvinden.

Deeltijds beroeps secundair onderwijs (DBSO)

Het DBSO wordt ingericht door Centra voor Deeltijds Onderwijs. Hier krijgen de jongeren 2 dagen per week les. Elke opleiding binnen het DBSO komt in aanmerking.

Leertijd

Leertijd wordt ingericht door Syntra. De leerling krijgt 1 dag per week les op een Syntra-campus en krijgt 4 dagen per week opleiding op de werkvloer. Elke opleiding binnen leertijd komt in aanmerking.


Wat zijn precies de modaliteiten?

  • De overeenkomst rond de alternerende opleiding moet voor elke leerling afzonderlijk en schriftelijk worden vastgesteld, ten laatste op het tijdstip waarop de leerling start met de alternerende opleiding in jouw organisatie. De Vlaamse Regering heeft een model opgesteld voor wat betreft de overeenkomst alternerende opleiding en de stageovereenkomst alternerende opleiding.
  • Het gaat steeds om een overeenkomst van bepaalde duur. De duur kan meer bedragen dan een schooljaar.
  • De overeenkomst is een voltijdse overeenkomst die betrekking heeft op het volledig leertraject, zowel de lessen bij de opleidingsinstelling als de lessen op de werkvloer. Voor de berekening van het aantal uren binnen de overeenkomst telt elke les of activiteit gelijkgesteld met een les mee voor 60 minuten.
  • In de overeenkomst dient een opleidingsplan opgenomen te zijn. Dit plan bevat het individuele leertraject van de leerling. Via trajectbegeleiding zal de leerling continu worden begeleid en opgevolgd rond zijn persoonlijke ontwikkeling en zijn vorming, zowel op school als op de werkplek. Daarvoor wordt een trajectbegeleider aangesteld. Dit is een personeelslid van de opleidings- of onderwijsinstelling die ondersteuning biedt, met als doel de volledige realisatie van het opleidingsplan.
  • De leerling kan verschillende opeenvolgende overeenkomsten afsluiten met als doel het finaliseren van het opleidingsplan. De duur van alle overeenkomsten mag wel niet meer bedragen dan de duur van de alternerende opleiding. Dit te rekenen vanaf het ogenblik dat de alternerende opleiding voor de leerling is ingevuld met een werkplekcomponent.

Hoe zit het met de vergoeding?

  • Jouw leerling ontvangt maandelijks een leervergoeding. Deze vergoeding is verschuldigd door jou als organisatie. De bedragen voor de leervergoeding en de voorwaarden kan je terugvinden via deze link.
  • Het bedrag van de leervergoeding hangt af van de vooropleiding van jouw leerling en of deze met succes beëindigd werd. Een opleidingsjaar met succes beëindigen betekent dat jouw leerling volgens de beslissing van de klassenraad studievoortgang kan maken.
  • De leervergoeding wordt berekend op basis van het GGMMI voor werknemers van 18 jaar. Het bedrag van de leervergoeding wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
  • Deze leervergoeding valt onder de Loonbeschermingswet. Je bent verplicht om die op dezelfde manier uit te betalen als de gewone lonen.
  • De leervergoeding wordt betaald aan jouw leerling, tenzij er verzet is voor de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige leerling.
  • Indien je de overeenkomst beëindigt op een wijze die strijdig is met de bepalingen van dit decreet, dan zal je een vergoeding verschuldigd zijn gelijk aan de leervergoeding voor een maand.

Wat met afwezigheden?

De leerling heeft naast 20 dagen wettelijke vakantie ook nog recht op 20 onbetaalde vakantiedagen. De onbetaalde vakantiedagen moeten worden opgenomen tijdens de schoolvakanties. De betaalde vakantiedagen mogen niet worden opgenomen op lesdagen.


Welke opleidingen geven recht op 20 onbetaalde vakantiedagen?

Deze leerlingen volgen een opleiding in een onderneming en leren ook bij één van de volgende aanbieders van duaal leren:

  • deeltijds beroeps secundair onderwijs (DBSO)
  • de Syntra-leertijd
  • duaal leren in het voltijds onderwijs
  • buitengewoon secundair onderwijs (opleidingsvormen 3 en 4).


Uitzonderingen op de schoolvakantieregeling

Alhoewel leerlingen in het stelsel van duaal leren in principe genieten van onbetaalde vakantie tijdens de schoolvakanties, zijn er bepaalde situaties waarin deze regeling niet gevolgd dient te worden:


Individuele uitzondering

  • Als er zich tijdens de schoolvakantie een leeropportuniteit voordoet, kunnen de leerling/wettelijke vertegenwoordiger, zijn opleidingsverstrekker en de onderneming beslissen dat een leerling tijdens de schoolvakanties wordt opgeleid.
  • Deze opleidingsdagen moet hij of zij recupereren tijden de lesweken op dagen waarop hij of zij volgens het uurrooster in de onderneming wordt opgeleid en dit binnen hetzelfde schooljaar, tenzij de overeenkomst vroeger eindigt.

De leerling heeft in ieder geval steeds recht op 4 weken vakantie tijdens de maanden juli en augustus.


Uitzondering op niveau van de onderneming

Structurele afwijking
  • Omwille van bepaalde seizoensgebonden activiteiten is het mogelijk om een structurele afwijking op de schoolvakantieregeling te regelen, mits goedkeuring van de regering.
  • Deze opleidingsdagen moeten gerecupereerd worden tijdens de lesweken op dagen waarop de leerling volgens zijn voorziene uurrooster opleiding in de onderneming volgt. Deze recuperatie moet plaatsvinden binnen hetzelfde schooljaar, tenzij de overeenkomst vroeger stopt.
Beperking tot 12 schoolvakantieweken

Mits het naleven van bepaalde voorwaarden kan een sectoraal partnerschap de schoolvakantieregeling beperken tot 12 schoolvakantieweken.

De voorwaarden die moeten nageleefd worden zijn:

  • enkel mogelijk in een opleiding van het deeltijds beroeps secundair onderwijs, de leertijd, de kwalificatiefase en integratiefase van het buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3 en in het eerste en tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds secundair onderwijs
  • enkel voor opleidingen die met een overeenkomst alternerende opleiding worden gecombineerd.

In deze situatie is er geen recuperatie voor de leerling vereist.

  • Dezelfde schorsingsgronden als bij een arbeidsovereenkomst zijn van toepassing zoals ziekte, klein verlet,... Ook de regels rond gewaarborgd loon moeten worden toegepast.

Hoe beëindig je een overeenkomst van alternerende opleiding?


1) De overeenkomst eindigt automatisch in volgende gevallen:

  • als de termijn verstreken is
  • als de leerling de opleiding met vrucht heeft beëindigd
  • als de mentor overlijdt en geen andere mentor kan worden aangesteld
  • als er overmacht is, die tot gevolg heeft dat de uitvoering van de overeenkomst definitief onmogelijk wordt
  • op verzoek van de leerling in geval van faillissement of na overname van de organisatie, tenzij de overeenkomst door het overnemende bedrijf overgenomen wordt. Dat laatste is alleen mogelijk als ook het overnemende bedrijf aan alle voorwaarden voldoet
  • als de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst langer dan zestig dagen aanhoudt en de ondernemer of de leerling de wens uit de overeenkomst niet verder uit te voeren
  • bij definitieve uitsluiting als tuchtmaatregel van de onderwijs- of opleidingsverstrekker, in voorkomend geval na de uitputting van het beroep, vermeld in artikel 123/12 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
  • bij vroegtijdige stopzetting van de opleiding, de trajectbegeleider zal het Vlaams Partnerschap Duaal Leren hiervan op de hoogte brengen
  • als de erkenning van de organisatie wordt opgeheven
  • als de opleidingsverstrekker conform artikel 110/11, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 de leerling heeft ingeschreven onder ontbindende voorwaarde en de inschrijving ontbindt


2) De overeenkomst opzeggen

  • Zowel de organisatie als de leerling kunnen de overeenkomst gedurende de eerste 30 dagen van de uitvoering opzeggen, mits een opzegtermijn van 7 dagen.
  • Indien de uitvoering van de overeenkomst wordt geschorst tijdens deze eerste dertig dagen, zal deze periode van eerste 30 dagen worden verlengd met de duur van de schorsing. Het gaat bijgevolg om de eerste effectief gepresteerde 30 dagen.
  • Een schorsing van de uitvoering van de overeenkomst zal de opzeggingstermijn niet schorsen.


3) De overeenkomst verbreken

  • Zowel de organisatie, als de leerling als diens wettelijke vertegenwoordiger kunnen de overeenkomst verbreken. Zij moeten wel een reden inroepen die deze verbreking wettigt, zoals ernstig tekortschieten in de verplichtingen, omstandigheden die het goede verloop van de opleiding op de werkplek ernstig belemmeren of de leerling die wenst over te schakelen naar een andere opleiding.
  • De reden tot verbreking moet worden meegedeeld aan de trajectbegeleider die verplicht een poging tot bemiddeling moet doen binnen de 3 weken. Tijdens deze verzoeningstermijn moet de overeenkomst worden voortgezet.
  • Alle partijen kunnen beroep aantekenen bij het Vlaams Partnerschap Duaal Leren. Indien de ingeroepen reden tot verbreking niet wordt aanvaard, dan kan een schadevergoeding gelijk aan de leervergoeding van een maand worden gevorderd.
  • Ook de opleidingsverstrekker kan de overeenkomst beëindigen. Dit dient schriftelijk en gemotiveerd te gebeuren op basis van:
    • Zware inbreuken van de organisatie of de leerling tegen de uitvoering van de overeenkomst
    • Het gevaar voor de fysieke of geestelijke gezondheid van de leerling
    • Omstandigheden die het goede verloop van de opleiding op de werkplek ernstig kunnen belemmeren

Hoe zit het met deeltijds leren en werken in de socioculturele sector?

Voor het schooljaar 2018-2019 hebben de sociale partners er zich toe verbonden om werkervaringsplaatsen te voorzien voor de jongeren die deeltijds leren en werken.

Jongeren tussen 15 en 25 jaar volgen 2 dagen per week les in een centrum voor leren en werken. 3 dagen per week gaan zij aan de slag in organisatie binnen de sector.

De loonkost van 96 jongeren (max. 19u per week) zal op de volgende manier worden gefinancierd:

  • Het Sociaal Fonds Sociale Maribel voor de Socioculturele Sector van de Vlaamse Gemeenschap of het Sociaal Fonds voor het Sociaal-Cultureel Werk zal 75 jongeren ondersteunen;
  • De jongerenbonus zal 21 jongeren ondersteunen.

Bijkomende informatie hierover kan je terugvinden op de website van VIVO.

Wat met de financiële voordelen?

Als organisatie kan je een beroep doen op verschillende financiële voordelen indien je een overeenkomst in het kader van alternerend leren afsluit:


De doelgroepverminderingen voor mentors

Je hebt recht op een doelgroepvermindering voor een werknemer die als mentor stages opvolgt of opleiding geeft. Deze doelgroepvermindering bedraagt 800€ per kwartaal dat de mentor stages of opleiding geeft.

Meer informatie hierover vind je terug op de website van de rsz en in onze syllabus werkgelegenheidsmaatregelen.


De doelgroepvermindering voor de aanwerving van jonge werknemers

Voor jongeren die deeltijds leren en werken en voor jongeren jonger dan 25 jaar zonder of met maximaal een diploma hoger secundair onderwijs kan je als werkgever een doelgroepvermindering krijgen.

Meer informatie hierover vind je terug op de website van de rsz en in onze syllabus werkgelegenheidsmaatregelen.


De start- en stagebonus

  • Jongeren die een alternerende opleiding volgen hebben recht op een startbonus. De werkgever heeft voor deze tewerkstelling recht op een stagebonus.
  • Zowel de start- als de stagebonus wordt maar 1 keer per schooljaar toegekend. De jongere kan de startbonus maximaal 3 keer ontvangen. De organisatie kan per jongere die hij opleidt maximaal 3 keer een stagebonus ontvangen.
  • De eerste en tweede toekenning bedraagt 500€ voor zowel de start- als stagebonus. De derde toekenning bedraagt 750€ voor zowel de start- als stagebonus.

Meer lezen?

Alle uitleg van A tot Z over werkgelegenheidsmaatregelen kan je nalezen in onze syllabus.

Anderen lazen ook dit:

Syllabus werkgelegenheidsmaatregelen

In de syllabus lees je meer over verminderingen rsz-werkgeversbijdragen, tussenkomst in het loon bij de aanwerving van werknemers, die langdurig inactief zijn of een arbeidsbeperking hebben. En mogelijkheden over individuele opleidingen en stages in jouw organisatie.

Vlaamse ondersteuningspremie: modaliteiten van toekenning wijzigen licht

Vanaf 1 oktober 2020 start de toewijzing van de Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP) vanaf het kwartaal waarin je de aanvraag indiende. Voorheen was dat vanaf het kwartaal van begin van tewerkstelling in je organisatie.

Komaf maken met jouw kopzorgen rond het inzetten van personeel?

Doe net als +800 socioculturele collega-organisaties, en sluit je vandaag nog aan bij Sociare!