Het Europees Hof van Justitie verfijnt definitie van arbeidstijd

maandag 09/04/2018

De Europese arbeidstijdenrichtlijn definieert wat men onder arbeidstijd moet verstaan. Deze definitie werd al een aantal keer genuanceerd door het Europese Hof van Justitie. Op 21 februari 2018 heeft het Hof in de zaak Matzak zich opnieuw uitgesproken.

Arbeidstijd staat duidelijk gedefinieerd in artikel 19 van de Arbeidswet van 1971: het is de tijd gedurende dewelke het personeel ter beschikking is van de werkgever. 

In bepaalde situaties stelt zich de vraag of een werknemer ter beschikking staat van zijn werkgever. Bijvoorbeeld bij

- slapende wacht: een werknemer slaapt op de werkplaats en moet slechts prestaties leveren in noodgevallen, en
- ‘stand-by’: de werknemer kan steeds opgeroepen worden om prestaties te komen leveren.
Bij een strikte interpretatie lijkt het antwoord in beide gevallen affirmatief. De werknemer moet zich immers doorlopend beschikbaar houden voor de werkgever.

De arbeidstjd loopt niet voor werknemer met een wachtdienst of beschikbaarheidsdienst buiten zijn werkplek maar die geniet van een zekere vrijheid om te doen wat hij zelf wilt, en heeft een zeker vrijheid om zich te verplaatsen naar waar hij wil. De arbeidstijd zal mogelijks wel beginnen lopen bij strengere afspraken.

Unisoc verklaart de uitspraak van het Hof in dit artikel en wat de gevolgen zijn voor onze organisaties.

Meer informatie vindt u in onze syllabus arbeidsduur