Ga verder naar de inhoud

Corona: welke impact op pensioenrechten?

07.01.2022

Gepensioneerden die door corona tijdelijk werkloos waren of een vervangingsinkomen/financiële compensatie ontvingen, hoeven niet te vrezen voor hun pensioen. De regering heeft de maatregelen tot behoud van de pensioenrechten tijdens de coronacrisis verlengd tot 30 juni 2022. Tijdens de crisisperiode zullen deze uitkeringen en vergoedingen geen invloed hebben op de uitbetaling van de pensioenen.

Mogen gepensioneerden onbeperkt bijverdienen tijdens de coronacrisis?

Gepensioneerden, die meewerken tijdens de coronacrisis, mogen onbeperkt bijverdienen bovenop hun pensioen voor zover ze worden ingeschakeld in één van de bedrijven van de cruciale sectoren of in de essentiële diensten in het kader van de strijd tegen het coronavirus.

Deze beroepsinkomsten tellen tijdelijk niet mee voor de cumulatieregels.

Wat als gepensioneerden tijdelijk aan de slag gaan in de strijd tegen het coronavirus?

Zij mogen op beide oren slapen, want hun tijdelijke beroepsinkomsten zullen geen weerslag hebben op hun pensioen (of rustpensioen, overlevingspensioen of overgangsuitkering).

Ter herinnering:

Onbeperkt bijverdienen tijdens het pensioen is in zowel de werknemers-, zelfstandigen als ambtenarensector mogelijk:

  • als het rustpensioen start in het jaar van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar
  • als je 45 jaar gewerkt hebt bij aanvang van het pensioen

Wie 65 jaar is en alleen een overlevingspensioen krijgt of wie jonger is dan 65 jaar en geen loopbaan van minstens 45 jaar kan aantonen, mag slechts beperkt bijverdienen.

Hier lees je meer over de grensbedragen voor bijverdienen tijdens je pensioen

Uitzondering voor gepensioneerden die mee strijden tegen corona

De gepensioneerden die weer aan de slag gaan in strijd tegen corona, en niet onbeperkt mogen bijverdienen, riskeren dus dat hun rust- of overlevingspensioen geschorst of verminderd wordt.

Om dit te verhinderen, worden de beroepsinkomsten van de titularis of echtgenoot in deze situatie niet in aanmerking genomen om te bepalen of de toegelaten grenzen in 2020 en 2021 overschreden worden.

De verlengde maatregel geldt voor de beroepsinkomsten sinds 1 oktober 2021 tot 30 juni 2022 voor zover deze inkomsten voorvloeien uit een beroepsactiviteit die begonnen of uitgebreid werd in één van de bedrijven van de cruciale sectoren of in de essentiële diensten en dit in het kader van de strijd tegen het coronavirus:

1. de
zorgsector: de private en openbare diensten voor zorg, opvang en bijstand voor personen, voor oudere personen, voor minderjarigen, voor mindervalide personen en voor kwetsbare personen, met inbegrip van slachtoffers van intrafamiliaal geweld, in de periode vanaf 1 oktober 2021 tot en met 30 juni 2022. Voor de private sector behoren deze diensten of organisaties tot de volgende paritaire comités:

  • 313 Paritair comité voor de apotheken en tarificatiediensten;
  • 318 Paritair Comité voor de diensten voor gezins-en bejaardenhulp;
  • 319 Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten;
  • 329 Paritair comité voor de socioculturele sector (beperkt tot zorg en voedselbedeling);
  • 330 Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten;
  • 331 Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector;
  • 332 Paritair Comité voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector;
  • 322 Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, voor zover de uitzendkracht wordt tewerkgesteld bij een gebruiker die ressorteert onder één van de hierboven vermelde paritaire comités;
  • 337 Aanvullend paritair comité voor de non-profitsector (beperkt tot de gehandicaptenzorg).

Onder de openbare zorgsector wordt verstaan de openbare instellingen en diensten met als NACE-code 86101, 86102, 86103, 86104, 86109, 86210, 86901, 86903, 86904, 86905, 86906, 86909, 87101, 87109, 87201, 87202, 87203, 87204, 87205, 87209, 87301, 87302, 87303, 87304, 87309, 87901, 87902, 87909, 88101, 88102, 88103, 88104, 88109, 88911, 88912, 88919, 88991, 88992, 88993, 88994, 88996 en 88999.

2.
de private en openbare instellingen of diensten die belast zijn met de exploitatie van vaccinatiecentra in het kader van de strijd tegen het coronavirus COVID-19 en dit voor alle activiteiten die verband houden met de exploitatie van een vaccinatiecentrum, in de periode vanaf 1 oktober 2021 tot en met 30 juni 2022.

Wat als een gepensioneerde uitkeringen tijdelijke werkloosheid of ziekte-uitkeringen krijgt?

Tijdelijke werkloosheidsuitkeringen en ziekte-uitkeringen toegekend wegens corona worden niet in aanmerking genomen voor de regeling van de cumulatie met een rust- of overlevingspensioen op voorwaarde dat de uitkeringen

  • werden toegekend voor de periode vanaf 1 maart 2020 tot voorlopig 30 juni 2022
  • en te maken hebben met het coronavirus

Vergoedingen ter compensatie van verlies aan inkomsten of bijkomende kosten door corona

De federale, regionale en plaatselijke overheden voorzien heel wat vergoedingen als compensatie voor een verlies aan inkomsten of als vergoeding voor bijkomende kosten te wijten aan het coronavirus. Deze vergoedingen zullen tijdens de crisisperiode (1 maart tot en met 30 juni 2022) niet in aanmerking worden genomen voor de regeling van de cumulatie met een rust- of overlevingspensioen.

Cumul inkomen met een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) of gewaarborgd inkomen voor ouderen

In de periode van 1 maart 2020 tot voorlopig 30 september 2021 worden beroepsinkomsten, vervangingsinkomens en vergoedingen gerelateerd aan corona vrijgesteld van cumulatie.

Heeft tijdelijke werkloosheid omwille van overmacht gevolgen voor de groepsverzekering/sectoraal aanvullend pensioen?

Werknemers die je op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht plaatste, hadden voor die dagen geen loon. De bijdragen aan de groepsverzekering/sectoraal aanvullend pensioen worden berekend op het brutoloon. Een vermindering van brutoloon zou een vermindering van bijdragen betekend hebben.

Hun rechten op de pensioenopbouw en de risicodekkingen ingesteld door jou en/of het sectorpensioen PC 329.01 in het kader van de beroepsactiviteit blijven behouden.


Hoe gaat dat in z'n werk?

  • Jij of het Sectorpensioenfonds betaalden de bijdragen verder alsof de arbeidsovereenkomst niet werd geschorst. Jij of het Sectorpensioenfonds hebben wel het recht om de betaling van de bijdragen uit te stellen tot en met 30 september 2021. Dit eventuele uitstel van de betaling van de bijdragen heeft geen invloed op de prestaties ten voordele van de aangeslotene.
  • Het doorbetalen van de bijdragen in de groepsverzekering tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid in deze crisistijden kon een ongewenste financiële last betekenen voor de werkgevers. Daarom werd voorzien dat je aan de verzekeraar kon meedelen dat je de dekkingen wenste stop te zetten en bijgevolg geen verdere bijdragen te betalen tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid. Dit moest gebeuren binnen de 30 dagen nadat je hierover werd geïnformeerd door de verzekeraar.
  • De eventuele overlijdensdekking bleef sowieso behouden tot en met 30 september 2021, ook indien je koos voor de tijdelijke stopzetting van de betaling van de bijdragen.
  • Werkgevers moesten de werknemers informeren over het feit of de dekkingen al dan niet behouden bleven tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid.
  • Bij wijzigingen, moesten de toepasselijke reglementen formeel worden aangepast aan de voortgezette opbouw van rechten en betaling van de bijdragen, maar dit moet pas tegen 31 december 2022 gebeuren.

De hierboven vermelde maatregelen zijn uiteraard enkel relevant indien het toepasselijke reglement niet voorzag in een verdere betaling van de bijdragen en opbouw van rechten tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid. Indien het reglement dit wel voorziet, maar jij of de sectorale inrichter wil hiervan afwijken, zal het toepasselijke reglement moeten aangepast worden volgens de geijkte procedures.

Deze maatregelen zijn van kracht vanaf 13 maart 2020 en eindigen op 30 juni 2022.

Bronnen:  

  1. Wet van 7 mei 2020 houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, BS 18 mei 2020
  2. Koninklijk besluit van 6 juli 2020 tot uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de wet van 7 mei 2020 houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, BS 8 juli 2020
  3. Koninklijk besluit van 17 november 2020 tot uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de wet van 7 mei 2020 houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, BS 1 december 2020
  4. Koninklijk besluit van 18 april 2021 tot uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de wet van 7 mei 2020 houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, BS 27 april 202
  5. Wet van 18 juli 2021vhoudende tijdelijke ondersteunings- maatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, BS 29 juli 2021.
  6. Koninklijk besluit van 29 augustus 2021 tot uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de wet van 7 mei 2020 houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, BS 10 september 2021
  7. Programmawet van 27 DECEMBER 2021, BS 31 december 2021

Anderen lazen ook dit:

Replay infosessie Artikel 17 - 19 januari 2022

Ben je benieuwd hoe de opvolger van het verenigingswerk er uit ziet? Occasionele medewerkers tewerkstellen kan nu door een uitbreiding van het al bestaande artikel 17. Deze gratis infosessie geeft je een toelichting van de nieuwe regeling.

Update: uitstel van betaling RSZ-bijdragen 4de kwartaal 2021 voor werkgevers getroffen door de coronamaatregelen

Opnieuw zijn er maatregelen genomen om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van RSZ-werkgeversbijdragen. Het niet-doorstorten van de voorschotten voor het vierde kwartaal van 2021 zal geen aanleiding geven tot sancties. Je kunt de betaling van de maandelijkse bijdragen uitstellen tot de vervaldag van het saldo van de kwartaalbijdragen. En als ook dat niet mogelijk is, kan je een minnelijk afbetalingsplan vragen.

Deze regeling is een verlenging van maatregelen genomen voor het eerste, tweede en derde kwartaal van 2021.

Komaf maken met jouw kopzorgen rond het inzetten van personeel?

Doe net als +800 socioculturele collega-organisaties, en sluit je vandaag nog aan bij Sociare!