De renteloze lening of de lening tegen verminderde rentevoet

maandag 20/03/2017

U kunt uw werknemers een renteloze lening of een lening tegen verminderde rentevoet toekennen. Het voordeel dat daaruit voortvloeit voor de werknemer is loon en wordt geschat naar zijn werkelijke waarde zodat fiscale- en socialezekerheidsbijdragen mogelijk zijn. 

Fiscaalrechtelijk 

Het voordeel wordt berekend op basis van het verschil tussen de referentierentevoet van het jaar waarin de leningsovereenkomst wordt gesloten, en de rentevoet die u als werkgever toekent aan de werknemer.  Een kb bepaalt jaarlijkse per type van lening de referentierentevoeten . 

De referentierentevoeten 2016 verschenen op 3 maart 2017 in het Staatsblad. Aan de hand van die rentevoeten wordt de waarde bepaald van de voordelen die in 2016, en 2017 in afwachting van de publicatie van de rentevoeten 2017, werden toegekend in de vorm van diverse leningen.  

Het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit de toekenning van een renteloze lening of een lening tegen verminderde intrestvoet, vermeldt u op de fiscale fiche 281.10. 

In principe moet u als werkgever uiterlijk op 1 maart de fiscale fiches 281.10 aan de fiscus en aan uw werknemers bezorgen. Gezien de laattijdige publicatie van de referentierentevoeten zal de FOD Financiën zich tolerant opstellen bij het laattijdig indienen van fiches 281.10 waar een voordeel van alle aard voor renteloze of goedkope leningen moet worden vermeld.

Sociaalrechtelijk

Er is geen wetsbepaling die de sociale behandeling van dit voordeel regelt. De RSZ gaat ervan uit dat dat voordeel loon is en er dus sociale bijdragen op verschuldigd zijn. Het voordeel is het verschil tussen wat de werknemer terugbetaalt aan zijn werkgever, en de terugbetaling die de werknemer zou doen aan zijn bank voor een lening van hetzelfde bedrag en voor dezelfde duur. 

Arbeidsrechtelijk

Voorschotten in geld verstrekt door de werkgever, zoals in het kader van een lening, mag u in mindering brengen op het loon.

Na aftrek van de sociale en fiscale inhoudingen mag het totaal van de inhoudingen niet meer bedragen dan 1/5 van het nettoloon, behalve bij bedrog of vrijwillige uitdiensttreding. 

De werknemer kan, zolang hij verbonden is door een arbeidsovereenkomst, niet afzien van die bescherming. Hij kan uiteraard wel telkens na betaling van zijn loon beslissen om zijn schuld volledig of gedeeltelijk terug te betalen, zonder rekening te moeten houden met die 1/5-beperking. 

Ook bij onvrijwillige uitdiensttreding kunt u met uw werknemer schriftelijk overeenkomen dat de inhouding meer dan 1/5 van de verbrekingsvergoeding of eventuele loonsaldo bedraagt.

Tip: Bepaal uitdrukkelijk in een schriftelijke overeenkomst dat het geld dat u aan een werknemer leent, beschouwd moet worden als een voorschot op loon. Neem daar ook de terugbetalingsmodaliteiten in op. 

Meer informatie over de renteloze lening of lening tegen verminderde intrestvoet vindt u www.financien.belgium.be of klik hier.

Bron: Koninklijk besluit van 20 februari 2017 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de voordelen van alle aard in geval van toekenning van een renteloze lening of een lening tegen verminderde rentevoet, Staatsblad 3 maart 2017, Artikel 23 Loonbeschermingswet.