Statuut verenigingswerker: standpunt en uitleg

woensdag 29/11/2017

De federale regering roept een nieuw statuut in het leven voor onder andere het verenigingswerk en voor occasionele diensten tussen burgers waarbinnen particulieren binnen bepaalde grenzen 1000 euro per maand en 6000 euro per jaar vrij van sociale en fiscale bijdragen kunnen bijverdienen. We geven hierbij ons standpunt.

We zijn tevreden dat met het nieuwe statuut een antwoord wordt geboden op duidelijke noden zoals deze van de sportverenigingen en de amateurkunsten. 

Toch drukken wij onze bezorgdheid uit over het geheel van functies en activiteiten die binnen het nieuwe statuut worden toegelaten voor de organisaties en deelsectoren in het socioculturele en het artistieke veld. De omvangrijke lijst is volgens ons verwarrend. En bepaalde activiteiten vinden we ook terug in het kader van het nieuwe decreet wijkwerken of bij lokale diensteneconomie, waar dus nu zwakkeren in de samenleving in actief zijn.
Ook benadrukken we het belang van de inzet van vrijwilligers, die zich dagdagelijks onbezoldigd en onverplicht inzettten in onze sectoren. Het nieuwe statuut is niet te verwarren met vrijwilligerswerk.  

Daarom vragen Sociare en federaties uit de socioculturele en artistieke sector: 

- Een gefaseerde invoering van het toepassingsgebied van het verenigingswerk waarbij enkel de duidelijk afgebakende functies binnen de sportsector en amateurkunsten worden ingevoerd op 1 januari 2018. 

- Overleg met de betrokken sectoren over de voorgestelde activiteiten en functies om deze beter af te stemmen met de realiteit binnen de betrokken sectoren en beleidsdomeinen

- Een uitrol van het aangepaste toepassingsgebied ten vroegste vanaf 1 juli 2018.

- Het door organisaties raadpleegbaar maken van de online applicatie zodat organisaties zich kunnen verzekeren dat het grensbedrag per maand en per jaar door de particulier niet wordt overschreden. In deze applicatie moeten de prestaties van de drie pijlers van het bijklussen worden opgenomen.

We volgen het dossier van nabij op en brengen meer nieuws wanneer het finale toepassingsgebied en de verdere details van het statuut bekend zijn. 

We hopen daarbij ook dat de nuances in dit verhaal goed worden meegenomen: het voorstel biedt wel degelijk een antwoord voor sport- en amateurkunstensector, maar behoeft bijsturing voor andere sectoren. 

De volledige brief aan de Vlaamse regering vindt u hier, een gelijkaardig schrijven richtten we aan de bevoegde federale ministers.