Binnen welke grenzen kan een deeltijdse werknemer via een glijdend uurrooster werken?

vrijdag 06/10/2017

Voor de uren die de deeltijdse werknemer presteert binnen de nieuwe wettelijke  glijtijdenregeling, moet  je als werkgever geen overloontoeslag betalen.

De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO) verduidelijkt binnen welke grenzen een deeltijdse werknemer volgens een glijdend uurrooster kan werken en welke gevolgen dit heeft. 

Glijdende werktijden voor deeltijders met vast uurrooster 

De wet werkbaar en wendbaar werk bepaalt dat deeltijdse werknemers met een vast uurrooster kunnen werken met een glijdend uurrooster. Deeltijders met een variabel uurrooster kunnen niet werken volgens een glijdend uurrooster. De doelstelling van beide systemen is immers niet compatibel: bij een variabel uurrooster kiest de werkgever de werkroosters en maakt deze bekend aan de werknemer, terwijl bij een glijrooster de werknemer zelf zijn werktijden kiest mits naleving van vastgelegde stam- en glijtijden. 

Bij toepassing van glijdende uurroosters op deeltijdse werknemers met een vast uurrooster  spreekt FOD WASO over een ‘vast glijdend werkrooster’ dat gelijkgesteld kan worden met een ‘gewoon’ vast werkrooster. Dat houdt in dat de arbeidsdagen én de stam- en glijtijden van de betrokken deeltijdse werknemer vooraf vastliggen en dat dit werkrooster, over een week of volgens een cyclus die gespreid is over een langere periode, steeds hetzelfde is. 

De deeltijdse werknemer kan in het kader van de glijdende werktijden, net zoals voltijdse werknemers, tot maximum 9 uren per dag en maximum 45 uren per week werken, voor zover de glijtijdenregeling in het arbeidsreglement of de cao dit toelaat. Hij moet zijn normale wekelijkse arbeidsduur op gemiddelde wijze naleven binnen de referteperiode. 

De uren die de werknemer presteert buiten zijn 'normaal' vast uurrooster maar binnen de glijtijden van zijn glijdend uurrooster, worden niet beschouwd als bijkomende uren of overuren. Er is dus geen overloontoeslag verschuldigd voor deze uren.   

Let wel: het gaat hier over de toepassing van de glijdende werktijden binnen de nieuwe wettelijke regeling. Dit geldt dus niet in het kader van de oude regeling. Voor de bijkomende uren (dit zijn de uren arbeid buiten het overeengekomen vaste rooster) die de deeltijdse werknemer presteert in de oude regeling is, na uitputting van het meerurenkrediet van 12 uur per maand, wel overloontoeslag verschuldigd.

Aanpassing van het arbeidsreglement/organisatiecao en de arbeidsovereenkomst

De praktische toepassingvan het glijdend rooster moet je uitwerken en vastleggen in het arbeidsreglement of in een organisatie-cao en een bijlage aan het arbeidsreglement. Gebruik onze modelclausule, en als je geen cao sluit, volg dan de bijzondere wijzigingsprocedure voor het arbeidsreglement. 

Verwijs ook in de arbeidsovereenkomsten, of een bijlage aan de arbeidsovereenkomst, naar de glijdende uurroosters in het arbeidsreglement of in de cao. Voor deeltijders vermeld je duidelijk in de arbeidsovereenkomst of de bijlage, dat de werknemer met een glijdend uurrooster werkt. Je vermeldt dus de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur binnen de referteperiode, de arbeidsdagen en de stam- en glijtijden van de betrokken werknemer. 

Onze modelovereenkomsten vind je hier.

Meer informatie over deeltijdse arbeid vind je in de syllabus deeltijdse arbeid

Bron: Schriftelijk antwoord FOD WASO, 20 september 2017.